Maandelijkse bijlage bij de nieuwsbrief
Minister Borst over de toekomst van de PMTDe minister heeft een brief (kamerstuk) geschreven over de nieuwe beroepenstructuur in de Geestelijke Gezondheidszorg, in aanvulling op eerdere nota's. Ze heeft het CONO (Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding) gevraagd een advies uit te brengen over hoe een nieuw model m.b.t. de beroepenstructuur in de GGZ in praktijk kan worden gebracht en welke aanvullende maatregelen nodig zijn voor een succesvolle uitvoering. Ten aanzien van de PMT heeft de minister de adviezen van het CONO overgenomen. De minister gaat nu uit van 5 clusters van beroepsbeoefenaren, te weten medische beroepen (o.a. psychiaters), verpleegkundige beroepen (SPV en psychiatrisch verpleegkundigen), psychologische beroepen, agogische beroepen (o.a. activiteitenbegeleiding en maatschappelijk werkers) en vaktherapeutische beroepen. De cluster 'vaktherapeutische beroepen' omschrijft de minister als volgt: "Het gaat hier om beroepsgroepen met specifieke therapeutische vaardigheden op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, zoals de psychomotorisch therapeut, de creatief therapeut en de ergotherapeut. Er kan een vergelijking worden getrokken met paramedische beroepsberoepen in de algemene gezondheidszorg. Kenmerkend voor dit cluster is het aanbod van specifieke therapieën en de aanwezigheid van specifieke doelgroepen. De meerderheid heeft een hbo-opleiding, hoewel velen over een academische opleiding beschikken." De minister heeft het advies van het CONO overgenomen waarin wordt voorgesteld om de psychomotorisch therapeut en de creatief therapeut in de nieuwe beroepenstructuur onder de naam vaktherapeut in één cluster een plaats te geven en van één beroepsprofiel te voorzien. Verder zal er ten behoeve van de vaktherapeuten een gezamenlijk opleidingstraject ontwikkeld worden met o.a. een specifiek op de GGZ gerichte functiedifferentiatie. De medici, de verpleegkundigen en de psychologen staan ingeschreven in het desbetreffende register van de Wet BIG en bezitten een beschermde titel. Voor de overige twee clusters - de agogen en vaktherapeuten - bevat de wet BIG momenteel geen register. Na overleg met de beroepsverenigingen van agogen en vaktherapeuten zal de minister haar standpunt bepalen over de toekomstige, al of niet wettelijke, status van hun beroepen. Het streven van de minister is om in 2002 tot concrete stappen te komen. De volledige brief is te vinden op de site van het ministerie van vws: www.minvws.nl, klik op 'infotheek' en vul als zoekterm 'vaktherapeut' in. |