Gast auteur PMT Info Site

maart 2003




Seksualiteit door de jaren heen. Deel 1.


Henriëtte van der Meijden-van der Kolk


'Seksualiteit door de jaren heen' is gebaseerd op een tweetal uitgangspunten. Deze uitgangspunten hebben zich binnen mijn werk uitgekristalliseerd. Ze zijn gebaseerd op ervaringen binnen PMT en haptonomische begeleidingen van kinderen, jeugdigen en volwassenen en het werken met gezins(sub)systemen.

I. Uitgangspunten:

1. Seksualiteit is een breed dynamisch begrip. Het betekent geslachtelijkheid en alles wat het geslachtsleven betreft. Seksualiteit kan bezien worden op verschillende niveaus. Het is ingebed in en verandert mee met een maatschappelijke context en is op persoonlijk niveau voor elk individu van belang.
Een psychomotorisch therapeut zal bij problemen rond seksualiteit oog moeten hebben voor die verschillende niveaus en moet daarbij tevens zicht hebben op hoe bij hemzelf seksualiteit een rol speelt in zijn functioneren op verschillende niveaus.

2. Seksuele volwassenheid, zijnde een uitgekristalliseerde geslachtelijkheid, maakt een geïntegreerd deel uit van de emotionele volwassenheid en is als zodanig gestoeld op de emotionele ontwikkeling waarbij, vanuit een zich affectief bevestigd weten, volwassen relaties aangegaan kunnen worden. Emotionele volwassenheid betekent tevens het adequaat kunnen afstemmen van intimiteit op de ander binnen de relatie. Het geslachtelijke natuurlijke driftleven heeft in een emotionele volwassenheid een met rede geïntegreerde, bevredigende plaats gekregen.


II Emotionele volwassenheid ontwikkelt zich op basis van affectiviteit, intimiteit en geslachtelijkheid.

Voor de emotionele ontwikkeling is de objectrelatietheorie een te hanteren model. Via introjectie, identificatie en ego-identiteit maakt een kind de eerste individualiseringsfase door. (Objectrelatietheorie door Kernberg in: Oudshoorn e.a., 1995)
Het beeld van de ander, van zichzelf en de bijbehorende affecten worden geïntegreerd en maken dat het kind vol vertrouwen de buitenwereld in kan gaan. Een kind van ongeveer 6 jaar heeft voldoende identiteit om in redelijke zelfstandigheid te gaan leren, sociale omgang met leeftijdsgenoten en ouderen aan te kunnen en is zich bewust van zijn geslachtelijkheid als kind.
Affectieve bevestiging vindt allereerst plaats binnen intimiteitservaringen met ouders. Naarmate het kind meer identiteit gaat ontwikkelen kunnen ouders het kind toenemend vrijlaten. De wereld om het kind heen wordt groter en de afstand tot de ouders neemt geleidelijk toe. Het kind weet basaal, dat het terug kan komen naar de intimiteit.
Ook de seksuele ontwikkeling vindt allereerst plaats binnen het gezin. De ontdekking van de geslachtelijkheid is een belangrijke fase. Zowel de eigen geslachtelijkheid als de geslachtelijkheid van de ander wordt herkend, erkend en bevestigd, allereerst door de ouders. In een wisselwerking met de belangrijke anderen wordt geleerd hoe eigen driften, impulsen en behoeftes ingevuld kunnen worden. Intimiteit en geslachtelijkheid krijgen een plaats en worden geoefend in (rollen)spelen met leeftijdsgenootjes. Rolmodellen in de wereld om het kind heen zijn zijn toetsstenen .

In de tweede roerige emotionele individualiseringsfase, de puberteit, vinden wat betreft de geslachtelijkheid sterke hormonale veranderingen plaats en worden seksuele driften duidelijker. De puber wil de ruimte om zijn behoeftes te ontdekken, ermee te mogen experimenteren en grenzen te vinden. Ook nu is het van belang dat de puber zich emotioneel bevestigd weet door, de ruimte krijgt van en kan terugvallen op zijn ouders.
Er wordt een begin gemaakt met seksueel verkeer, verkeringen en de pubers regisseren hun eigen ontwikkeling. Ouders bewaken van een afstand de grenzen.
De puber bekijkt in deze fase de ouders vanuit een andere geslachtelijke bril.- Hoe doen zij het? Echtscheiding van de ouders heeft ook in deze fase een grote impact.
In de adolescentiefase groeit men door naar een toenemende volwassenheid en volwassen geslachtelijkheid, waarin vervolgens de seksualiteit doorgegeven wordt in het krijgen van kinderen.(Veldman,1990)

Binnen de ontwikkeling van emotionele volwassenheid is een onderscheid te benoemen van gevoels- en gemoedsbevrediging. (Veldman, 1989)
Gevoelsbevrediging is gericht op effectiviteit en directe impulsbevrediging. Dit is een niet met rede ontwikkelde bevrediging en alleen gericht op de eigen persoon. De beweging die er plaats vindt met de omringende wereld is naar je toe halend. Binnen de seksualiteit is dat een lustbevrediging met eenrichtingsverkeer. De ander wordt hierbij geobjectiveerd en er is geen redelijke begrenzing door de ander. De lust kan worden tot wellust, hetgeen gedrag ongericht stuurt.
Gemoedsbevrediging vindt plaats binnen een wederkerigheid. Door de ander te bevestigen, neem je ook jezelf waar en kan intimiteit groeien. Dit kan uitmonden in een geslachtelijke zijnsbevestiging en lustbevrediging. Er is dan sprake van een met de rede doorleefde gezamenlijkheid, weet hebbende van de ander en van jezelf en de verlangens en lusten daarin. Volwassen seksualiteit is dan een afgestemde wederkerigheid met bevrediging van persoonlijke verlangens.
Aansluitend op bovenstaande kan naar verliefdheid of je door (blinde) liefde laten leiden gekeken worden in termen van gevoels- of gemoedbevrediging of een (niet) met rede doorleefde gezamenlijkheid. Soms kunnen de consequenties van liefdes een harde landing inhouden.

Einde van deel 1. Het tweede een laatste deel van de bijdrage van Henriette van der Meijden - van der Kolk volgt in april.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie