Gast auteur PMT Info Site

november 2004




Vaktherapie onder de loep (2)

Een enquête onder vaktherapeuten over mogelijke samenwerkingsvormen tussen PMT en CT


Winneke Rauh en Dieke van Duijnhoven


Dit artikel verscheen eerder in het Tijdschrift voor Creatieve Therapie, 2004, 2.

Stel, de verenigingen worden één gezamenlijke vereniging, wat zou dat betekenen? Waar zitten de valkuilen en wat zijn de voordelen?
Valkuilen die genoemd worden zijn het ontstaan van een machtsstrijd m.b.t. wie de meeste wetenschappelijke kennis heeft en de grootte van vereniging. Van verschillende kanten klinken geluiden m.b.t. identiteitsverlies; het verlies van het kunstzinnige aspect en daardoor een uitholling van CT, het niet meer varen van een eigen koers en minder diepgang per therapievorm. Ook komen de verschillen in opleiding en kennis tussen CT en PMT wederom aan de orde. Zo bestaat er bij enkelen angst voor afschaffing van de VO-PMT en de universitaire opleiding, en het ontstaan van proportioneel minder wetenschappelijk opgeleide therapeuten. Ook wordt gedacht aan een grotere concurrentie op de arbeidsmarkt, meer bureaucratie en grote verschillen in visie, welke voor problemen kunnen gaan zorgen. Een andere valkuil zouden afsplitsingsgroepen zijn die het niet eens zijn met de samenwerking, vast willen houden aan het verleden, of zich op een andere wijze willen profileren.
Als voordelen ziet men dat we samen sterker staan, en dat we ons beter kunnen profileren en promoten, o.a. bij verwijzers, instellingen cliënten en zorgverzekeraars. Tevens kan er geprofiteerd worden van elkaars kwaliteiten, efficiënter gebruik van middelen, en kan er ruimte ontstaan voor wederzijdse inspiratie en uitwisseling van modules, producten en onderzoek. Zo wordt er gedacht aan meer wetenschappelijke input in de NVCT en een gezamenlijke ontwikkeling rondom de behandeling van een bepaalde stoornis.

Stelling: Als de verenigingen gaan samenwerken:
A) wordt de NVPMT door de NVCT opgeslokt. De NVCT is namelijk veel groter.

Twee respondenten zijn het eens met deze stelling, 33 zijn het hiermee oneens, 8 maakten geen duidelijke keuze en twee therapeuten hadden geen mening.

B) doet de NVCT onder voor de PMT, omdat de PMT-ers over het algemeen wetenschappelijker zijn opgeleid.

Twaalf therapeuten zijn het met deze stelling eens, 24 respondenten zijn het hiermee oneens. Zeven therapeuten maakten geen duidelijke keuze en twee therapeuten gaven aan geen mening m.b.t. de stelling te hebben.

Uit de antwoorden op bovenstaande stellingen komt naar voren dat het merendeel van de respondenten, zo’n 73,3% bij stelling A, van mening is dat de NVPMT niet opgeslokt zal worden door de NVCT.
Een aantal therapeuten maakten geen duidelijke keuze; één therapeut gaf aan dat alles opgeslokt wordt, een ander gaf aan dat het een risico is dat dat gebeurt, en weer twee anderen gaven aan dat het al dan niet opslokken van de NVPMT afhankelijk is van de vorm van de samenwerking.
Een krappe meerderheid, zo’n 53,3% van de stemmen bij stelling B, vindt dat de NVPMT, ondanks meer wetenschappelijke achtergrond, niet onderdoet voor de NVCT.
Eén respondent gaf bij deze stelling aan dat PMT-ers enerzijds meestal wel wetenschappelijker zijn opgeleid, maar dat er anderzijds voor PMT niet werkelijk meer resultaten van kwantitatief onderzoek zijn dan voor CT, en dat er tussen de modules en producten van PMT-ers en CT-ers geen verschillen aanwezig zijn. Bovendien, zo geeft een ander aan, blijkt dat relatief weinig PMT-ers de VO hebben gedaan, en dat veel CT-ers post-HBO geschoold zijn. Dit maakt de verschillen in opleiding dus weer kleiner.

Hoe intensief zouden beide verenigingen volgens jou moeten gaan samenwerken en waarom?
Iets minder dan de helft van de respondenten heeft het idee om de NVCT en NVPMT te fuseren tot één vereniging. Een ander deel van de respondenten kiest voor een intensieve samenwerking tussen beide verenigingen. Maar samenwerken, dat kan op vele manieren…. Er zijn verschillende ideeën geopperd, met verschillende accenten.
Een aantal ideeën: samenwerking op alle gebieden waar nu commissies bestaan, of op bepaalde gebieden, zoals bv. bij de richtlijnontwikkeling en het organiseren van studiedagen. Een ander idee is om een apart bestuurlijk deel voor beide verenigingen te behouden, die meer vakinhoudelijk gericht zijn. Nog een variant daarvan: organisatorisch veel samenwerken, met daarnaast veel ruimte voor ontwikkeling van de eigen vakgebieden en specialismen.
Inhoudelijk gezien is het idee geopperd om samen te werken binnen de supervisie- en (her)registratietrajecten, waarbij het gaat om een supervisietraject voor vaktherapie, en niet specifiek voor PMT of CT. De samenwerking zou tevens invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van onderzoek en opleiding.
Het blijkt dat goede informatieverstrekking naar de achterban wenselijk is, zodat de samenwerking niet alleen een bestuurskwestie is.
Een klein aantal therapeuten ziet de samenwerking niet zitten; één therapeut heeft de opvatting dat de verenigingen op administratief- en BIG-registratieniveau, maar niet op vakinhoudelijk niveau, samen moeten gaan werken.

Kun je iets vertellen over hoe de huidige situatie t.a.v. vaktherapie er volgens jou uitziet?
Volgens een aantal therapeuten ziet het er niet zo rooskleurig uit. Vaktherapie blijft kwetsbaar, en de angst bestaat dat het wegbezuinigd wordt. Volgens een ander is CT buiten de instellingen ook nog te weinig bekend.
Een mening die meer naar binnen is gericht, is dat een gemeenschappelijk vaktherapeutisch referentiekader nog nauwelijks aanwezig is. Zo is menig lid van de NVCT nog niet op de hoogte van de supervisorenopleiding vaktherapie, terwijl deze bijdraagt aan de ontwikkeling van dit referentiekader. Een andere indruk is dat vaktherapeuten zich aan lijken te passen aan stromingen in andere beroepen; het heeft schijnbaar geen eigen richting.
Een respondent schrijft over de verschillen tussen PMT en CT; de indruk bestaat dat CT meer opleidingenstrijd en veel jargon heeft, terwijl PMT meer een geheel lijkt te zijn, waarbij zij op dit moment vooral bedreigd worden door de lichaamsgerichte psychologen.
Binnen instellingen lijkt PMT meer gewaardeerd te worden dan vormen van CT, waarbij tevens een onderscheid wordt gemaakt tussen ontwikkelingen in de afzonderlijke beroepsgroepen, die verschillend zouden zijn. Over het algemeen zijn er te veel afgestudeerde CT-ers voor te weinig arbeidsplaatsen.
Een ander is van mening dat er nog te veel vaktherapeuten aan het werk zijn die onvoldoende kennis, vaardigheden en visie tonen, wat de beeldvorming negatief beïnvloedt.
Echter, en dat is een meer positieve belichting, aan die beeldvorming wordt op dit moment, d.m.v. de diverse kenniskringen en de ontwikkeling van de opleidingen, het schrijven van producten en modules, erkenning van het vijfde cluster binnen de GGZ en de BIG-registratie die in aantocht is, geschaafd: we laten zien wie we zijn en wat we in huis hebben. Een therapeut laat weten dat er op dit moment volgens hem meer vanuit vertrouwen, vaardigheden en kracht gehandeld wordt, i.p.v. uit de onzekerheid en verdediging van vroeger.
Dan zijn er nog een aantal therapeuten waarbij de ideeën niet direct eenduidig zijn. Zo vindt een respondent dat vaktherapie erkend en gewaardeerd wordt in het werkveld, maar dat vooral de financiële waardering verbeterd mag worden. Ook zijn er verschillende therapeuten die aangeven dat de stand van zaken per werkveld en instelling heel verschillend zijn, waardoor de beeldvorming nogal eens versnipperd kan zijn.
Een andere mening is dat vaktherapie op dit moment in een overgangsfase verkeert; vaktherapeuten krijgen volgens diegene wel het vertrouwen van cliënten, maar niet dat van officiële reguliere instanties. Tot slot wordt nog aangegeven dat samenwerking tussen PMT en CT tijd nodig heeft; communicatie tussen beide beroepsgroepen zal de samenwerking zeker ten goede komen.

Hoe zie jij de toekomst voor vaktherapie?
De meningen zijn hierover verdeeld. Een deel van de respondenten geeft aan dat het profileren en professionaliseren van vaktherapie noodzakelijk is en blijft, maar ziet dat, mits er sprake is van gezamenlijke inspanning, ook positief tegemoet. Zo wordt ontwikkeling binnen de opleidingen, universitaire scholing en onderzoek belangrijk gevonden. De samenwerking tussen de verschillende vaktherapeuten kan elkaar inspireren en versterken, waardoor gewerkt kan worden aan moduleontwikkeling, een beroepsvereniging, beroepsprofiel en een vaktijdschrift, en dit alles gezamenlijk met CT-ers en PMT-ers. Bovendien wordt, naast onderzoek, aangegeven dat het belangrijk is om bij de profilering concreet te laten zien wat er binnen vaktherapie gebeurt, welke bijdrage er aan de behandeling geleverd wordt, en waarin een onderscheid van andere therapievormen plaatsvindt.
Tevens wordt aangegeven dat het tijd wordt om de strijd om gelijkwaardigheid met psychotherapie te stoppen. Het gaat erom dat we de kracht van vaktherapie laten zien, zonder dat we ons met anderen vergelijken.
Andere therapeuten hebben een meer sombere blik op de toekomst van vaktherapie, waarbij de angst wegbezuinigd te worden weer om de hoek komt kijken. Maar ook bestaat de indruk dat het geheel geprotocolleerder, klachtgerichter en zakelijker zal worden.
Volgens een respondent staat of valt vaktherapie met de samenwerking tussen CT en PMT.

Bestaat er op jouw werkplek een samenwerking tussen PMT en CT?
Bij 30 van de respondenten, dat is zo’n 66, 7%, wordt er op de werkplek tussen PMT-ers en CT-ers samengewerkt. Bij 10 respondenten, zo’n 22,2%, is dat niet het geval. Bij 5 respondenten was de vraag niet van toepassing, was er geen antwoord ingevuld, of werkte de therapeut zelfstandig.

Wordt er samengewerkt als vaktherapeuten, of als collega’s in een multidisciplinair team?
Bij 7 respondenten (15,6%) wordt er samengewerkt als vaktherapeuten, bij 5 respondenten (11,1%) gebeurt dit in multidisciplinaire teams, en bij 22 therapeuten (48,8%) gebeurt dit op beide niveaus. Twee respondenten gaven geen antwoord, en voor negen therapeuten was deze vraag niet van toepassing.

Wat zijn de overeenkomsten tussen PMT en CT, behalve het non-verbale karakter van de therapievormen?
Hierbij worden voornamelijk overeenkomsten genoemd die ook gelden voor de verschillende vormen van creatieve therapie. Het ervaringsgericht werken en het handelingsaspect binnen het medium, wordt het meest genoemd. Iets specifieker: het zijn, volgens de respondenten, beide therapievormen waarbij op methodische wijze via het medium aan therapiedoelen wordt gewerkt, waar een integratie van denken, voelen en handelen belangrijk is, en waar gebruik gemaakt wordt van metaforen en interactie.
Verder wordt nog benoemd dat beide therapievormen zich op praktische wijze richten op het hier en nu, dat er uitgegaan wordt van de krachten van de cliënt, waarbij gewerkt wordt aan het contact maken met je gevoel. Tot slot wat laatste puntjes: beide therapievormen zijn niet non-verbaal, zijn breed inzetbaar binnen verschillende therapiedoelen en doelgroepen, en zijn niet geregistreerd bij de BIG.

Wat zijn, naast het medium, de verschillen tussen PMT en CT?
Volgens de mening van verschillende CT-respondenten wordt er bij PMT minder of geen gebruik gemaakt van scheppende kunst en creatieve vermogens. Verder bestaat de indruk dat PMT meer lichaams-, bewegings- en trainingsgericht is, en tevens directiever en gestructureerder, terwijl bij CT meer nadruk op spel, creativiteit en analogie ligt. PMT zou directer (t.a.v. het uiten van gevoelens) en meer confronterend zijn.
Het verschil in opleiding komt ook naar voren, alsook een ander theoretisch kader en de, volgens een respondent, meer gedegen therapieproducten. Daarbij wordt door een ander nog benoemd dat PMT-ers veelal van één opleiding komen, terwijl CT-ers zowel van verschillende opleidingen komen alsook andere media hebben., waardoor de indruk ontstaat dat PMT-ers onderling minder verschillen in visie hebben en daardoor eenduidiger lijken.
Het omgaan met bewegen en lichamelijkheid bij PMT is letterlijk dichter op de huid, waardoor er in mindere mate of geen intermediair tussen de persoon en de omgeving is. Hierop aansluitend zijn er verschillende ideeën m.b.t. weerstand binnen therapie. Zo heeft één therapeut de indruk dat CT meer weerstand oproept omdat de media op zich minder bekend voor cliënten zijn, terwijl een andere therapeut de indruk heeft dat cliënten binnen CT makkelijker controle los kun laten, omdat de cliënt zelf lichamelijk minder zichtbaar is, wat bij PMT wel het geval is.
Tevens wordt benoemd dat de organisatiestructuur binnen de NVPMT anders is dan binnen de NVCT.
Een therapeut heeft de indruk dat PMT-ers zich meer praktisch voorbereiden op een therapie, terwijl CT-ers hetgeen ze in therapie aanbieden meer afhankelijk maken van de actuele situatie en dan spontaan werkvormen bedenken. Daarnaast bestaat de indruk dat technieken die binnen PMT ingezet worden zowel kwalitatief als kwantitatief verder ontwikkeld zijn.
Een PMT-er is van mening dat PMT meer dan CT gericht is op gedragsverandering, dat het een bijdrage levert aan de genezing van de lichamelijke kant van een ziekte of stoornis, en meer doet aan het aangaan en verbeteren van sociale relaties. Een andere PMT-er heeft de indruk dat er bij CT vaker naar een eindresultaat of product toegewerkt wordt, terwijl bij PMT de ervaringen in het lijf zelf opgeslagen worden.

De laatste vraag had betrekking op de mogelijke gevolgen van de samenwerking tussen PMT en CT voor het TvCT, waarbij verschillende ideeën werden geopperd. Bedankt voor de tips; zij worden door de redactie ter harte genomen.

Ondanks dat niet alle meningen van de vaktherapeuten in Nederland in dit artikel weerspiegeld zijn, geven bovenstaande antwoorden toch een kijkje in de keuken van de vaktherapeut op de werkvloer. Het lijkt ons dan ook een goed idee om in de toekomst het versturen van een vragenlijst vaker toe te passen, om een beeld te krijgen van de meningen van vaktherapeuten in het werkveld over een bepaald onderwerp. Tot slot willen wij graag eenieder bedanken die de vragenlijst heeft ingevuld, want… hoe meer reacties, hoe meer duidelijkheid er ontstaat over de meningen van ons vaktherapeuten!

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie