Gastauteur PMT Info Site

april 2002




Lichaamsgerichte interventies in de psychotherapeutische hulpverlening: Waardevol en ethisch verantwoord ? Deel 1


Mia Leijssen



Dit artikel verscheen eerder in Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 2001(3), 195-217. Publicatie van dit artikel op de PMT Info Site vindt plaats met toestemming van de auteur.


Samenvatting
Het uitgangspunt van deze bijdrage is de nondualistische visie dat het menselijk bestaan een lijfelijk bestaan is, waarin lichamelijk en geestelijk aspecten zijn van een ondeelbare eenheid. Kenmerkend voor psychotherapie is het beïnvloeden via communicatieve technieken binnen een therapeut-cliëntrelatie. Er wordt een continuüm van lichaamsgerichte interventies beschreven, beginnende bij verbale instructies waarmee de therapeut de aandacht van de cliënt richt naar het lichamelijk gevoelde. Dat dergelijke interventies ook voorkomen in traditionele gesprekstherapie, wordt geïllustreerd met verschillende substromingen in de Cliëntgerichte gesprekstherapie. De non-verbale communicatie krijgt verder vorm in diverse aanrakingen: accidentele, taakgerichte, aandachtgevende, affectieve, expressieve, ondersteunende, sussende, speelse, agressieve, catharsische, sensuele en tenslotte seksuele aanrakingen. De lichaamsgerichte interventies worden geconcretiseerd aan de hand van voorbeelden; de waarde wordt belicht vanuit kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksgegevens. Ook krijgen therapeuten waarschuwingen voor valkuilen en grensoverschrijdingen. Ethisch handelen wordt tenslotte benaderd vanuit leidinggevende morele waarden: integriteit, respect en verantwoordelijkheid, die resulteren in een weldoordachte methodiek door de specifieke deskundigheid van de therapeut.

Het lichaam in de gezondheidszorg
De psychotherapie en de gezondheidszorg wordt voortdurend geconfronteerd met de vraag naar de positie van 'het lichaam'. Behalve dat hierbij vaak een methodologische strijd woedt, waarbij natuurwetenschappen en geesteswetenschappen hun eigenheid verdedigen (van Kalmthout, 2000), speelt de lichaam-geestsplitsing ons nog steeds parten (Eisenberg, 2000). In een dualistische opvatting weet de 'psycho'-therapie geen raad met het lichaam; de 'somatische' geneeskunde houdt zich reductionistisch bezig met het stoffelijke object, zonder de psychosociale context en de betekenisgeving van de persoon serieus te nemen. Ondanks het feit dat er in de psychotherapie al langere tijd stemmen opgaan voor een nondualistische visie of het werken met 'het doorleefde lichaam' (zie b.v.: Dijkhuis, 1984; Depestele, 1986), dringen lichaamsgerichte richte interventies moeizaam door in de theorievorming én de praktijk. De gezondheidszorg blijft kampen met de traditionele scheiding van somatische en geestelijke behandelingen, terwijl men theoretisch al lang weet dat de patiënt niet volgens dergelijke 'schotten' functioneert (Koerselman, 1999, 2000). Patiënten uiten hun onvrede met de reguliere gezondheidszorg o.a. door zich tot de alternatieve hulpverlening te wenden, waar een meer holistisch model gang baar is (van Reenen, Vandermeersch & Hutschemaekers, 1997).
We begeven ons hier niet in discussies over terreinafbakeningen (zie daarvoor het themanummer MGV, 1999,4). Met deze bijdrage willen wij pleiten voor een meer genuanceerde visie op lichaamsgerichte interventies in de psychotherapeutische hulpverlening. Daarbij is een kwaliteitsvolle en ethisch verantwoorde werkwijze, die de toets van wetenschappelijkheid en praktische zinvolheid kan doorstaan, onze voornaamste bekommernis. We kiezen de uitgangspositie dat het menselijk bestaan een lijfelijk bestaan is, waarin lichamelijk en geestelijk, product en proces, structuur en functie, aspecten zijn van een ondeelbare eenheid. Het kenmerkende van psychotherapie is dat er binnen een relatie therapeut-cliënt beïnvloed wordt via communicatieve technieken. Het feit dat de traditionele referentiekaders vrijwel uitsluitend werken met gesprek of verbale communicatie, heeft te maken met politieke, culturele en morele preoccupaties. Er zijn fervente tegenstanders van de lichaamsgerichte benaderingen omdat het effect van deze communicatietechnieken onvoldoende wetenschappelijke bewezen is (zie b.v. Merckelbach, 1999). Hier belanden we in een vicieuze cirkel: als de gevestigde orde niet werkt met die methodes en als de academische wereld geen belangstelling toont, hoe kan de effectiviteit dan wetenschappelijk bewezen worden ? Het getuigt van een onwetenschappelijke lijke houding om zich radicaal te keren tegen iets waar men eigenlijk weinig van af weet, mede omdat men op basis van bepaalde referentiekaders vooroordelen koestert. Sociocultureel onderzoek (Argyle, 1988; Abbey & Melby, 1986) reveleert dat in de Anglo-Amerikaanse cultuur lichamelijkheid vanuit een dominante mannelijke visie vaak vereenzelvigd wordt met seksualiteit. Die verwarring heeft samen met misbruik van macht in de psychotherapie - en ook elders - geleid tot grensoverschrijdingen. Ter voorkoming van seksueel misbruik hebben beroepsesthetische codes terecht een verbod gelegd op seksueel contact, maar men heeft daar de vergaande conclusie aan verbonden dat alle aanrakingen te weren zijn. Tussen die extremen ligt een bijzonder gevarieerd gamma van communicatievormen, die een meer doordachte aanpak verdienen dan een 'alles' of 'niets' standpunt.

Een continuüm van lichaamsgerichte interventies
Mensen kunnen niet 'niet communiceren' en zo is lichamelijkheid bij mensen altijd aan de orde, zelfs als ze dat willen vermijden. Een handdruk geven bij een begroeting, al of niet kijken naar de cliënt, de wijze waarop men zich kleedt of de ruimte inricht, de intonatie van het spreken, de (on)beweeglijkheid van het lichaam ... het zijn altijd aspecten die de cliënt onvermijdelijk raken. Onderzoek leert dat het non-verbale gedrag van de therapeut meer bepalend is voor de ervaring van de cliënt en de interactie tussen hen beiden, dan het verbale gedrag (Heppner & Clairbon, 1989; Davis & Hadiks, 1994; de Roten et al. 1999).
Alle psychosociale factoren oefenen hun invloed uit via het lichaam: ze worden zintuiglijk geregistreerd en verwerkt in het brein, in het geheugen opgeslagen, doorgeleid naar willekeurige en onwillekeurige zenuwbanen en naar het endocriene en immunologische systeem (Kandel, 1999; Koerselman, 2000). Gendlin (1981) vergelijkt het lichaam met een 'biologische computer' , waarin iemands geschiedenis opgeslagen ligt, waarin men kan op zoek gaan naar vroegere informatie, die men ook kan 'herprogrammeren'.
In psychotherapie voltrekt zich pas een echt veranderingsproces wanneer het hele organisme erbij betrokken is; zoniet blijft men steken in gedachten en gevoelens over wat het probleem schijnt te zijn. Gelukkig zijn er heel wat mensen die van nature leven en spreken vanuit dat lichamelijk doorvoeld niveau. Voor hen kan een gesprek vruchtbaar zijn, ook zonder dat de therapeut expliciete lichaamsgerichte interventies doet, want de cliënt gebruikt vanuit zichzelf zijn gewaarwording als gids en toets bij het spreken. Maar veel mensen zijn niet 'vanzelf sprekend' in contact met dat niveau en het is juist dan dat meer expliciete lichaamsgerichte interventies een noodzakelijke hulp kunnen zijn om een echt veranderingsproces mogelijk te maken. Die interventies zijn meestal niet zo spectaculair, de dramatische momenten zijn eerder uitzonderlijk. Lichaamsgerichte interventies kunnen verweven zijn met het 'normale' gesprek en ze onderscheiden zich eerder door hun subtiliteit dan door hun opvallendheid. We beschrijven een continuüm van mogelijke lichaamsgerichte interventies.

Aan het begin van het continuüm bevinden zich de expliciet verbale interventies waarmee de therapeut de aandacht van de cliënt richt naar het aanwezige gevoel of naar de uitdrukkings vormen waarmee het lichaam communiceert; bijvoorbeeld de uitnodiging 'ga eens even na wat je hierbij gewaarwordt' of 'het valt me op dat je plots van lichaamshouding verandert wanneer je over dit thema spreekt'.
Vervolgens zijn er uitvoeriger instructies waarmee de cliënt begeleid wordt in het systematisch met de aandacht doorheen het lichaam te gaan, bijvoorbeeld bij ontspanningoefeningen, of waarmee de cliënt uitgenodigd wordt om te experimenteren met bepaalde lichaamshoudingen. Baardman (1999) illustreert hoe zo'n 'experiment' toegang kan geven tot de geschiedenis van de cliënt. Bij een vrouw die met haar beide voeten naar rechts en haar hoofd naar links gedraaid ligt, stelt hij voor: 'Kijk eens wat er gebeurt wanneer je beide voeten naar links en je hoofd naar rechts draait.' Wanneer ze dit doet, raakt ze ogenblikkelijk in paniek en komt er een heldere herbeleving van haar angst betreffende een vroegere situatie waarbij ze achter gesloten deuren moest werken met een vrij grote groep verstandelijk gehandicapte jongens. Dat was voor haar telkens een nachtmerrie, maar ze had daarover nooit eerder gesproken.
De therapeut kan soms meer non-verbale wegen kiezen door het spiegelen of modelleren van lichaamshoudingen of bewegingen. Zo geeft de therapeut die een gebalde vuist maakt bijvoorbeeld een extra ondersteuning of uitnodiging aan de cliënt om agressieve gevoelens uit te drukken.

Dit soort van interventies is ook voor klassiek geschoolde gespreks therapeuten niet ongebruikelijk. Binnen de diverse scholen zijn er substromingen die deze lichaamsgerichte interventies systematischer hebben uitgewerkt. Zo is er in de Cliëntgerichte Psychotherapie - de oriëntatie waarmee ikzelf meest ervaring heb - de Experiëntiële substroming , die de nadruk legt op interventies waarmee de cliënt begeleid wordt om zijn aandacht te richten op het lichamelijk gevoeld ervaringsproces (Gendlin,1996; Leijssen, 1995). Uit onderzoek bleek namelijk dat succesvol le cliënten meer spreken vanuit dat niveau. Gendlin (1981) beschreef het focusingproces als een werkwijze die cliënten kan helpen om dat niveau te ontdekken en te gebruiken. Doordat therapeut en cliënt op een specifieke manier aandacht geven, namelijk vanuit een juiste afstand focussen op een vage gewaarwording, kan een sensatie zich verscherpen en een trefzekere uitdrukking vinden, waardoor de ervaring zelf verandert en eerdere gebeurtenissen hun greep op het gedrag verliezen. Prouty (1976, 1994, 1998) richt zich daarbij op zwaar gestoorde patiënten die met normale gesprekstherapie vaak niet te bereiken zijn. In deze 'pre-therapie' maakt de therapeut systematisch gebruik van lichaamsreflecties en gelaatsreflecties om de patiënt te helpen opnieuw in contact te komen met en zich bewust te worden van zijn beleving en communicatie (Peters, 1992; Van Werde, 1989, 1992). Binnen de Cliëntgerichte psychotherapie zijn er verder de Interpersoonlijke en de Existentiële sub stromingen, die expliciet meer confronterende feedback geven over de non-verbale communicatie om de authenticiteit te bevorderen (Bouwkamp, 1999; van Kessel & Lietaer, 1998; Schneider, 1998). Deze differentiatie in de Cliëntgerichte psychotherapie is het gevolg van systematisch onder zoek van succesvolle vernieuwingsgezinde clinici (Lietaer & Van Kalmthout, 1995; Thorne & Lambers, 1998; Greenberg, Watson & Lietaer, 1998). Ook in andere gesprekstherapeutische stromingen hebben zich dergelijke ontwikkelingen voltrokken, maar vaak blijft de beeldvorming steken bij de orthodoxe - karikaturaal voorgestelde - benadering.

Deel 2 volgt in mei 2002.


* * *


De Bibliografie is apart opvraagbaar.


Personalia:
Mia Leijssen (1951) is doctor in de psychologie en psychotherapeut. Zij is professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar zij beroepsethiek voor psychologen doceert en opleiding geeft in de Cliëntgericht-experiëntiële psychotherapie. Zij heeft ruime ervaring met individuele en groepspsychotherapie. Zij heeft talrijke publicaties op haar naam, waarvan enkele opgenomen in de referentielijst.
E-mail: mia.leijssen@psy.kuleuven.ac.be

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie