Maandelijkse bijlage bij de nieuwsbrief
Creatief in de bossenDoor Truus Wertheim-CahenEnige tijd geleden verzorgde ik een trainingssprogramma voor een groep beeldend creatief therapeuten van de vers gefuseerde G.G.Z. Groningen. De scholing vond plaats in het gebouw van de creatieve therapie in de bossen van de voormalig psychiatrische inrichting Dennenoord te Zuidlaren. Opgetrokken in de schrale stijl van de jaren zestig, verraadt de buitenkant van het gebouw niets over het sfeervolle atelier binnen. Een enorme ruimte met veel ramen, uitkijkend op prachtige bomen. Aan de muren hangen tekeningen van patiënten, reproducties en gedichten, in een hoek geluidsapparatuur en bandjes met klassieke muziek. Overal schappen met teken- en schilder materiaal die uitnodigen tot actie. Het geheel ademt het wezen van creatieve therapie: de kwetsbare balans tussen vrijheid. en structuur. Dit soort ateliers dreigen te verdwijnen en net als elders leveren de creatief therapeuten geruisloos steeds meer uren in. Onder de leuze het levert niks op, althans niks meetbaars, wordt creatieve therapie op veel plaatsen door een onzichtbaar management geschrapt of terug gesnoeid tot een onherkenbaar struikgewas. Ateliers zoals in Zuidlaren kwamen niet uit de lucht vallen. Tekenen en schilderen behoren al heel lang tot de activiteiten die een plek in de psychiatrie hebben. Een onvermijdelijk gevolg van het feit dat voor veel patiënten alleen medicatie, en/of gesprekken niet voldoende zijn. Niet voor alles bestaat een geschikte pil en niet voor iedereen wegen de voordelen van medicijngebruik op tegen de nadelen. Om tal van redenen zijn veel patiënten niet in staat hun zielenroerselen te verwoorden maar kunnen daar wel via muziek, dramatische en beeldende expressie uitdrukking aan geven. Vanuit dat gegeven ontstond creatieve therapie. Bij recentelijke reorganisaties in de G.G.Z is de positie van creatief therapeuten in de vuurlinie komen te liggen. Kennelijk is hun doel en hoe ze dat doel trachten te bereiken voor beleidsmakers onduidelijk. Dat nemen creatief therapeuten zich te weinig ter harte, maar laat onverlet dat het snoeien en schrappen zonder inhoudelijke discussie plaats vindt. Creatieve therapie beschikt over weinig “evidence”. Dat geldt voor grote delen van de G.G.Z. Want, hoe mooi ze ook verpakt worden de tastbaarheid van veel “producten” die dit “bedrijf” geacht wordt af te leveren, blijft problematisch. Het snoeien gebeurt op grond van economische factoren. Daar doorheen speelt de machtsstrijd tussen de vele beroepsgroepen die elkaar op de werkvloer voor de voeten lopen. Een strijd die op dit moment glansrijk door de artsen gewonnen lijkt te worden. De kwetsbare positie van non-verbale therapie schuilt ook in een spanningsveld dat het doel van de activering in de psychiatrie van oudsher kenmerkt. Gaat het erom patiënten nuttig bezig te houden of om ze een vrijplaats te verschaffen, ligt het accent op arbeidsrehabilitatie of op vormgeving en expressie. Zijn er activiteitenbegeleiders nodig of creatief therapeuten. Gaat het om ‘en’ of ‘of’? De betiteling van hun vaardigheid als therapie betekende vroeger een opwaardering en wordt creatief therapeuten nu tot struikelblok. Hun deskundigheid ligt in de koorddans die zij dagelijks uitvoeren tussen kunstbeoefening en therapeutische interventie, maar tegelijk maakt ze dat tot makkelijk doelwit in de gebiedsoorlog binnen de GGZ. Zodra ze zich ontwikkelen richting non-verbale psychotherapie worden ze op de vingers getikt. Weg wezen...alleen toegankelijk voor psychotherapeuten. Maar nemen ze muziek, dans of beeldende expressie als uitgangspunt van hun handelen, dan worden ze niet verstaan en veegt men hun werk als overbodige luxe in een no-nonsense aanpak van tafel. In zijn in 1998 uitgesproken Trimboslezing: “Het beleid beleefd” noemt beleidsambtenaar dr. Evert Dekker, creatieve therapie “het meest intensieve onderdeel van zijn behandeling”. Tijdens diverse opnames wegens alcoholverslaving leerde Dekker zijn beleid van binnen uit kennen. In creatieve therapie viel voor hem het muntje van “Eerst de alcohol aanpakken dan de rest”. Dekker’s boodschap lijkt voor dovemansoren. In de aanhoudende gebiedsstrijd binnen de G.G.Z is het in het belang van de sterkere beroepsgroep om de zwakkere onzichtbaar te maken. In de meeste publicaties in vakbladen wordt het feit dat in veel instellingen non-verbale therapeuten een groot deel van de behandeling voor hun rekening nemen genegeerd. Die ontkenning vergemakkelijkt het wegbezuinigen van non-verbale therapievormen. Omdat daarmee ook hun vakbekwaamheid verdwijnt, “ontdekt” een voortvarende arts-assistent dat het goed is om met patiënten te rennen, laat een psychotherapeut ze tekenen en huurt een ander, omdat zij daar zelf erg veel baat bij vindt, een tai-chi docent in. Liefst eentje die niets van psychotherapie weet en zich alleen met tai-chi bezig houdt. Zo zijn we weer terug bij lang geleden, toen de vioolspelende geneesheer directeur een lans brak voor muziektherapie en psychiaters beeldend kunstenaars inhuurden vanwege hun vakmanschap, maar ook vanwege hun (therapeutisch onbesmette) inbreng. Het antwoord op de vraag met welk doel, wanneer, welke activiteiten ingezet worden in de behandeling heeft meer met macht dan met de behoefte van de patiënt te maken. Tenslotte, als taal genoeg zou zijn om de menselijke belevingswereld te ontraadselen zouden muziek, dans, drama en beeldende kunst niet bestaan. Is het toeval dat sommige wegbezuinigde creatief therapeuten emplooi vinden in trainingssprogramma’s voor managers...... in de bossen? Zoeken
Feedback
Openbaar:
Voor vaktherapeuten:
Design/automatisering
Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door
Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie
|