Scripties
Mogelijkheden voor PMT in een dagcentrum voor volwassen mensen met een verstandelijke handicap
Auteur: Martien van de Wijdeven
Afstudeerscriptie in het kader van de VO-PMT, Zwolle
December 1999
In deze scriptie wordt de vraag beantwoord of Psychomotorische Therapie in een dagcentrum voor volwassen cliënten met een verstandelijk handicap, bestaansmogelijkheden heeft. Ook wordt belicht op welke manier deze mogelijkheden in dit werkveld het best benut zouden kunnen worden.
Op zoek naar de antwoorden wordt de geïnteresseerde lezer aan de hand meegenomen, en meer dan een kijkje gegund in de PMT-praktijk van een dagcentrum.
In het eerste gedeelte wordt het een en ander over de doelgroep mensen met een verstandelijke handicap verteld, zoals de (mate van) verstandelijk handicap, het denken, voelen en de psychische problematiek bij deze groep. Het werkveld van het dagcentrum wordt behandeld en de specifieke rol van bewegen en het lichaam bij de diverse nivo's van functioneren wordt toegelicht.
Vier mensen met een verstandelijke handicap met verschillende nivo's en achtergronden zijn hierbij steeds de rode draad van de praktijk.Vanwege de verkorte versie is gekozen om twee mensen te beschrijven in deze samenvatting.
In het tweede gedeelte start de praktijk van observatie en behandeling van de vier hoofdpersonen. Via deze vier cases blijkt dat op elk nivo van verstandelijk functioneren PMT een ingang kan zijn, ook voor mensen die een dagcentrum bezoeken. Vooral komt naar voren dat een dagcentrum een goede behandelomgeving kan zijn en vele voordelen heeft. Korte communicatielijnen is het eerste en belangrijkste voordeel, zowel binnen het dagcentrum, maar ook met ouders en woonvoorzieningen. Ten tweede kunnen transfers die vanuit de therapie noodzakelijk zijn, gemakkelijk integreren in het dagprogramma. Verder maakt de ligging van deze centra, midden in de maatschappij, integreren vanuit de therapie gemakkelijker.
In de antwoorden op de vraagstellingen wordt aangegeven dat PMT vele mogelijkheden kent, maar dat er wat betreft de plaats van het vak PMT in de organisatie, en de bekendheid van het vak nog veel te doen valt.
De vraagstellingen zijn:
- 1) Is er voor Psychomotorische therapie een bestaansmogelijkheid bij observatie- en behandeling van psychische- en psychosociale problemen van mensen met een verstandelijke handicap in de dagcentra voor deze doelgroep?
- 2) Kan ik middels deze scriptie aangeven welke knelpunten er zijn, in de praktijk van de PMT-er in de dagcentra en mogelijke oplossingen hiervoor aandragen?
- 3) Kan ik middels deze scriptie een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de dienstencatalogus Therapie (Vakgroep PMT) van de stichting IPSE waarvan het dagcentrum waarin ik werk, onderdeel uitmaakt?
Voorbeelden van PMT bij observatie en behandeling.
De praktijk rond Adriaan
I. De aanmelding:Adriaan wordt voor psychomotorische observatie aangemeld:
1. Algemene observatie: Inzicht krijgen in het gedrag van Adriaan.Vanwege de zeer ernstig verstandelijke handicap, en beperkte verbale communicatiemogelijkheden van Adriaan wordt gekozen voor een bewegingsobservatie.
2. Specifieke observatie De mogelijkheden onderzoeken om inzicht in zijn zelfbeschadigend gedrag te krijgen en dit te beïnvloeden.
Achtergrondinformatie:
- Adriaan is een man met een zeer ernstige verstandelijke handicap.
- Hij heeft specifieke problemen met communicatie, en sociale interesse.
- Hij heeft epilepsie, heeft hiervoor medicijnen met spierverslappende, en versuffende bijwerkingen.
- Zijn looppatroon is erg onregelmatig en onevenwichtig.
- Hij beschadigt zichzelf, d.m.v. zichzelf slaan, en krabben.
- Hij functioneert op cognitief en emotioneel gebied vergelijkbaar met een zeer jonge ontwikkelingsleeftijd(ongeveer 0,5 tot 1 jaar).
- Hij heeft tot nu toe geen gebruik gemaakt van enige vorm van hulpverlening.
- Ouders zijn zich nu wel bewust van de noodzaak voor opvang, en kiezen via het dcv voor een geleidelijke overgang naar uithuisplaatsing.
II. Gegevens uit de observatie:
Tijdens de observatieperiode van drie maanden, van twee sessies van een uur per week, komen de volgende punten sterk samengevat naar voren:
- Opvallend aan zijn motoriek is de lage spiertonus en problemen met het evenwicht. Fijn motorische handelingen, zoals een knoop uit een touw halen, beheerst hij goed.
- Hij lijkt versuft en gelaten.
- Wanneer ik Adriaan ophaal voor een sessie, zie ik hem in zijn leefgroep zich veelvuldig afsluiten met de vingers in zijn ogen en oren en voor zich uit naar de grond kijken. Het is rumoerig, en steeds zijn er groepsleden die contact willen maken.
- Ik zie Adriaan in het zwembad met mij in een rustige maar toch nieuwe omgeving veel meer openstaan voor nieuwe indrukken. Hij ontdekt steeds nieuwe dingen, en als ik een te groot appel op hem doe, wendt hij zich af, zonder zich af te sluiten.
- Het zelfbeschadigend gedrag wordt minder wanneer hij geïnteresseerd bezig is in het zwembad, en de gymzaal. Mijn hypothese is dat hij het zelfbeschadigend gedrag gebruikt om 'lege' momenten te vullen. Daar bedoel ik mee, dat door een tekort aan prikkels het zelfstimulerend gedrag toeneemt.
III. Doelstellingen: Na overleg met de groepsleiding, gedragsdeskundige en lokatiehoofd, kortweg het behandelteam wordt besloten om een periode van een jaar aandacht te besteden aan het contact en communicatie, met de volgende doelen.
- Onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor Adriaan om bewuster in contact te komen met zichzelf en de omgeving.
- Onderzoeken hoe de omgeving beter aangepast kan worden aan Adriaan.
Deze doelstellingen wil ik in een aantal stappen bereiken.
IV. Het P.M.T. programma:
Stap 1: Gewenning en opbouw van vertrouwensrelatie met de therapeut.
Stap 2: Contact uitbreiden naar interactie.
Stap 3: Transfer naar andere situaties.
Stap 1. Gewenning en opbouw van vertrouwensrelatie. Eigenlijk is hier geen sprake van therapie, maar van pré-therapie(G.Prouty,1994). Voordat ik een cliënt kan behandelen zal ik eerst contact met hem moeten hebben. Ik probeer dan eigenlijk om een proces tot stand te brengen, van bewust maken van zichzelf, via zijn lichaam, naar de omgeving en anderen in de omgeving. Lichaamsgerichte activiteiten(zwemmen, stoeien, wiegen) passen bij de ontwikkelingsfase van Adriaan en zijn uitermate geschikt om dit eerste contact op gang te brenge.
Door de contactfuncties te herkennen, te benoemen en te stimuleren kan het contact hersteld worden door de zogenaamde contactreflecties, die ook terug te vinden zijn in de kenmerken van de eerste interactie tussen moeder en kind, nl.(afstemmen,interactie bevestigen, en benoemen, beurtverdelen, maar ook leiding geven). Het belangrijkste effect van deze methode is dat de cliënt zich minder alleen voelt.
Adriaan was erg onrustig in het water. Hij zat op zijn hurken in het water, en maakte steeds aanstalten op te staan. Ik ging naast hem zitten en probeerde hem door mijn stem en intonatie op zijn gemak te stellen. Door afstemming op Adriaan, en naast hem te gaan zitten, met veel geduld, en empathie steeds weer voorspelbaar, veilig en vertrouwd zijn. Ook op het droge kwamen we in het begin niet verder dan de kleedkamer. Alles was zo nieuw en onvoorspelbaar. Hij heeft wel een hele tijd nodig gehad om te wennen.
Nadat Adriaan gedurende een periode van twee weken ontspannen en rustig naast me kon zitten, en mij accepteerde in zijn nabijheid, zijn we overgegaan naar de tweede stap.
Stap 2. Contact uitbreiden naar interactie. In de vorige stap zijn Adriaan en ik al behoorlijk aan elkaar gewend. Adriaan weet wat er komen gaat, kent het zwembad en heeft een eigen (vaste) plek. Ook in de gymzaal werk ik volgens vaste patronen, wat de veiligheid ten goede komt. Ik kies er ook voor om een van zijn groepsgenoten mee te laten zwemmen. Deze persoon is erg rustig, en niet storend aanwezig. Adriaan maakt hier weer een stap verder om met een persoon meer toch de veiligheid te blijven voelen. Het beurtverdelen krijgt steeds meer aandacht.
Na een tijdje accepteert Adriaan mij geruime tijd naast zich. Ik benoem zijn gedragingen, bevestig ze, en probeer door indirect contact te maken via het druppelende water op zijn lijf. Niet om hem te laten begrijpen wat druppels water zijn, maar dat hij voelt dat ik bij hem ben, hem zie, en dat hij er mag zijn. Adriaan draait zijn hoofd weg en wendt zich ook weer toe, en laat een glimlach zien. Hij merkt wel op dat Bert in het water zit.
Ook in de gymzaal, een andere omgeving probeer ik dezelfde principes uit. Meer situaties worden veilig voor Adriaan, omdat er voldoende steun en structuur aanwezig is.
Mijn houding is dezelfde als in het water. Naast hem op de bank. Ik ben in de eerste periode, veel bezig geweest met het aantrekken van het judopak. Een vaste plek, een bekende ruimte, een bekend iemand om je heen, bekende handelingen van aan- en uitkleden, geven hem houvast. Geleidelijk kwam er vertrouwen in de verandering. Hij accepteerde iets nieuws, aan zijn lijf, terwijl ik kon merken dat hij het verschil voelde tussen zijn kleding en het stugge judopak. Een begin van vertrouwen in zijn omgeving. Een hele tijd later konden we ons via de bank naar de mat verplaatsen. Adriaan zat dan naast, maar ook voor me, met zijn rug tegen mijn borst leunend, en alles benoemend wat ik voelde, zag, hoorde. Mijn aanwezigheid(stem, intonatie, bewegingen), geeft inhoud aan Adriaan's 'lege' momenten. Hij voelt zich niet meer alleen.
Stap 3. Transfer naar andere leef- woon- en werksituaties. Ik kan merken dat het beter gaat met Adriaan. Hij oogt ontspannen en rustig tijdens de activiteiten met mij. Ik leg veel bijeenkomsten op video vast en ik merk dat er steeds meer begrip is voor hem op zijn activiteitengroep. Via de beelden zien begeleiders nu ook meer de leuke kanten van Adriaan, en al pratend komen we tot begrijpen van zijn gedrag. Door de lege momenten te vullen met een de aanwezigheid van anderen, een activiteit te doen neemt het zelfbeschadigend gedrag af. Ook wordt er nu beter rekening gehouden met Adriaan's beperkte prikkelverwerking. Op zijn leefgroep heeft Adriaan zijn plek gevonden, en ziet er tevreden uit. Toch ben ik nog niet tevreden. Ik heb verhalen over zijn thuissituatie gehoord, over de boerderij, de stilte, zijn familie. Via een huisbezoek probeer ik een brug te slaan tussen het dagcentrum en zijn gezin. Door zijn woonomgeving beter te begrijpen, hoop ik samen met zijn ouders Adriaan meer ontwikkelingsmogelijkheden te kunnen geven.
Adriaan wordt thuis goed verzorgd. Wanneer hij thuis is zit hij urenlang op het bankje voor het huis. Hij kijkt dan de eindeloze polder in en schrikt op wanneer een tractor passeert. Ook zit hij vaak in het kippenhok, en wrijft zaagsel tussen zijn handen. Ook wordt mij duidelijk waarom hij in het dagcentrum nooit een toilet opzoekt maar het eerste het beste hoekje, dat gaat hier op het erf ook zo. Zijn ouders hebben door de jaren heen een voor hen effectieve omgangsmethode ontwikkeld en praten met hem in korte en zakelijke toon. "Adriaan doen, Adriaan kus" zijn de opdrachten die hij krijgt. Wanneer hij binnenkomt, krijgt hij aan de keukentafel drie insteekpuzzels die hij in een minuut in elkaar zet.
V. De afsluiting van de (pré)-therapie. Adriaan is na ruim een jaar opener en bereikbaarder geworden. Er wordt meer rekening gehouden met hem. Door Adriaan beter verstaanbaar te maken voor zijn omgeving functioneert hij naar onze maar vooral zijn tevredenheid. Ik kan stellen dat de doelstellingen van de pré-therapie gehaald zijn. Adriaan gaat nu nog steeds twee keer per week zwemmen, een keer met mij en een keer met groepsleiding. De communicatieprincipes worden ook door de begeleiders gebruikt en zijn via bijeenkomsten verwerkt tot een cursus videoanalyse volgens de principes van de basiscommunicatie(zie par. 3.6).
De thuissituatie zou nog meer aangepast kunnen worden aan Adriaan. Maar ouders doen en willen dit niet of nauwelijks. Zij kijken uit naar een uithuisplaatsing. Ze hebben altijd zoveel mogelijk zelf gedaan en staan afwijzend tegenover veel hulpverleningsinstanties. Ze zijn moe en hebben niet de energie om nog te veranderen. Zij waarderen het enorm welke aandacht Adriaan in het dagcentrum krijgt. Ik denk dat ongeacht welke woonvoorziening Adriaan zal gaan bezoeken, deze pré-therapie zijn vruchten kan afwerpen.
In deze casus kan gelezen worden dat de lichamelijkheid en het bewegend omgaan met de ander onmisbaar zijn bij het inzicht krijgen in gedrag van mensen met een zeer ernstig verstandelijke handicap, en het beïnvloeden van de contactmogelijkheden.
Bertus' praktijkverhaal.
I. De aanmelding:Bertus wordt voor psychomotorische observatie aangemeld door de gedragsdeskundige:
1. Kan PMT helpen om Bertus beter te leren omgaan met spanningsvolle momenten?
2. Kan PMT helpen om Bertus van zijn somberheid af te komen?
3. Kan PMT helpen om Bertus' dwangmatig gedrag te beïnvloeden?
Achtergrondinformatie:
- Bertus is een cliënt met een lichte verstandelijke handicap.
- Hij is bekend met een aan autisme verwante contactstoornis.
- Bertus heeft veel last van dwanghandelingen, zoals herhaaldelijk handenwassen, toiletbezoek
- Hij is onder medicamenteuze behandeling bij een psychiater geweest vanwege een depressie.
- Hij heeft veel last van stress, spanningen, bijvoorbeeld om een taak op tijd af te hebben.
- Emotioneel functioneert Bertus vergelijkbaar met de genoemde individuatiefase .
- Bertus woont in een GVT waar hij samen met anderen onder begeleiding woont.
Allereerst wordt er een observatieperiode van drie maanden afgesproken, van een sessie van een uur per week. Belangrijke punten uit deze observatie zijn:
- Bertus komt vaak al helemaal bezweet, en hijgend de gymzaal binnen, alsof hij zich enorm heeft gehaast. Hij komt ook chaotisch over.
- Hij heeft een erg gespannen houdingsbeeld, de schouders opgetrokken, armen tegen zijn lijf gedrukt, zijn benen onrustig bewegend. Hij zit bijna niet stil.
- Bertus is vaak in een sombere stemming als hij binnenkomt, en vertelt over zichzelf.
- Bertus is erg bezig met dwanghandelingen wanneer hij binnenkomt, zoals handen wassen. Hoe groter de spanning, des te heftiger zijn de dwanghandelingen.
- Hij zit vaak met een veertje te spelen wat hij altijd in zijn broekzak meeneemt.
- Hij heeft een duidelijke voorkeur voor fitness, boksen, lopen, wandelen en fietsen.
- Hij praat in negatieve bewoordingen over zichzelf. Hij heeft het idee dat nieuwe dingen hem niet gaan lukken.
- Ik heb de indruk dat wanneer Bertus na een uurtje bewegen weggaat, hij veel vrolijker, en minder gespannen is.
III. De doelstellingen:
Bij deze observatie zag ik dat bewegend bezig zijn een positief effect op zijn stemming en spanning heeft. Na wat verder onderzoek merkte ik dat ook de dwanghandelingen minder frequent voorkwamen dan daarvoor. Ik kan dus zeker achter een PMT-behandeling staan. Er wordt besloten voor een jaar PMT, eenmaal per week, sessies van een uur. Samen met Bertus is gekozen voor wandelen wat opgebouwd wordt naar hardlopen, met als doelen:
Bertus leren zichzelf positiever te waarderen, door het bieden van positieve lichaams- en bewegingservaringen (Wandelen, hardlopen).
Bertus leren beter te kunnen omgaan met spanningsvolle momenten, en zijn dwanghandelingen te verminderen (Wandelen en hardlopen).
IV. Het PMT programma:
Het te doorlopen therapeutische proces, wil ik in de volgende stappen vormgeven:
Stap 1: Opstarten van de therapeutische relatie, met accent op ordenen en structureren.
Stap 2. Uitbouwen van het programma met het accent op positieve lichaamsbeleving.
Stap 3: Integreren van het geleerde in andere situaties.
Stap 1. Opstarten van de therapeutische relatie.
Vanwege de aan autisme verwante contactstoornis is het van belang om een duidelijke structuur aan te geven in de therapie. Tijdens de observatie is gebleken dat veel onrust bij Bertus hierdoor weggenomen wordt. Het is van belang om structuur aan te brengen in tijd, ruimte, personen, om zo een veilige en voorspelbare omgeving te bieden. Verder ben ik als therapeut beschikbaar om te grote angst en spanning, vanwege overspoeling van prikkels en impulsen uit de omgeving op te vangen.
De eerste sessie staat in het teken van een aantal afspraken en het doornemen van het contract. In het contract staat vermeld de tijd, de periode, de plaats en een aantal regels ten aanzien van vrije dagen. Verder spreken we af dat we ons gezamelijk omkleden, en we voor een vast parcours kiezen wat we al eerder tijdens de observatieperiode hebben gelopen. Maar we gaan ook nog wat doen. Ik zie Bertus opfleuren bij die opmerking. We lopen samen en het lijkt alsof Bertus steeds sneller wil gaan. Ik vertel hem dat we in het begin niet te hard moeten gaan. We moeten het hele eind zien vol te houden. Tijdens de tussenstop gaan we rekkingsoefeningen doen, en daarna lopen we hetzelfde stuk weer terug.
Stap 2. Uitbouwen van het programma met het accent op positieve lichaamsbeleving.
Bertus volgt nu zes weken met veel plezier het PMT-programma. Hij kent het programma uit zijn hoofd. Op zijn werk merken ze dat hij graag gaat. Zijn enthousiaste verhalen over de PMT zijn verrassend te noemen en worden door iedereen positief gewaardeerd. Ik zie Bertus in deze eerste maand conditioneel sterker worden. Hij geniet zichtbaar van zijn prestaties, maar ik zie ook dat hij steeds weer geniet van het lopen zelf. Alsof hij zijn 'sombere' gedachten even achter zich kan laten. Met name in de 10 minuten van rekken en strekken tussendoor vertelt hij over wat hem bezighoudt, en hoe hij zich voelt.
Bertus komt nog steeds in een licht chaotische toestand aan omdat hij denkt niet op tijd te zijn. Er is afgesproken dat zijn begeleider hem ruim op tijd wegstuurt, maar Bertus weet dat niet in een bepaald fietstempo om te zetten. Hij kleedt zich wel rustig om en begint al wat oefeningen te doen om zijn spieren los te maken. Hij weet wat we gaan doen en elke week overleggen we tot welk punt we lopen in het parcours. Bertus maakt zo af en toe een grapje, kietelt me of port in het voorbij lopen in mijn zij. Hij lacht hartelijk en zegt uitdagend:"Martien, kom op of ga je in de kroeg zitten." We lopen verder tot de rek en strekstop. Wanneer hij praat over hoe het met hem gaat, klinkt hij meteen somberder."Het gaat wel, niet zo goed":zijn antwoorden die ik vaak krijg. Ik merk ook dat Bertus tijdens de pauze al bezig is met de taken van de avond in het GVT. Hij moet vanavond eten koken, en schoonmaken en dat levert hem stress op. Bij het accentueren van juist de positieve ontwikkelingen kan hij de stressgedachten even los laten.
Hij ervaart veel positieve impulsen via het loopprogramma, zowel lichamelijk(conditioneel), psychisch(niet te veel denken maar doen), sociaal(positieve reacties van begeleiders en collega's) en emotioneel(door het lopen ruimte krijgen voor gevoelens), maar buiten het lopen overheerst de stress nog. Ik wil proberen om de positieve wending in Bertus' gedrag met name op het gebied van de zelfwaardering te versterken. De positieve lichaamservaringen zullen op meer momenten aan bod moeten komen. Ik kom tot de volgende stap.
Stap 3: Integreren van de positieve ervaringen binnen PMT naar andere situaties.
Bertus gaat vooruit, zijn uithoudingsvermogen is goed te noemen. Ook kan Bertus zich beter ontspannen na de PMT. Hij maakt gebruik van de mogelijkheid om zijn ervaringen te delen, en ik hoor steeds meer positieve waardering van zichzelf. Alleen is een keer in de week niet genoeg. Ik bespreek met Bertus en zijn begeleiders de mogelijkheid om op meer momenten in de week actief te kunnen bezig zijn. Binnen de mogelijkheden van het dagcentrum kan hij gebruik maken van een uur bewegingsactiviteiten, en een uur zwemmen in de week. Verder gaat zijn GVT met hem zwemmen, eenmaal per week, zodat het programma van Bertus een goede uitbreiding kent.
Bertus komt nu rustiger binnen. Hij weet dat hij het redt binnen de aangegeven tijd. Hij staat vaak al aangekleed klaar als ik er aan kom. Zijn handen zijn niet nat van het handenwassen, dus dat betekent dat hij redelijk op zijn gemak is. Hij is vandaag erg lollig en praat veel over zijn persoonlijk begeleider, die we allebei kennen. Ook vertelt hij voor het eerst dat we vlak langs het huis van zijn ouders lopen. Ook vertelt hij over de boot van zijn ouders en over vakanties. Ik heb de indruk dat hij ontspannen is en vrolijk. Ook het zwemmen en de bewegingsactiviteiten in de zaal bevallen hem prima. Hij lijkt zijn draai gevonden te hebben.
V. De afsluiting van de therapie. Ik ben nu een jaar met Bertus bezig en in dit jaar heeft hij veel geleerd en ervaren. Hij heeft mijns inziens meer grip op zijn omgeving gekregen, en kan via het PMT programma zichzelf veel meer positief waarderen. Ik heb Bertus nu niet meer individueel maar in een groep die erg gericht is op competentiebeleving bij het bewegen. Dit loopt goed. Ik heb een voorstel gedaan voor het opzetten van een lunchloopprogramma voor Bertus om elke dag tussen de middag te gaan lopen. Dit stuit nog op praktische problemen.
Echter is inmiddels de spanning bij Bertus ook weer toegenomen door een gesprek met een medewerker van een project begeleid werken. Er zijn voor Bertus mogelijkheden voor het werken in een kinderboerderij. Bertus' ouders vinden dit heel belangrijk en Bertus volgt dit. Hij is echter al vanwege zijn moeite met het structureren van tijd, ruimte en personen, een aantal keren op deze projecten mislukt. Dit brengt Bertus in tweestrijd en in spanning. Dit is jammer, want het GVT heeft Bertus meer structuur en begeleiding gegeven omdat hij het echte zelfstandig wonen niet aankon. Het wonen is daardoor aangenamer geworden.
Uit dit praktijkvoorbeeld blijkt dat PMT goed kan werken bij mensen met een licht verstandelijke handicap met een aan autisme verwante contactstoornis, met name vanwege de positieve lichaamservaringen en competentievergroting, die men kan opdoen. Met de nodige therapeutische ondersteuning kunnen deze positieve lichaamservaringen, bijvoorbeeld door een loopprogramma de negatieve gedachten, en gevoelens positief beïnvloeden. Het therapeutisch proces dient wel, wil de therapie slagen, een brede ondersteuning te krijgen vanuit de dagbesteding, de woonomgeving en de ouders.
De vraagstellingen beantwoord:
Via deze scriptie is aangetoond dat er wel degelijk mogelijkheden voor PMT in een dagcentrum aanwezig zijn. Dat bewijzen de cases. Verder zijn er knelpunten aangegeven, die in deze samenvatting niet naar voren komen maar die te maken hebben met het feit dat een dagcentrum geen behandelsetting is. Oplossingen hiervoor worden aangedragen door het opzetten van regionale expertisecentra, waarin deskundigheden gebundeld worden(w.o. PMT).
In dit kader heeft de scriptie eraan bijgedragen om een dienstencatalogus op te zetten voor PMT, waarin voorkomende problemen op diverse gebieden(motorisch, sociaal, emotioneel) via PMT behandeld kunnen worden.
Eventueel kunt u een exemplaar van de scriptie bestellen bij ondergetekende:
Martien van de Wijdeven
Voorkade 53
2771 ZD BOSKOOP
0172 - 218438
email: sasenmart@vobisnet.nl
