Gast auteur PMT Info Site
Physical fitness and physical self-concept in non-psychotic psychiatric patients
Comparison of the improvements following two different psychomotor therapy programs
Dr. Jan Knapen
Hieronder treft u de Nederlandstalige samenvatting aan van het proefschrift (2003) van Jan Knapen.
Onderzoek geeft aan dat mensen die lijden aan psychische aandoeningen zoals depressie, angst- en/of persoonlijkheidsstoornissen over het algemeen fysiek minder actief zijn dan de doorsnee bevolking. De oorzaken van dit laag activiteitsniveau zijn inherent aan deze ziektebeelden. Energie- en motivatieverlies, en algemene vermoeidheid zijn symptomen van een depressie. Personen die lijden aan angststoornissen vermijden vaak fysieke inspanningen o.w.v. de arousal die hiermee gepaard gaat. Dit vermijdingsgedrag leidt tot een fysieke deconditionering en een negatieve lichamelijke zelfwaardering. Ze dreigen in een vicieuze cirkel terecht te komen.
Psychomotorische therapie tracht deze neerwaartse spiraal te doorbreken en om te buigen in positieve richting. De behandelingsmethode neemt het bewegen en de lichamelijkheid als aanknopingspunten van haar benadering.
Deze studie onderzocht de effectiviteit van psychomotorische therapie op de fysieke fitheid en op de lichamelijke zelfwaardering. De auteurs vergeleken twee vormen van psychomotorische therapie: een specifiek fitnessprogramma bestaande uit kracht- en uithoudingstraining, en een gevarieerd programma bestaande uit diverse sport- en spelsituaties, bewegings- en lichamelijkheidsopdrachten en relaxatietraining.
Dit doctoraatsproject onderzoekt de betrouwbaarheid van een aangepaste versie van een bestaande cardio-respiratorische inspanningsproef en een schaal die de perceptie van vermoeidheid evalueert. Het tweede deel van de studie is een gerandomiseerde trial naar de effectiviteit van de 2 vormen van psychomotorische therapie op de fysieke fitheid en de lichamelijke zelfwaardering. Tevens werd de samenhang tussen de verbetering in fysieke fitheid en de verbetering in lichamelijke zelfwaardering nagegaan. Verder onderzochten de auteurs de associatie tussen de verbetering in de lichamelijke zelfwaardering en de verhoging van de algemene zelfwaardering, en de reductie van depressie en angst.
De inleiding bevat een literatuuroverzicht, probleemstelling, de verantwoording van het onderzoek en een formulering van de onderzoeksdoelen. De vijf hoofdstukken zijn een bundeling van artikels (één reeds gepubliceerd, 3 aanvaard voor publicatie en één ingediend voor publicatie). Elk hoofdstuk sluit af met aanbevelingen voor de klinische praktijk met inbegrip van motiverende strategieën en strategieën ter bevordering van de lichamelijke zelfwaardering. De discussie is een kritische bespreking en integratie van de belangrijkste resultaten van de 5 deelstudies. Tenslotte formuleren de onderzoekers 'evidence based guidelines for psychomotor therapy'.
Het doctoraatsproefschrift bevat een uitgebreide Engels- en Nederlandstalige bibliografie van de auteur.
Dr. Jan Knapen
Doctoraat in de Motorische Revalidatie en Kinesitherapie, K.U.Leuven
Psychomotorisch therapeut Universitair Centrum Sint-Jozef Kortenberg
Vrijwillig wetenschappelijk medewerker, Departement Revalidatiewetenschappen, K.U.Leuven
Promotoren
Prof. Dr. H. Van Coppenolle, Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie
Prof. Dr. J. Peuskens, Faculteit Geneeskunde
Universitair centrum St. Jozef
Leuvensesteenweg 517
3070 Kortenberg
tel. 02/758583
e-mail: jan.knapen@flok.kuleuven.ac.be
