Gast auteur PMT Info Site

februari 2003




'The only way is up.' Over de toekomst van de psychomotorisch therapeut als vaktherapeut. Deel 3 en slot.


Rene Benneker


Wat PMT’ers kunnen(af)leren van eerdere pogingen overkoepelende begrippen als ‘creatieve therapie’ vorm te geven.

Dit is het derde deel van de lezing die Rene Benneker gaf op het symposium van de NVPMT op 1 en 2 november. Zie ook de bijlage bij de nieuwsbrief

Ik ben er heilig van overtuigd dat de kracht van de vaktherapie zit in het specifieke van het vak: de psychomotorische therapie. Kracht moet echter gericht worden om een effect te bereiken. En om te kunnen richten moeten we eerst kijken naar wat er om ons heen gebeurt.


Ik zal enkele trends benoemen zoals ik ze waarneem:
Schaalvergroting
Individualisering
Zorgmanagement
Zorgbureaucratisering
Verwetenschappelijking
Kwaliteitsmanagement
Marktwerking

Schaalvergroting
In uw instellingen zucht u als werknemer onder fusies en reorganisaties, waarbij u zich naar ik aanneem vaak verloren bent gaan voelen in al die grote nieuwe conglomeraten van zorg met als die gruwelijke door PR bureaus bedachte namen die een schijn van herkenbaarheid en geborgenheid proberen neer te zetten.
Is het nu werkelijk zo dat ex-minister Bomhof gelijk had met zijn stelling dat al die fusies in de gezondheidszorg voortkomen uit de grootheidswaanzin van besturen en managers? Hoe verleidelijk deze gedachte ook is en hoezeer we dit in de karakters van betrokkenen soms kunnen herkennen, ik vrees dat deze analyse te weinig diep graaft. Kleine organisaties kunnen in deze maatschappij moeilijk overleven, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitseisen die aan organisaties worden gesteld door de maatschappij steeds zwaarder wegen. Om een voorbeeld te noemen, organisaties in de zorg moeten op termijn allemaal geaccrediteerd worden. Organisaties in de zorg moeten allemaal functiewaardering invoeren. Iedere instelling heeft wel een ‘gouden gang’ waar de directie zit en al die andere opvreters. De meeste mensen vragen zich af wat ze in die gouden gang toch de hele dag doen behalve vergaderen: voornamelijk het ondersteunen van de organisatie bij het beantwoorden aan deze eisen, want die komen uiteindelijk tot uiting in handboeken, beleidsstukken, vastgelegde procedures, aan alle formele eisen voldoende functiebeschrijvingen. En of een organisatie nu 300 man in dienst heeft of 3000, de eisen blijven dezelfde. Om die reden wordt de conclusie afgedwongen dat schaalvergroting efficiencybevorderend zou zijn.
Ik laat de discussie vervolgens even in het midden of er in grote organisaties vervolgens ook daadwerkelijk efficiënt gewerkt wordt: we zien maar al te vaak dat de schaalvergroting weer andere problemen oproept die vervolgens weer het effect hebben dat de gouden gang moet worden uitgebreid met nieuwe stafmedewerkers om die problemen weer op te lossen.
Tegelijkertijd zien we binnen die molochen de noodzakelijke tegenbeweging ontstaan naar decentralisatie: in de GGZ en in de gehandicaptenzorg wordt fors gedecentraliseerd. Ik verwacht dat dit laatste steeds belangrijker gaat worden, omdat het simpelweg onmogelijk is de ontstane zorgkolossen adequaat als één geheel te besturen. Er komen dus kleine lokaties die op legale of illegale wijze zoveel mogelijk zullen proberen hun eigen doelstellingen te bereiken, waarbij ‘ de overkoepelende organisatie’ of deze nu Mediant of Quadrant of Zorgpalet of Aquamarijn heet de rol gaat overnemen van de overheid, omdat alle staatstaken op het gebied van beheersing aan deze organisaties zijn overgedragen. Waar vroeger de Inspectie zelf langskwam komt nu de dienst kwaliteitsmanagement langs met de uitkomsten van een cliëntenquete en het verzoek of de vermaning eindelijk eens iets aan de smerige toiletten te doen.
Schaalvergroting is mijns inziens dus vooral een reactie op de maatschappelijke beweging waarin de overheid een aantal taken en uitdagingen overdraagt aan private instellingen en organisaties en deze tegelijkertijd wil blijven besturen en monitoren. En die directeur of manager die zijn kans grijpt, wel, die heeft misschien The Art of War goed gelezen en begrepen.

Individualisering
Feitelijk een zo open deur dat het zinvol is er toch iets anders naar te kijken. Is het werkelijk zo dat de burger meer en meer individualiseert? Het gedachtenmodel is dat van de cliënt met een geïndividualiseerd zorgbudget die zelf de markt opgaat en zich niet meer tevreden stelt met de traditionele verbanden.
Een traditioneel verband was bijvoorbeeld: ik ben overspannen, ik meld me bij de Riagg in mijn woonplaats en mij wordt een hulpverlener toegewezen die mij gaat helpen. Of: ik twijfel aan de zin van mijn leven, verdwaal in verslaving en werkloosheid en ga te biecht bij de pastor om me op het goede spoor te zetten.
De nieuwe denkwijze is: met een dergelijk probleem ga ik op zoek naar de hulpverlener die mij het beste past, die ‘s avonds open is en die me ook nog eens airmiles geeft.
Volgens mij gaan mensen zich in die situatie erg alleen voelen, en gaan ze op zoek naar nieuwe verbanden. Ik denk dat deze ook al lang aan het ontstaan zijn, waarbij het internet als een belangrijk vehikel dient. Lotgenoten, medeslachtoffers, cliëntenverbanden: de Vereniging Van Patiënten van Dokter Sigmund, voor wie de Volkskrant leest. Dit wordt alleen maar sterker en het opvallende is, dat deze beweging voornamelijk negatief wordt beoordeeld.
In het ziekenhuis waar ik gewerkt heb vindt de medisch specialist het maar niks dat de patiënt met een stapel internetfiles onder de arm binnenkomt en om een specifieke behandeling vraagt. Wat zou het toch mooi zijn als uw potentiële cliënt met zo’n file bij de hoofdbehandelaar komt, en dan vraagt om lichaamsgerichte psychomotorische therapie.

Ik geloof dus niet in individualisering, ik geloof wel in het veranderen van de verbanden waarbinnen mensen hun oordelen vellen en hun kijk- en denkrichting bepalen.

Zorgmanagement
Tsja, u kent ze wel, de zorgmanagers. De meest vervloekte beroepsgroep in de GGZ, denk ik. Ik kan alleen maar zeggen tegen u: heb erbarmen met de manager. Heb erbarmen met de manager, wees er zuinig op als u een meer dan middelmatige hebt en ondersteun de overige managers zo goed mogelijk.
Waarom hebt u opeens te doen met managers in de zorg? Dat heeft alles te maken met die schaalvergroting. Opeens waren er organisaties waar honderden, duizenden mensen werken op tientallen groepen en lokaties. En de directies heten raden van Bestuur en moeten zich vooral bezig houden met de externe contacten van de organisatie. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Stichting Quandralijn weet echt niet meer waar u mee bezig bent, die is aan het nadenken hoe hij volgend jaar meer budget binnen kan halen, met welke partners hij moet samenwerken om dat te bereiken, etcera etcetera. En daarom heeft hij of zij managers nodig, eigenlijk om de aloude directietaak te vervullen: budgetten vaststellen, de gang van zaken bewaken en bijsturen, controleren of alles gebeurt wat afgesproken is, crises het hoofd bieden, ruzies sussen en af en toe streng optreden. Alleen zit de manager aan een lijntje dat af en toe strak wordt aangetrokken: het geld is op, we gaan verhuizen, we gaan fuseren: en de manager heeft vervolgens de opdracht dit uit te dragen naar u, die er niets van begrijpt. Ik voorspel u dat de status van de manager alleen nog maar verder zal dalen, dat de functies steeds moeilijker door de juiste mensen te vervullen zijn. Daardoor krijgt u steeds slechter management waardoor de negatieve spiraal zal worden versterkt. Daarom: ondersteun uw manager als hij of zij bovengemiddeld is. Manage uw manager, daar zijn leuke boekjes voor in de handel die op het nachtkastje van iedere professional in de zorg zou moeten liggen. Maar vooral: heb erbarmen.

Zorgbureaucratisering en verwetenschappelijking
Protocollen en procedures, de zorg en de behandeling bureaucratiseert. Parallel daaraan is de roep om evidence based handelen. Het gedachtenmodel hierachter is, dat we voor ieder probleem één of meerdere behandelprotocollen hebben waarvan de werking door middel van wetenschappelijk empirisch onderzoek zijn aangetoond. Professionals kennen en hanteren deze protocollen op de juiste wijze en zo wordt iedere hulpvraag efficiënt en effectief aangepakt. De protocollen zijn robuust en idiotproof: iedere professional van een bepaald soort kan ze uitvoeren en is daarom met een andere professional van hetzelfde soort uitwisselbaar.
Intussen weet iedere betrokkene natuurlijk dat deze denkwijze weliswaar kan helpen om de hamburgers bij McDonald steeds hetzelfde uit het papiertje te laten komen en ook wel enigszins om een staaroperatie uit te voeren of een heup te vervangen, maar dat het moeilijk wordt deze denkwijze waar te maken in de GGZ. Daar is de problematiek vaak veelkleurig en de keuze voor een protocol impliceert ook automatisch de keuze voor een probleemdefinitie en een andere probleemdefinitie kan weer tot een ander protocol leiden.
DSM vijf of zes zullen dit ook niet oplossen. Toch is de maatschappelijke ontwikkeling richting bureaucratisering en verwetenschappelijking niet te stuiten en met reden.
Hoe is het voor die gedachte individuele zorgconsument anders mogelijk zijn weg te vinden en keuzes te maken? Hoe is het voor de kwaliteitsmanager van de stichting Qandrogein anders mogelijk u te controleren? Waar kan uw zorgmanager het anders inhoudelijk met u over hebben in uw jaarlijkse loopbaangesprek? Het is ook een taal, een jargon en als u het zo benadert krijgt u er misschien nog plezier in ook.

Kwaliteitsmanagement
Het is misschien een krenking, maar uw kwaliteit is niet meer automatisch buiten kijf. Uw kwaliteit moet gemanaged worden, u moet uw kwaliteit steeds weer opnieuw aantonen. We gaan er van uit dat de werkelijkheid zo snel veranderd dat wat vorig jaar of tien jaar geleden een goede handelswijze was tegenwoordig achterhaald is. En u wordt verwacht te werken volgens de laatste inzichten. Helaas weet u ook dat deze inzichten volgend jaar of over tien jaar weer achterhaald zullen zijn. Een mooi voorbeeld is de beroepsgroep van de diëtisten die steeds weer geconfronteerd worden met nieuwe onderzoeksresultaten met betrekking tot het juiste voedingsadvies voor hart en vaatziekten. Wel vet, geen vet, beperkt vet, onverzadigd vet of juist een combinatie van verzadigd en onverzadigd vet, iedere vijf jaar is het weer anders. Hernia’s, overspannenheid, anorexia, RSI: al deze ziektebeelden hebben gemeen dat het steeds weer anders moest.
De slang bijt hier dus in zijn staart: hoe meer we verwachten dat er volgens de laatste inzichten gewerkt wordt, hoe meer de status van deze inzichten ter discussie staan.
Het kwaliteitsmanagement wordt trouwens vooral uitgevoerd in professioneel verband: elke beroepsgroep bepaalt zijn eigen normen daarin en bewaakt deze, bijvoorbeeld door toegangseisen tot het beroep te stellen en middels registratie en herregistratie deze beroepseisen steeds weer te herbevestigen.

Marktwerking
Als laatste trend: de marktwerking. Ik bedoel hiermee dat de zorg die geboden wordt als product wordt gezien en dat dit wordt aangeboden aan cliënten met een zekere mate van vrije keuze in hun portemonnaie. Het is hierbij de vraag hoe dit product uiteindelijk vormgegeven gaat worden. Wordt psychomotorische therapie een product? Of wordt psychomotorische therapie een onderdeel van een ander product: bijvoorbeeld intramurale depressiebehandeling? Ik denk dat het laatste waarschijnlijker is, omdat het uitgaat van de situatie van de klant. Die wil namelijk geen PMT: die wil van zijn depressie af, hoe dan ook.
U wordt dus in bedrijfskundige termen in de meeste gevallen een toeleverancier van deelproducten aan een verkoper van één of meerdere eindproducten. Deze verkoper wil het liefst toeleveranciers die hij voor meerdere producten kan inzetten en die ook anticiperen op de vraag die op hem afkomt. Hij heeft het liefst dat de leverancier al een deelproduct in de steigers heeft staan als hem een vraag bereikt. Tegelijkertijd wil hij in hoge mate mee kunnen beslissen over de uiteindelijke vormgeving, omdat het moet passen in het totaalplaatje en omdat het verkoopbaar moet zijn.
Dat is even wennen, om zo over uw werk na te denken. Wen er maar vast aan, want ik voorspel dat u dat u dit jargon en de denkwijze die er achter zit aan moet kunnen.

De titel van deze lezing is: the only way is up. Ik denk dat u dat wilt, omhoog, en ik denk dat dat ook moet. Omhoog in kennis, in status, in toegevoegde waarde.
U moet dus op een positieve en slimme manier met al deze trends omgaan. Wat moet u doen?

1. Basis opleiding voor een goed startniveau
2. Vervolg of Masteropleiding voor een tweede beroepsniveau en verwetenschappelijking.
3. Nascholing en –opleiding voor de actualiteit in de beroepsbeoefening
4. Registratiesysteem als kwaliteitsmanagement en PR.
5. Sterke externe vertegenwoordiging door een goede beroepsvereniging
Marketing en PR als strategische hoeksteen.

Op veel van deze onderwerpen wordt al hard gestudeerd. Voor u wordt binnenkort actueel de discussie over een gezamenlijk registratiesysteem met de creatief therapeuten. De discussie over het al dan niet oprichten van een gezamenlijke beroepsvereniging. Ik wil daar hier verder niet op in gaan.
Het enige dat ik u wil meegeven, is dat ik u zou willen stimuleren om hierover vooral in marketing termen te denken. U kunt het begrip vaktherapie als een merk gaan gebruiken en hanteren. Denk Kema keur, denk Bovag als u denkt ‘ Vaktherapie’ .

Dames en heren ik ben gevraagd om een blik in de toekomst te werpen en heb de brutaliteit gehad hierop in te gaan. In de zestiger jaren is naast creatieve therapie de futurologie tot bloei gekomen. Deze wetenschap heeft vooral uitgeblonken in het foutief voorspellen van de toekomst en bestaat al lang niet meer. Geen mens kan in de toekomst kijken. Het enige wat iemand kan is door hem of haar gekozen trends die te zien zijn doortrekken naar de toekomst. Dat is wat ik heb gedaan. Daarnaast is het vooruitblikken naar de toekomst in mijn ogen niet een waardevrije bezigheid. Ik heb een politieke rol. Ik ben de voorzitter van de Stichting Registratie Creatieve Therapie, ik heb bijgedragen aan het advies aan de Cono kamer met betrekking tot de ontwikkeling van de opleiding voor vaktherapeut GGZ. Weeg alles wat ik heb voorspeld op uw goudschaaltje en geloof er niets van als het u niet uitkomt. Want u maakt u toekomst helemaal zelf.


* * *




Rene Benneker is dramatherapeut, bestuurskundige, Voorzitter Stichting Registratie Creatieve Therapie, zelfstandig gevestigd als adviseur op het gebied van verandermanagement.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie