Gast auteur PMT Info Site
Spiegel- en video-exposure gericht op versterking van positieve lichaamsbeleving bij cliënten met eetstoornissen.
Drs. M.E. Rekkers
Inleiding
Pas de laatste decennia zijn er vanuit verschillende disciplines op basis van diverse theoretische achtergronden programmas ontwikkeld en beschreven om de verstoorde lichaamsbeleving bij eetstoornissen te behandelen. (Rekkers & Schoemaker, 2002). Wat deze programmas gemeen hebben is dat de verstoorde lichaamsbeleving opgevat wordt als een primair en essentieel aspect van de eetstoornis. Het verwerven van een realistische lichaamsbeleving is dan ook een belangrijk herstelcriterium. Diverse auteurs bevestigen dat er prognostisch een terugval te verwachten is als de verstoorde lichaamsbeleving niet behandeld is. (Freeman ea, 1985; Button, 1986; Garner ea, 1992; Fairburn ea, 1993; Jansen,1998). Ook Probst (2002) stelt dat er een terugval te verwachten is bij cliënten die aan het einde van een therapie nog veel moeite hebben om het eigen lichaam te aanvaarden, nog steeds verlangen naar een (ongezond) ideaalbeeld of een sterke negatieve lichaamsbeleving behouden. Hoewel er volgens Probst dus voldoende redenen zijn om directe en specifieke therapeutische aandacht aan lichaamsbeleving te besteden is de literatuur hierover vrij beperkt. Er is weinig geschreven over of onderzoek gedaan naar de therapeutische technieken en methoden die gericht zijn op het beïnvloeden van de verstoorde lichaamsbeleving.
Fernández & Vandereycken (1994) onderscheiden twee specifieke therapeutische benaderingen die gepubliceerd hebben over het behandelen van de verstoorde lichaamsbeleving. Een non-verbale benadering, te weten psychomotorische therapie (Vandereycken ea, 1987; Probst ea, 1999a; Probst ea, 1997; Probst, 1999b; Rekkers & Schoemaker, 2002) en een verbale benadering, te weten cognitieve gedragstherapie (Rosen ea, 1990; Raich ea, 1995; Jansen, 1998).
In Nederland worden therapeutische interventies gericht op de behandeling van de lichaamsbeleving bij eetstoornissen met name toegepast door psychomotorische therapeuten.
Lichaamsexposure door middel van spiegel- en videoconfrontatie
Binnen de psychomotorische therapie wordt onder andere veelvuldig gebruik gemaakt van spiegel- en videoconfrontatie om de verstoorde lichaamsbeleving gunstig te beïnvloeden. Wanneer spiegel- en/of video-oefeningen herhaaldelijk worden uitgevoerd kunnen ze opgevat worden als lichaamsexposure met desensitisering.
Het is dan de bedoeling dat de cliënt leert, c.q. went te kijken naar de lichaamsdelen waar de cliënt zeer ontevreden over is. Vaak zijn dit de zogenaamde B lichaamsdelen, zoals: borsten, buik, billen en (boven)benen. De aanname daarbij is dat deze lichaamsexposure m.b.v. spiegel en/of video zal leiden tot een realistischer en minder negatief lichaamsbeeld van zichzelf.
De literatuur ten aanzien van deze aanname geeft echter tegenstrijdige berichten.
Onderzoek
Onderzoek naar therapeutische effecten van lichaamsexposure met spiegeloefeningen is voor het eerst gedaan door Norris (1984). Zij deed onderzoek naar de effecten van spiegelconfrontatie op het schatten van eigen lichaamsafmetingen bij anorexia nervosa en boulimia nervosa cliënten en concludeerde uit de resultaten dat spiegelconfrontatie een positieve invloed heeft op bekwaamheid van cliënt om eigen lichaamsomvang te schatten.
Volgens Krueger & Schofield (1986 in: Probst, 2001) en Feedman (1988 in: Probst, 2001) zou het spiegelen bijdragen tot de vorming van een meer stabiele geïntegreerde mentale representatie van het eigen lichaam. Goldsmith & Thompson (1989) deden onderzoek naar het effect van spiegelconfrontatie bij gezonde vrouwen die de neiging hadden om de omvang van hun lichaam te overschatten. Het resultaat van dit onderzoek was dat de vrouwen in de experimentele groep (behandeling spiegelconfrontatie) zichzelf minder overschatten dan de vrouwen in de controlegroep (behandeling: discussie over gezonde gewoonten).
Een recent onderzoek van Key ea. (2002) bevestigt niet alleen de bevindingen van Norris, maar beschrijft ook verbetering van lichaamstevredenheid en significante afname van lichaamsangst en vermijdingsgedrag. Key ea. stellen dat spiegelconfrontatie een sterke emotionele respons uitlokt, waardoor het een effectieve vorm van exposure is, wat een succesgevoel kan opleveren. Wel wordt toegevoegd dat bij patiënten met een achtergrond van (seksueel) geweldervaring, het zaak is dat deze patiënten niet overweldigd worden door deze respons.
Er zijn echter in de literatuur ook waarschuwende geluiden over de negatieve impact van lichaamsexposure op de zelfbeleving te vinden (Probst, 1999b, 2002).
Deze waarschuwende geluiden worden ondersteund door recent onderzoek van Jansen, Nederkoorn & Mulkens (2005), waaruit onder andere blijkt dat eetstoorniscliënten hun aandacht, als ze naar zichzelf kijken, voornamelijk vestigen op ingebeelde lelijke lichaamsdelen en nauwelijks op lichaamsdelen die ze bij zichzelf mooi vinden. Als ze echter naar het lichaam van anderen kijken focussen ze vooral op mooie lichaamsdelen en niet op lelijke lichaamsdelen van de ander. Deze selectieve manier van kijken bleek een sterke negatieve invloed te hebben op de stemming . Proefpersonen zonder eetstoornis uit de controlegroep deden exact het tegengestelde en vertoonden geen veranderingen in stemming.
Nieuwe experimentele methode voor lichaamsexposure
Deze methode is gebaseerd op bovenstaand onderzoek van Jansen, Nederkoorn & Mulkens (2005). Het doel van deze lichaamsexposure is dat cliënten met een verstoorde lichaamsbeleving leren om te focussen op juist de lichaamsdelen die ze mooi vinden en/of de lichaamsdelen waar ze tevreden over zijn. Het is dus niet de bedoeling dat ze geconfronteerd worden met lichaamsdelen waar ze zeer ontevreden over zijn, zoals bijvoorbeeld de eerder beschreven B lichaamsdelen.
In grote lijnen ziet het protocol voor deze lichaamsexposure er als volgt uit. Na een intakefase wordt er gestart met het bespreken van de rationale en het doornemen van de (tijdens de intake) ingevulde vragenlijsten over lichaamsbeleving.
Een essentieel onderdeel van de rationale is het bespreken van de uitkomsten van het onderzoek van Jansen, Nederkoorn & Mulkens (2005). Op een groot vel papier worden de resultaten beeldend weergegeven en aan de cliënt meegegeven om thuis nog eens te bekijken.
Hierna worden in overleg met de cliënt lichaamsdelen gekozen om de exposure mee te starten. Dit zullen lichaamsdelen zijn die relatief gezien de hoogste waardering hebben gekregen op de diverse vragenlijsten. Van de gekozen lichaamsdelen wordt een hiërarchie gemaakt.
In een stappenplan worden dan een aantal sessies besteed aan lichaamsexposure met de gekozen lichaamsdelen. Eerst met de spiegel, later ook met de video. Tegelijkertijd krijgt de cliënt na elke sessie huiswerkopdrachten om zelf mee te gaan oefenen. Voor de laatste sessie worden dezelfde vragenlijsten over lichaamsbeleving weer ingevuld en tijdens de laatste sessie vindt de evaluatie plaats en worden de uitkomsten van de vragenlijsten vergeleken en besproken.
Literatuur
Button, E. (1986). Body size perception and response to outpatient treatment in anorexia nervosa. International Journal of Eating Disorders, 5, 617-629
Fairburn, C.G., Peveler, R.C., Jones, R., Hope, R.A. & Doll, H.A. (1993). Predictors of twelvemonth outcome in bulimia nervosa and the influence of attitudes to shape and weight. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 61, 696-698
Fernández, F. & Vandereycken, W. (1994). Influence of Video Confrontation on the Self-Evaluation of Anorexia Nervosa patients: A Controlled Study. Eating Disorders, vol 2, No. 2, 135-139
Freeman, R.J., Beach, B., Davis, R. & Solyom, L. (1985). The prediction of relapse in bulimia nervosa. Journal of Psychiatric Research, 19, 349-353
Garner, D.M., Garner, M.V. & Egeren, L.F. van (1992). Body dissatisfaction adjusted for weight: The body illusion index. International Journal of Eating Disorders, vol. 12, nr. 3, 263-271
Goldsmith, D., Thompson, J.K. (1989) The effect of mirror confrontation and size estimation feedback on perceptual inaccuracy in normal females who overestimate body size. International Journal of Eating Disorders, 8, 437-444
Jansen, A. (1998). Lichaamsbeeldtherapie. In A. Jansen, & A. Meyboom (eds.), Behandelingsstrategieën bij bulimia nervosa (pp. 72-83). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum
Jansen A., Nederkoorn C., Mulkens S (2005). Selective visual attention for beautiful and ugly body parts in eating disordered subjects. Behaviour Research and Therapy
Key, A., George, C.L., Beattie, D., Stammers, K., Lacey, H., Waller, G. (2002). Body Image Treatment within an Impatient Program for Anorexia Nervosa: The Role of Mirror Exposure in the Desensitization Process. Eating Disorders, 31, 2: 185-190
Norris, D.L. (1984) The effects of mirror confrontation on self estimation of body dimensions in anorexia nervosa, bulimia and two control groups. Psychological Medicine, 14: 835-842
Probst, M., Van Coppenolle, H., Vandereycken, W. (1997). Body experience in anorexia nervosa: The use of video confrontation in psychomotor therapy. In A. Vermeer R.J. Bosscher, & G. D. Broadhead (Eds). Movement therapy across the lifespan. (pp. 123-137). Amsterdam: VU University Press.
Probst, M., Vanderlinden, J., Vandereycken, W., Van Coppenolle, H. (1999a). Over bewegingsdrang en psychomotorische therapie bij anorexia nervosa-patiënten. Directieve therapie, jrg 19, 3, 260-275
Probst, M. (1999b) Psychomotorische therapie bij anorexia nervosa en boulimia nervosa: een mogelijke benadering. In J.A. Bloks, E.F. van Furth & H.W. Hoek (Eds), Behandelingsstrategieën bij anorexia nervosa. (pp. 80-94). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
Probst, M. & Bosscher, R.J. (2001). Psychomotorische therapie in Vlaanderen en Nederland. In: M. Probst, R.J. Bosscher (Eds.) (pp. 1-15). Ontwikkelingen in de Psychomotorische therapie. Zeist: Cure & care publishers.
Probst, M. (2002) Lichaamsbeleving. In: Vandereycken W, Noordenbos G (ed) Handboek eetstoornissen. Utrecht: De Tijdstroom (p 233-248)
Raich, R.M., Soler, A., Mora, M. (1995). A Cognitive-Behavioral Approach to the Treatment of Body Image Disorder: A Pilot Study. Eating disorders, vol. 3, No. 2, 175-182.
Rekkers, M. & Schoemaker E., (2002). Gewichtige lichamen, Lichaamsbeleving en eetstoornissen. Leuven: ACCO
Rosen, J. C., Cado, S., Silberg, N.T., Srebnik, D., & Wendt, S. (1990).Cognitive behavior therapy with and without size perception training for women with body image disturbance. Behavior Therapy, 21, 481- 49
Vandereycken , W., Depreitere, L. & Probst,M. (1987). Body-oriented therapy for anorexia nervosa patients. American Journal of Psychotherapy, 41, 252-259
Over de auteur
Drs. Marlies Rekkers
Gezondheidszorgpsycholoog LWP, psychomotorisch therapeut
Multidisciplinaire maatschap voor psychotherapie
De Praktijk
Postbus 37744
1030 BG Amsterdam
020-6180334 // 06-50967198
