Gast auteur PMT Info Site
De rek eruit. Deel 3 en slot.
Eric van der Meijden en Henri Zopfi
Dit artikel is ook gepubliceerd in de bundel 'Terug naar de toekomst' (Konsten & Peeters, 2002) waarin de bijdragen aan de studietweedaagse van de NVPMT november 2002 zijn opgenomen. Illustraties uit het oorspronkelijk artikel konden niet worden overgenomen.
7. Opzet voor de module
In de module willen we het behandel inhoudelijke onderdeel aan de hand van de 5 fases (Karsten, 2001) vorm geven. Hierbij geven we de algemene kenmerken en de pmt specifieke thema's aan.
Vijf fases naar herstel van burnout.
fase 1: Fysiek en Emotioneel herstel (duur ongeveer 4 weken)
Door de vaak langdurige overbelasting is er roofbouw op het lichaam gepleegd. Om hiervan te herstellen moet je activiteiten gaan ontmantelen. In deze fase worden de wekelijks geplande activiteiten tot een minimum teruggebracht. Tevens wordt er heel concreet na een activiteit rust ingebouwd. Een zorgvuldige dagplanning en eventuele medische ondersteuning zijn belangrijk. Rust en het signaleren van stressmomenten is een onderdeel van deze fase.
P.M.T.: Het accent ligt op het herkennen van lichaamssignalen en het aanleren van ontspanningsoefeningen.
Thema's:
-lichaamssignalen
-contact eigen lijf
-grenzen
-balans inspanning-ontspanning
-(basis)behoeften
fase 2: Activatie (duur ongeveer 8 weken)
In deze fase wordt het accent gelegd op het weer opnemen van bepaalde inspanning. Dagstructuur in de vorm van juiste dag- en nachtritme, leefregels m.b.t. eten, drinken, roken.
Wandelen, hobby's en sociale activiteiten worden stap voor stap opgepakt. Oefenen met interne en externe kompas en er wordt een lijst gemaakt van 'energievreters' en 'energiegevers' in het werk en buiten het werk. Het accent komt te liggen op het oppakken van leuke dingen.
P.M.T.: Stap voor stap opvoeren van activiteiten door meer (fysieke en mentale) belasting. Leuke succesverzekerde activiteiten naast activiteiten die gericht zijn op planmatig werken en het probleemoplossend vermogen vergroten.
Thema's:
* grenzen, kracht, energie, structuur.
* planmatig werken, belasten en ontlasten.
* contact eigen lijf.
fase 3: Cognitieve training en start werkhervatting
Het aantal activiteiten wordt verder uitgebreid. De aandacht gaat uit naar het verbeteren van het zelfbeeld. Er wordt inzicht verworven over de manier van omgaan met stressgevende situaties en gedachten. Het ontwikkelen en aanleren van gezonde copingstrategieën .Verschillende technieken (RET, Kernkwadranten analyse) worden hierin aangeleerd en toegepast. Het juist afstemmen van inspanning, stressniveau, energie en motivatie blijft aandachtspunt. Er wordt een start gemaakt met het contact leggen op het werk, op therapeutische basis. In overleg met personeelszaken en leidinggevende wordt een werkhervattingplan opgezet.
P.M.T.:
* steun, vertrouwen, samenwerking, hulpvragen.
* leiding geven/ondergaan, autoriteit,
* Verantwoordelijkheid, loslaten, assertiviteit
* Communicatie, conflicthantering, probleemoplossend vermogen.
* Rollen, man/vrouw, vader, dochter, werknemer, etc.
fase 4: Reïntegratie
Deze fase wordt gekenmerkt door het in standhouden van de reeds ontwikkelde vaardigheden en inzichten. Continueren van inspanningsregistratie en cognitieve training. Aandacht blijven houden voor en uitbouwen van leuke activiteiten. Tijd plannen voor bewegingsactiviteiten zoals; sporten/ fitness of wandelen.
Het werkhervattingplan wordt uitgevoerd.
P.M.T.:
* Ondersteuning en begeleiding bij het kiezen van juiste sportactiviteit.
( cyclisch en a - cyclisch, individueel en groepsgericht).
* Grenzen
* Lichaamssignalen.
fase 5: Terugvalpreventie
Er dient een terugval preventieplan gemaakt te worden, waarin aandacht geschonken wordt voor; leefregels, leuke activiteiten, sport, sociale contacten, doelen en de wijze waarop de doelen gehaald kunnen worden. Verder dient het gewenste stressniveau, gewenste energie en motivatie geformuleerd te worden.
Er zal een start gemaakt worden met de werkhervatting.
Continueren van inspanningsregistratie en cognitief trainingsplan.
P.M.T.:
Aandacht houden voor kernkwaliteiten en valkuilen.
8. Waar lopen wij tegenaan?
Tijdens het ontwikkelen van de module lopen wij tegen allerlei vragen aan die een antwoord vragen om verder te kunnen. Hieronder geven wij onze antwoorden met onze overwegingen op enkele vragen die wij graag ter discussie stellen.
A.Therapie of training/coaching
Welke naam moeten wij pmt geven die zich richt op werkgerelateerde problematiek?
Therapie is een GGZ term en kan weerstand oproepen. Het gaat daarbij om ziek zijn hetgeen bij werkgerelateerde problematiek vaak een probleem is. Hantering van het begrip therapie kan sneller leiden tot erkenning dat er problemen zijn. Training is minder beladen en zal commercieel beter aanslaan. Training duidt op het oefenen, aanleren van vaardigheden. Veel van wat in burnout trainingen gedaan wordt is het inzicht krijgen in (oude)patronen om vervolgens andere mechanismen aan te leren die gezonder werken.
Binnen de GGZ zal de term therapie eenvoudiger geaccepteerd worden. Ook cliënten die de poort van de GGZ binnengaan weten dat zij mogelijk therapie aangeboden krijgen. Zij voelen zich daarin serieus genomen. De betaling zal waarschijnlijk via de ziektekosten verzekeraar gaan.
De commerciële en eigen praktijken lijken beter voor de term training te kunnen kiezen. Een cliënt gaat dan niet naar de GGZ en wil geen stigma van therapie hebben. Daarnaast zal de werkgever eerder een financiële bijdrage leveren.
Binnen de commerciële wereld is training een geaccepteerd begrip met een positieve uitstraling.
B.Multi- of mono disciplinair
Met multidisciplinair wordt bedoeld dat verschillende disciplines een bijdrage leveren aan het herstel van een ziekte bij een cliënt. Dit heeft als probleem/voorwaarde dat er voldoende afstemmings mogelijkheden aanwezig dienen te zijn. Dit geeft altijd extra kosten. Daarnaast is begrenzing belangrijk. Het gevaar ligt op de loer dat er competentie strijd plaatsvindt. Aandacht voor samenwerking is belangrijk. Het uitspelen van de cliënt van de verschillende hulpverleners kan een probleem zijn.
Met mono/disciplinair wordt bedoeld, dat een discipline bijv. pmt het gehele ziektebeeld van de cliënt alleen kan behandelen. Doordat er geen andere betrokken zijn hoeft er geen afstemming op elkaar plaats te vinden. Dit geeft veel tijdwinst dus geld. Supervisie kan hierbij essentieel zijn omdat er geen bijsturende anderen deelnemen aan de behandeling.
Wij kiezen voor een multidisciplinaire aanpak.Burnout is een ziekte die de hele mens en zijn omgeving omvat. Een genezing wordt bevorderd door een aanpak op alle domeinen van de mens. Belangrijk is een voldoende afstemming te hebben. Een goede timing is essentieel bij burnout. Een te snel aan het werk gaan kan contra productief werken. De verschillende fasen hebben een specifieke aanpak nodig.
C.Seksespecifieke problematiek
Onze voorkeur gaat uit naar gemengde groepen. Vrouwen en mannen verschillen heel vaak in taalgebruik, probleem oplossing, hulp vragen, uiten van gevoelens. Zij lijken veel van elkaar te kunnen leren. Gemengde werkplekken komen veel voor en daarom kan een gemengde trainingsgroep waardevol zijn om te experimenteren en te oefenen met de andere sekse.
Daartegenover staat dat seksespecifieke groep veel herkenning en erkenning bij elkaar vinden.
Overige vragen
-Individueel of in een groep.
-Werken met een op en doorlopende groep of een gesloten groep?
-Moet er 1 module komen waarin alle fases in verwerkt worden of voor elke fase een aparte module?
-Hoe lang mag een groepsbehandeling duren, wil hij praktisch te gebruiken zijn (5 fases 6 mnd.)?
-Gestructureerde en concreet omschreven module of een 'kapstok'.
-Naam van de module Arbeids- of werkgerelateerde problematiek of anders?
-Kunnen deelnemers met verschillende functies in hun werk in dezelfde groep of moet je onderscheid maken in hoog-, midden- en laag opgeleid kader?
- Doelgroep. Hoe lang mag iemand in de WAO zitten, oftewel, kun je mensen die net in de ziektewet zitten bij mensen die langere tijd in de WAO zitten plaatsen?
-Indicatie Hoe zwaar mag de problematiek op as1 en/of as 2 zijn. Uitgaande van de D.S.M. IV.
9. Slot
De verwachting is dat de komende tijd veel aandacht blijft gaan naar werkgerelateerde problematiek. Zeer waarschijnlijk zal dat leiden tot een diagnostiek die duidelijker aangeeft wanneer er sprake is van burnout en wanneer er andere ziektebeelden op de voorgrond staan.
Op basis van deze verwachting zullen de inzichten over en behandeling van burnout snel gaan evolueren. Het lijkt alsof de commerciële bedrijven die zich richten op werkgerelateerde problematiek aansluiten bij de vraag van de werkgevers. Het is echter nog onvoldoende onderzocht welke aanpak werkelijk helpt bij welke diagnose. Tot nu toe lijkt een ervarings gerichte aanpak die tot succes leidt, voldoende te zijn. Daarnaast is de aanbieder die het hardst roept dat zijn methode werkt en die een goede ondersteunende PR heeft, degene die een belangrijk aandeel in de markt krijgt. Hopelijk zal er de komende jaren meer aandacht besteedt worden aan de diagnostiek en aan het evidenced based onderzoek van de behandelingen van werkgerelateerde problematiek. Hierbij dient naast aandacht voor een curatieve aanpak van burnout ook een preventieve aanpak verder ontwikkeld te worden.
Burnout als product is tot nu toe vooral aangeboden door commerciële bedrijven. Momenteel gaat ook de gezondheidszorg zich bezighouden met het commerciële bedrijfsleven. Een van de redenen is het voorkomen van arbeidsongeschiktheid van zieke werknemers die werkgevers veel geld kunnen kosten. De GGZ instellingen die op commerciële basis gaan werken nemen burnout meer en meer op in hun product aanbod. Ook de zelfstandig gevestigde pmt-ers bieden trainingen/behandelingen aan voor mensen met werkgerelateerde problematiek. De contacten met het bedrijfsleven vragen vaardigheden die pmt-ers zich nog eigen moeten maken. Een voorbeeld hiervan is het doen van acquisitie. Pmt gericht op werkgerelateerde problematiek is een werkveld dat de moeite waard is om de komende jaren verder te gaan ontwikkelen. Voor de opleiding, NVPMT en pmt-ers liggen hierin een taak om daaraan vorm te geven.
Literatuur
-D.S.M.-1V. Uitgever: Swets&Zeitlinger 1995. ISBN: 90 265 1394 1
-ICD-10.Uitgever: Swets&Zeitlinger 1994 ISBN: 9026513305
-De psychologie van overspanning-Anton J.M. Schmidt.uitgeverij: Boom. 2000. Isbn:9053526161
-Schouten en Nelissen, 2002, website: www.adviesvaardigheden.nl
-Psychische vermoeidheid en werk: cijfers, trends en analyses, red. Irene Houtman, Wilmar Schaufeli, Toon Taris, NWO/Samsom 2000, ISBN 90 14 06858 1
-Burnout. Carien Karsten, uitgeverij: Elmar, 2001, ISBN: 90389 09462
-Behandelstrategieën bij Burnout, Prof. dr. C.A.L. Hoogduin, Prof.dr. W.B. Schaufeli,
Prof. dr. C.P.D.R. Schaap, dr. A.B. Bakker. 2001. Uitgever Bohn Stafleu Van Loghum.
ISBN:90 313 3559 2.
-Offman D.D., Bezieling en kwaliteit in organisaties. Utrecht, Servire, 1996.
