Gast auteur PMT Info Site

juli 2004




Wat beweegt hen?

Over adolescenten en psychomotoriek. Deel 4, slot


Claudia Emck & Charlotte Smit


Verschenen in: Vandeputte, J., Buitelaar, J., Cohen-Kettenis, P. & Matthys, W. (red) (2000). Uit de kkinderschoenen. 60 jaar Kinder- en jeugdpsychiatrie UMC-Utrecht, pagina 112-126.
Assen: Van Gorcum.


Psychomotorisch therapie in de jeugdpsychiatrie



In de psychomotorische therapie met jongeren proberen we in eerste instantie aan te sluiten bij de bewegingservaring die de jongere in positieve zin heeft opgedaan. We zoeken naar een activiteit waar de jongere affiniteit mee heeft. Hoewel we vanaf het begin een therapeutische context aanbieden, sluiten we qua activiteit aan bij de lichamelijke opvoeding, gymnastiek, dans en recreatiesport. De therapeutische context wordt daarmee een verbijzondering van de pedagogische context.


Aansluiten en ontregelen: de beginnende persoonlijkheidsstoornis

Therapeuten die met jongeren werken, moeten de kunst verstaan om aan te sluiten bij hun belevingswereld terwijl ze zelf in de volwassen positie blijven. Voor jongeren met persoonlijkheidsproblematiek verdient het de voorkeur om op speelse wijze de dreigende rigiditeit in het karakter tegenwicht te bieden. Zo biedt inline-skating veel mogelijkheden om aan te sluiten bij de leefwereld van de jongeren. Het geeft voor de therapeut tevens een scala aan mogelijkheden om te interveniëren, mits de juiste context gecreëerd wordt.

Adriaan.
De ontwikkeling van Adriaan (15 jaar) is ernstig gestagneerd. Hij weigert naar school te gaan hoewel hij daar als hoogbegaafd te boek staat. Hij heeft geen contact met leeftijdsgenootjes en houdt als een jonge professor hooghartig afstand. Adriaan brak ooit in de gymles op de basisschool een nekwervel. Daarna heeft hij niet meer meegedaan aan het bewegingsonderwijs.
Zijn rug is kaarsrecht. Hij heeft zijn hoofd iets geheven en zijn nek lijkt dun en strak. Hij kijkt vanachter zijn metalen brilletje met enigszins opgetrokken wenkbrauwen de wereld in. Als hij bij ons in de kliniek komt, vertelt hij dat hij somber is, omdat het op school niet meer gaat en 'dat dit het enige is wat hij heeft'. Hij heeft namelijk geen vrienden, geen hobby’s en hij durft niet te sporten. Na enkele weken observatie blijkt dat hij weliswaar slim, maar niet hoogbegaafd is. Het motorisch en sociaal competentiegevoel zijn zeer slecht ontwikkeld. Er is sprake van een depressie en een dreigende stoornis in de persoonlijkheidsontwikkeling.
Adriaan komt in een inzichtgevende PMT-groep. Daar experimenteert hij met diverse bewegingsvormen. Hij raakt zeer gespannen bij het skaten en komt letterlijk niet vooruit. Wij komen samen tot de conclusie dat hij zich niet durft te laten gaan uit angst om te vallen - en vallen is zichtbaar falen. Dit is het 'leitmotiv' van zijn leven: extreme controle en minimaal risico nemen ter vermijding van falen.
Eén en ander geeft gelegenheid tot het bespreken van zijn cognities en het voorleggen van alternatieven: je móet juist vallen om te kunnen leren; met vallen en opstaan ontwikkel je jezelf; mogen vallen van jezelf is menselijk mogen zijn; vallen biedt gelegenheid tot contact; als je wel eens valt ben je een gewone adolescent. De beste stuntskater uit de groep - waar Adriaan veel bewondering voor heeft - zegt dat échte skaters juist vallen. Dit wordt een pakkende rationale voor de therapie en daarmee begint het proces te rollen.....
Adriaan gaat vooruit op de skates en maakt flink wat smakken, maar blijkt een gezonde dosis humor te bezitten. Enkele weken later gaat hij mee naar de stad om skates te kopen voor de afdeling. Hij past er voor zichzelf ook een paar. Na enige aarzeling durft hij ze in de winkel uit te proberen en jawel..... midden in de winkel valt hij. Voor niet-wetende omstanders is dit wellicht een blunder, voor Adriaan werd het een overwinning: echte skaters vallen tenslotte! Hij koopt een paar eigen skates. Hij begint aan een nieuwe hobby, hij maakt contact met leeftijdsgenoten en hij koopt een sportbril. Eenmaal terug op zijn eigen school gaat hij weer meedoen met de gymles. Hij vertelt de leraren en klasgenoten dat hij niet langer hoogbegaafd is. Kortom, hij kan weer invoegen en...' de blik is weer op buiten gericht'.


Bij Adriaan kozen we voor gewone activiteiten de aansluiting bij leeftijdgenoten op gang te helpen, omdat hij zichzelf op belemmerende wijze als bijzonder beleefde. Dit gaat echter niet altijd op. Soms is het belangrijk om werkvormen te gebruiken die de jongere ontregelen of om de jongere kennis te laten maken met psychomotorische werkvormen en methodieken die alleen gebruikt worden in therapie.


Van speelse regressie tot progressie: nogmaals Anorexia Nervosa

Vanuit het behandelteam kwam voor de psychomotorisch therapeut de vraag om een vijftal meisjes met ernstige anorexia nervosa een normale zithouding aan te leren. De meisjes vertonen veel overeenkomsten in het houdingsbeeld. De eigen identiteit is nog onvoldoende ontwikkeld en imitatie van houding en gedrag komt veel voor. Een nieuw groepslid ziet er na een week meestal net zo uit als de anderen: een ineengedoken houding, schouders opgetrokken, het hoofd vooruit gestoken en de knieën hoog opgetrokken. De meisjes zitten op het puntje van de stoel en zijn nog niet in staat om 'normaal' te zitten.
In eerste instantie werd een gedragtherapeutisch programmaatje aangeboden, waarin stapje voor stapje geoefend werd met normaal zitten op een stoel. Deze 'serieuze' aanpak had echter weinig succes en werkte juist angstverhogend. Een speelsere aanpak bleek noodzakelijk. Met behulp van de ringen, een trapeze en een plankje werd een schommel gemaakt en werden de meisjes uitgenodigd te gaan schommelen. Daar voelden zij wel wat voor!


De schommel biedt uitkomst voor een aantal problemen. Ten eerste wordt het meisje gedwongen om echt te gaan zitten, anders valt ze eraf. Het schommelen stopt de bewegingsdrang. Ook neemt de krampachtige en gespannen houding af en de ontspanning neemt toe. Tenslotte biedt de schommel mogelijkheden tot het aansnijden van andere thema's, zoals het herkennen van lichaamssignalen en het aangeven van grenzen.
Hoewel de beschreven werkvorm die in eerste instantie niet passend lijkt voor jongeren in deze levensfase, wordt hiermee een specifiek therapeutisch effect bewerkstelligd. Soms is het in de therapie zinvol om gebruik te maken van bewegingsarrangementen die regressieve gevoelens opwekken, zoals de schommel. Het is één van de mogelijkheden om pathologische en rigide patronen die vaak al jarenlang bestaan te doorbreken.
Bij de meisjes met een ernstige vorm van anorexia nervosa bestaat het gespannen zitpatroon vaak al lange tijd. Ze weten vaak niet eens meer hoe écht zitten aanvoelt. Dit moet dan opnieuw ervaren en aangeleerd worden. Het is belangrijk dat niet bij het zitten in de therapie blijft, maar dat er een transfer gemaakt wordt naar andere situaties, zoals de school en het dagelijkse leefmilieu. We streven dan naar een geleidelijke uitbreiding van het gedrag.

In de schommelsituatie zijn tevens symbolische elementen aanwezig. Schommelen verwijst al snel naar ‘gewiegd worden’ en ‘passief mogen zijn’ en impliceert daarmee een ander die vroegkinderlijke behoeften gratificeert. Binnen de psychomotorische therapie valt de keuze op specifieke symbolische werkvormen, wanneer er sprake is van een intrapsychisch conflict dat naar verwachting uitgewerkt kan worden met behulp van psychomotorische expressie. Deze werkvormen zijn verwant aan de Pesso-psychotherapie, maar ze zijn aangepast aan de setting en de specifieke doelgroep. De eerder beschreven fall-catch oefening in het fragment van Thijs is hiervan een voorbeeld. De psychomotorische therapie is er altijd op gericht om de aansluiting bij leeftijdsgenoten te bevorderen. De gekozen bewegingsarrangementen sluiten zoveel mogelijk aan bij de belevingswereld. Kortom, de psychomotorische therapie bij jeugdigen is zo gewoon als mogelijk en zo bijzonder als noodzakelijk.


TOT SLOT: ERVARING EN EFFECT

De roep om evidence based therapievormen is tegenwoordig groot. Voor de psychomotorisch therapeuten betekent dit, dat er nog veel te doen valt. Een eerste stap daarbij is de ontwikkeling van specifieke modulen die binnen een zorgprogramma kunnen worden aangeboden en handleidingen voor specifieke vormen van psychomotorische therapie. Voor depressie, anorexia nervosa, psychosen en stoornissen in de lichaamsbeleving zijn aanzetten gedaan (zie o.a. Probst 1997 en Emck 1998). Ook onderzoek naar psychomotorische diagnostiek in de kinder & jeugdpsychiatrie is van belang (du Bois 1990, Hammink e.a. 1999).
De toetsing van klinische ervaring is niet eenvoudig. Dit komt omdat psychomotorisch therapeuten over het algemeen geen faciliteiten hebben om onderzoek te verrichten en de psychomotorische therapie veelal als onderdeel van een behandelprogramma wordt aangeboden. En hoewel er in andere landen ook dergelijke vormen van therapie bestaan, zoals Sport-therapy en Integratieve Leib- und Bewegungstheapie, zijn de internatonale verschillen erg groot. Men kan dan ook nog niet van een helder omschreven ‘body of knowledge’ spreken en er zijn nog geen grote internationale studies. Hoopvol is echter dat het Trimbos Instituut de vaktherapieën serieus genoeg heeft gevonden om een verdiepend onderzoek in te stellen, hoewel dit helaas alleen de volwassenenpsychiatrie betreft. Gezien het belang van bewegen en lichamelijkheid in de ontwikkeling van kinderen, hopen wij dat ook in het kinder- en jeugdpsychiatrisch veld spoedig meer mogelijkheden voor onderzoek naar psychomotoriek ontstaan.


* * *


Referenties

Du Bois, R. (1990). Körper Erleben und psychische Entwicklung. Göttingen: Verlag für Psychologie.
Emck (1997) Stress management training voor jongeren met psychotische stoornissen. Leuven: Acco.
Gordijn, C.C.F., van den Brink, C., Meerdink, P, Tamboer, J.W. & Vermeer, A. (1975).
Wat beweegt ons? Baarn: Bosch & Keuning.
Hammink, M.N., Verhey, F. & Vermeer, A. (1999) Ontwikkeling en bewegen binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Bewegen & Hulpverlenen, 16, 268-290
Probst (1997). Body experience in eating disorders. Academisch proefschrift. Leuven.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie