Gastauteur PMT Info Site
Plaatsbepalingen.
Henriëtte Bloemenkamp
Het is me een waar genoegen gastauteur te mogen zijn op de PMT Info Site. Ik wil het gast zijn hier benadrukken omdat ik, als bestuurslid van de NVPMT, met enige regelmaat merk dat velen vermoeden dat de PMT Info Site een initiatief is van de NVPMT. Deze gastplek biedt mij in ieder geval de mogelijkheid om deze onduidelijkheid uit de wereld te helpen. De PMT Info Site is een zeer geslaagd, particulier initiatief van Iriah van Wijk. Daarnaast is voorzichtig gestart met een eigen NVPMT website (www.nvpmt.nl). Deze site geeft informatie over de vereniging en probeert antwoorden te geven op vragen van leden.
In beleidsmatige zin wordt nagedacht over hoe we deze site in de toekomst willen gaan gebruiken: informatie voor leden, informatie voor derden of beide.
De onduidelijkheid over de verschillende websites las ik ook terug in de discussie die vorig jaar op de PMT Info Site werd gevoerd over de positionering van de danstherapeuten, door de gastauteurs Berman (februari 2001, november 2001) en Toussaint (juni 2001). Berman onderbouwt zijn stelling dat de danstherapeuten onder de PMT zouden kunnen worden gepositioneerd met de opmerking, en ik citeer, ‘maar zelfs wordt op de PMT Info Site, in het kader van PMT opleidingen genoemd: de danstherapie opleiding in Sittard (…). Dit geeft mijns inziens al aan dat de psychomotorische therapie geen belemmeringen heeft voor de danstherapie’. De heer Berman gebruikt hier mijns inziens een oneigenlijk argument om zijn stelling te onderbouwen want de PMT Info Site is dus geen spreekbuis van de landelijke beroepsvereniging PMT maar is samengesteld door een enthousiaste PMT-er én computerspecialist. Informatie op deze site is dus nooit de verwoording van een algemene opvatting van PMT-ers, laats staan de vertaling van een officieel standpunt van de NVPMT, tenzij uitdrukkelijk vermeld.
Ik heb de discussie tussen Berman en Toussaint met interesse gelezen. In eerste instantie wordt de discussie gevoerd binnen de beroepsgroep CT, maar omdat de PMT-ers diverse malen expliciet in het verhaal genoemd worden, wil ik toch reageren.
Mw. Toussaint, bestuurslid van de beroepsgroep CT dans, lijkt zich enigszins verbolgen af te vragen waarom er überhaupt over hun positie gediscussieerd moet worden. Ik kan de noodzaak hiertoe, die Berman verwoordt in november 2001, wel begrijpen.
Al in 1996 staat, in het door Neijmeijer e.a. uitgevoerde onderzoek ‘Beroep: vaktherapeut/vakbegeleider’, de positie van de danstherapeuten ter discussie. Er wordt in het onderzoek gekozen om deze groep therapeuten bij de creatief therapeuten onder te brengen maar de schrijvers geven aan dat het een arbitraire keuze betreft: ‘in werkelijkheid beweegt deze groep zich op het grensvlak van creatieve en psychomotorische therapie’ . Dit blijkt vervolgens ook uit de functies waarin therapeuten met een opleiding danstherapie in instellingen terecht komen: danstherapeut, dramatherapeut en psychomotorisch therapeut. In later onderzoek van het Trimbos instituut (Hattum van, 2000) zijn de danstherapeuten zelfs helemaal verdwenen. Daarin bestaat de vertegenwoordiging van de creatieve therapie uit beeldende, drama-, en muziek- therapeuten.
Alle reden dus om je zorgen te maken over de beroepsgroep dans en dus ook alle reden voor discussie.
Binnen de CT bestaat blijkbaar ook onduidelijkheid over de theoretische uitgangspunten van de danstherapie. De danstherapeuten vinden dat hun theoretische therapeutische basis sterk verschilt van die van de PMT. Berman vindt dit niet. Misschien zijn de theoretische uitgangspunten van de danstherapie onduidelijk, of misschien zijn de theoretische uitgangspunten van de PMT onduidelijk zijn, of misschien worden appels met peren vergeleken. Misschien spreken de danstherapeuten een andere taal dan de beeldend-, drama-, en muziektherapeuten? Ik vermoed dat dit laatste het geval is. Een dergelijke strijd vond namelijk ook plaats tijdens de totstandkoming van het Trimbos onderzoek Vakwerk. Daar werd de voorgang binnen het disciplineforum CT stevig belemmerd door het ontbreken van een gemeenschappelijke taal. ‘Voortgang werd pas geboekt, nadat de verschillende disciplines afzonderlijk hun eigen aanbod in kaart gingen brengen (Hattum van, 2000)’ . Hier ligt dus een belangrijke taak voor alle, bij de discussie betrokken therapeuten. Beschrijf uw eigen aanbod nauwkeurig. Dit lijkt een eerste taak voor alle beroepsgroepen, voordat gemeenschappelijke elementen van creatieve en psychomotorische therapeuten kunnen worden geëxpliciteerd en posities kunnen worden verdeeld.
Het onderzoek Vakwerk is één grote zoektocht geweest naar gemeenschappelijke taal. Danstherapeuten zouden er goed aan doen ook deze taal te leren spreken en productbeschrijvingen danstherapie in deze taal te schrijven. Pas dan kan zicht ontstaan op eventuele gemeenschappelijkheid met PMT, of met CT (of met beide).
Het is mijns inziens op dit moment uiterst willekeurig om stellingen als ‘PMT onder Creatieve therapie Dans & Beweging te laten vallen’ (Touissant), te poneren. Met dit soort uitspraken geraken we op een doodlopend spoor en ondermijnen we onze kwaliteiten.
Berman, A. Eén vaktherapeutische beroepsvereniging – moet dat, kan dat? (2001).Gastauteur PMT Info Site, februari.
Berman, A. Raakvlak of breukvlak? Over CT-dans en PMT: het vervolg op een discussie (2001). Gastauteur PMT Info Site, november.
Hattum, M. van, Hutschemaekers, G. (2000). Vakwerk. Producttyperingen van vaktherapeuten voor het programma stemmingsstoornissen. Utrecht: Trimbos instituut.
Neijmeijer, L., Wijgert, J. van de, Hutschemaekers, G (1996). Beroep: vaktherapeut/vakbegeleider. Utrecht: NcGv.
Toussaint, M. Een reactie op: Eén vaktherapeutische beroepsvereniging – moet dat, kan dat? (2001). Gastauteur PMT Info Site, juni.
Mw. Henriëtte Bloemenkamp is psychomotorisch therapeut en secretaris van de NVPMT.
Zij schrijft de column op persoonlijke titel.
