Gast auteur PMT Info Site
Behandeling van daders en slachtoffers van relationeel geweld middels dramatherapie en psychomotorische therapie in een ambulante forensisch psychiatrische instelling.
Antoine Bertens, dramatherapeut & Gisela Roethof, psychomotorisch therapeut
Dit artikel is overgenomen uit Konsten & Peters (2002) 'Terug naar de toekomst. De bijdragen aan het tweedaags symposium van de NVPMT november 2002'. Het artikel verscheen deze maand ook in het Tijdschrift voor Creatieve Therapie, 2003,3.
Deel 1
1. Inleiding
2. Productbeschrijving
Deel 2 (verschijnt november 2003)
3. Uitgangspunten van de module
4. Verloop van de behandelingen
5. Nabeschouwing en eerste conclusies
6. Literatuurverwijzing
1. Inleiding
Het 'Plan Huiselijk Geweld' van minister Korthals van Justitie door hem medio februari 2000 bij de Tweede Kamer ingediend, heeft tot een integrale aanpak van het bestrijden en voorkomen van relationeel geweld op landelijk niveau geleid. De prioriteit van dit plan ligt in de opvang en bescherming van slachtoffers van relationeel geweld. De daderbehandeling krijgt echter binnen de integrale aanpak gaandeweg een steeds grotere betekenis. In verschillende gemeenten in Nederland zijn sindsdien samenwerkingsprojecten – vaak in de vorm van een pilotproject - gestart, zo ook in Nijmegen. Aan het project in Nijmegen werd deelgenomen door het openbaar ministerie van justitie, Politie Gelderland Zuid, instellingen voor slachtofferhulp, Gemeente Nijmegen, reclassering, verslavingszorg en ‘Kairos’, een forensisch psychiatrische dagbehandeling en polikliniek van de Pompestichting. Het project duurde van oktober 2001 tot september 2002. De aanbevelingen worden thans voorgelegd aan de gemeente en de betrokken partners. Naar aanleiding van deelname aan dit samenwerkingsproject is binnen ‘Kairos’ een module ontwikkeld voor een gecombineerde behandeling van daders en slachtoffers van relationeel geweld middels dramatherapie en psychomotorische therapie. Ook andere disciplines (psychiater, psychosociaal begeleider, psychotherapeut) konden ingezet worden in de behandelingen. Het hoofdzakelijk ingezette middel tijdens de pilot was echter de module voor de geïntegreerde benadering middels dramatherapie en psychomotorische therapie. In dit artikel worden de uitgangspunten van deze module beschreven en wordt ingegaan op het verloop en de eerste resultaten van de uitvoering. In een nabeschouwing zullen wij trachten om aan de hand van de eerste ervaringen onze bevindingen weer te geven. Voor de duidelijkheid moet opgemerkt worden dat naast de daders en slachtoffers uit het pilotproject ook “reguliere” patiënten van Kairos aan de behandelmodule deelnemen. Dit zijn dus patiënten die óf met een voorwaardelijke justitiële maatregel óf op vrijwillige basis in de polikliniek aangemeld worden. Zowel de dramatherapeut als ook de psychomotorisch therapeut hebben in hun functie in de instelling ruime ervaring met daders van relationeel geweld en hebben ook eerder al sporadisch de respectievelijke partners bij de behandeling betrokken. Een gestructureerde en integrale aanpak werd echter pas bij aanvang van het pilotproject operationeel.
2. Productbeschrijving
Bij aanvang van het project is ten behoeve van de eigen organisatie als ook voor de betrokken partners in het pilotproject een productbeschrijving gemaakt (op te vragen bij de auteurs). Uiteindelijk zijn wij om praktische redenen afgeweken van de groepsgerichte aanpak zoals beschreven in de genoemde productbeschrijving. We zullen een voor dit artikel relevante beschrijving van rationale, activiteiten, rol van de therapeut, randvoorwaarden en eindtermen geven. Inhoudelijk bezien staan wij nadrukkelijk achter een groepsgerichte behandeling, de module is echter eveneens geschikt voor een individuele (partner) behandeling We zullen hierop in de nabeschouwing terug komen.
Rationale
De module is gebaseerd op het 'dader terugvalpreventie model' van J. Mulder (1996), de module ‘Impulscontroleproblematiek’ (Kuin, 2000) en de ‘Dramaworkshops for anger management and offending behaviour’ (Thompson, 1999). Daarnaast wordt gebruikt gemaakt van principes uit de seksespecifieke hulpverlening zoals die ontwikkeld werden in de vrouwenhulpverlening en de mannenhulpverlening. De keuze om daders en slachtoffers integraal hulp te bieden is gebaseerd op ervaringen en aanbevelingen uit eerder doorgevoerde projecten in het kader van relationeel geweld (o.a. project Haarlem, zie www.huiselijkgeweldhaarlem.nl, verslag conferentie ‘Tijd om nieuwe wegen in te slaan’, Alkmaar, MvV, 2001, 7/8). Ook vanuit het werken met daders van relationeel geweld binnen de reguliere hulpverlening van Kairos is onze ervaring dat slachtoffers in een overgroot deel van de gevallen behoefte hebben om betrokken te worden bij de behandeling van hun gewelddadige partners. De auteurs observeren in behandelingen destructieve verstrengelingen van de partners waardoor dader en slachtoffer steeds weer in dezelfde valkuilen terechtkomen. De combinatie psychomotorische therapie (pmt) en dramatherapie (dt) maakt het mogelijk om lichaams- en bewegingservaringen en gedragingen, c.q. rolpatronen, te herkennen, erkennen en te (leren) hanteren. De keuze voor een man/vrouw-combinatie als therapeuten geeft de mogelijkheid om effectiever in te spelen op seksspecifieke aspecten bij dader en slachtoffer en expliciet gebruik te maken van voorbeeldgedrag (modelling) als interventiemiddel.
Activiteiten
Er wordt gewerkt volgens een gestructureerd en repeterend patroon van: uitleg, demonstratie, uitwerking en nabespreking van een thema. Er wordt gebruik gemaakt van fysieke en mentale opwarmoefeningen, middels standbeeldentheater en rollenspel, lichaambewustwording oefeningen en oefeningen uit de seksespecifieke hulpverlening. Er worden persoonlijke en algemene voorbeeldsituaties geëxploreerd en behandeld.
Rol therapeuten
Er wordt gewerkt met 2 therapeuten (1 dramatherapeut, 1 psychomotorisch therapeut). één werkt in een meer faciliterende, structurerende rol, de ander in een steunende dan wel confronterende rol. Beide therapeuten (man en vrouw) werken in een voorbeeldgevende rol (rolmodel).
Interventies
Interventies zijn er in eerste linie op gericht om het gewelddadig gedrag van de dader te doen stoppen. Nadien richten de interventies zich op het helpen van de partners om hun inefficiënte, spanningverhogende en beschadigende omgaan met elkaar 'in de ruimte' te krijgen en andere, efficiëntere manieren van omgaan met elkaar te exploreren en te oefenen. Interventies richten zich dan meer op het daadkrachtig aangaan van een bevredigend omgaan met elkaar en minder op de polarisatie dader - slachtoffer.
Randvoorwaarden
Dramatherapeut en psychomotorisch therapeut met ruime ervaring in het werken met cliënten met impulscontrole/agressiegegulatie stoornis en ervaring met seksespecifieke hulpverlening. Groepsruimte vrij van tafels, een stoel voor elke deelnemer, een flap-over, stiften, papier en pen, tape. Ruimte met mogelijkheid voor lichaamsbeweging, materiaal (ballen, touwtjes, evenwichtsschommel, etc).
Eindtermen
De cliënten hebben voldoende strategieën ontwikkeld om bij oplopende spanningen hun valkuilen te herkennen en zijn in staat om in het vervolg relationeel geweld te kunnen voorkomen. De partners kunnen beter hun grenzen bepalen en aangeven. Met beide partners wordt door de afdeling Diagnostiek en Onderzoek voor en na de behandeling een psychologisch onderzoek gedaan. Na een psychodiagnostisch intakegesprek worden bij de dader de volgende instrumentaria benut: de verkorte GIT, de NLV, de MMPI-II en de MCMI-III. Daarnaast vullen zowel de dader als ook het slachtoffer de ICLR voor zichzelf en elkaar in. Er is een follow-up gesprek na ca. 4 à 6 maanden.
Einde deel 1
