Scripties
Een compententiegerichte psychomotorische observatie samen met het gezin.
Auteur: Marieke van Rijn
Vorm: scriptie
Jaar: 2005
Conclusie en samenvatting:
De vraag die in deze scriptie centraal staat is: Op welke manier kan PMT, middels de competentie gerichte benadering, een gezin van de aangemelde LVG-jongere (in)zicht geven in de eigen hulpvraag?
Op deze vraag heb ik in de loop van deze scriptie een antwoord gevonden. Uiteindelijk heeft dat geresulteerd in het model ‘competentiegerichte PMT-observatie samen met het gezin’ dat in hoofdstuk 4 en in bijlagen 2 & 3 beschreven staat.
In hoofdstuk 5 heb ik onze eerste ervaringen met het model beschreven. Over deze eerste resultaten zijn wij zeer tevreden. Het is gelukt met het hele gezin, middels PMT-activiteiten, op onderzoek uit te gaan naar de krachten en aandachtspunten in de interactie met elkaar. Hierdoor kregen de zonen, ondanks hun gemopper, stapje voor stapje inzicht in wat goed ging en wat nog moeilijk was. Bij moeder zagen we dat steeds meer puzzelstukjes op hun plek vielen. Ze kon, door het opdoen van ervaringen in de werkvormen, opeens woorden vinden voor wat thuis moeilijk ging en het lukte haar om te zien wat zij en haar zonen goed konden.
Om tot dit model te komen, heb ik verschillende theorieën bestudeerd. In het eerste hoofdstuk staat beschreven wat verstaan wordt onder LVG-jongeren en welke aandachtspunten bij het behandelen zijn te noemen. Belangrijk daarbij is de sturende en directieve attitude van de therapeut en dat de therapeut bewust is van zijn model functie. Door af te stemmen op de jongeren, door hen te accepteren, geduldig te zijn, eenvoudige taal te gebruiken en aan te sluiten bij hun belevingswereld worden ze serieus genomen. De koppeling naar de psychomotorische therapie wordt gemaakt doordat de jongeren vooral leren door ervaring en door te ‘doen’. Daarnaast is het belangrijk dat de jongeren vooral gericht worden op wat er al goed gaat (compentiegerichte werkwijze). Als laatste aandachtspunt wordt in dit hoofdstuk genoemd dat er aandacht moet zijn voor de transfer. Door het volledige gezin therapie aan te bieden wordt automatisch aandacht besteed aan de transfer. Dat wat de jongere en de gezinsleden ontdekken en leren in de therapie wordt vanzelfsprekend mee naar huis genomen.
Uit de systeemtherapieën zijn diverse aspecten gebruikt in de ´competentiegerichte gezins-observatie´. In alle stromingen wordt vanuit het hier en nu gewerkt. Dit sluit goed aan bij de PMT-werkwijze waarin ook met ervaring in het hier en nu gewerkt wordt. In meerdere stromingen kunnen aanknopingspunten gevonden worden voor het handelingsgerichte karakter van de ´competentiegerichte gezins-observatie´. In de contextuele therapie, in de ideeën van Satir en in de structurele stroming wordt gebruik gemaakt van rollenspellen, het oproepen van ervaringen door houdingen aan te nemen, of door het richten op directe verandering. De leertheoretische stroming uit de gezinstherapie sluit vervolgens aan bij de competentiegerichte werkwijze. In deze werkwijze wordt namelijk ook uitgegaan van de leertheorie. Overeenkomstige aspecten zijn model staan voor, leren door imitatie en het richten op de krachten. Vanuit het competentiemodel wordt de keuze gemaakt om te werken met krachten en aandachtspunten in de interactie van de ontwikkelingstaken opvoeding & relatie. Ook worden de uitgangspunten gebruikt betreffende de aandacht voor het werken met eigen hulpvragen, het versterken van positieve krachten, het vergroten van het inzicht in de problematiek en het stimuleren van eigen inbreng bij het zoeken naar oplossingen.
Samenvattend is in de ´competentiegerichte gezins-observatie´ het competentiegerichte karakter belangrijk waarbij veel aandacht is voor de motivatie van de gezinsleden. Door het aanbieden van werkvormen kunnen de gezinsleden ervaren wat hun krachten en aandachtspunten in de interactie zijn. Ook wordt gestreefd om de patronen in de interactie helder te krijgen. Door het formuleren van hulpvragen kan het gezin een keuze maken op welke manier zij verder behandeling willen. Tevens kan herdefiniëring van het probleem ontstaan. Uit de indicaties en contra-indicaties blijkt dat deze manier van werken bedoeld is voor gezinnen waarvan een van de gezinsleden een licht verstandelijke beperking heeft, waarbij de verwachting is dat verandering in het gezinssysteem een positieve invloed zal hebben op de bestaande problematiek.
Marieke van Rijn,
