Gelezen
|
Félice Michels Bespreking van: 'Vrijen met een man, kan dat dan?' Door: Gerda de Bruijn Uitgeverij: Anthos Baarn of in de Sesam-reeks, bij Sesam, uitgeverij Bosch & Keuning, Baarn ISBN: 90-24647320 De vondst Het boekje met de curieuze titel 'Vrijen met een man, kan dat dan?' vond ik in de boekenkast op de kamer van twee PMT-collega's bij wie ik een tijdje inviel omdat een van hen op zwangerschapsverlof was. Het boek trok meteen mijn aandacht omdat een goede vriendin mij zeker 10 jaar geleden, en nog wel eens daarna, hetzelfde boek had aangeraden. Maar hoewel ik de titel altijd had onthouden, was het er nog nooit van gekomen het boek daadwerkelijk te gaan lezen. Misschien viel mijn oog ook wel op het boek omdat ik enkele maanden daarvoor had deelgenomen aan een 2-daagse studiebijeenkomst over PMT & Sexualiteit. Kort daarop werd het onderwerp seksualiteit behandeld in mijn intervisiegroep, waarvoor we speciaal een gastdocent hadden uitgenodigd . Door deze (beide) studiebijeenkomsten was ik vastbesloten meer te gaan lezen over het onderwerp. En zie daar, als iets in je aandacht is, komt het vaak vanzelf naar je toe! Niet alleen vond ik het genoemde boekje, maar in diezelfde periode kreeg ik ook nog eens een heerlijke minnaar! De inhoud De auteur van 'Vrijen...?' is Gerda de Bruijn. Wie zij is en wat zij doet staat nergens duidelijk vermeld. Uit de tekst kun je wel opmaken dat zij universitair geschoold is, maar waarin blijft een raadsel. De ondertitel van het boek is: vrouwen over hun liefdesleven. Het betreft een studie van het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch onderzoek. Het boekje is geen jonkie meer, de 1e druk was in 1985. Die studie zal, schat ik, in de jaren '83 en '84 plaatsgevonden hebben. We praten hier dus over 20 jaar geleden! Hoewel de gegevens in het boek dus niet up-to-date te noemen zijn, staat er mijns inziens genoeg in wat tijdloos te noemen is, of van alle tijden. Ik zie het boek dan ook enerzijds als een tijdsbeeld van Problemen met seksualiteit zijn meestal niet makkelijk bespreekbaar voor cliënten en hulpverleners. Dit boek helpt mij seksualiteit meer begrijpen, ook in wat er mis kan gaan op fysiek, intra-psychisch en relationeel vlak. Zodat ik met meer begrip kan luisteren naar mijn cliënten en in de dialoog met hun makkelijker kan intunen op hun problemen. En deze eventueel met PMT te lijf gaan. Het boek beslaat 229 bladzijden, heeft een overzichtelijke inhoudsopgave, telt vijf hoofdstukken en eindigt met noten en literatuurverwijzingen. De hoofdstukken Hoofdstuk 1, met dezelfde kop als de titel van het boek, 'Vrijen met een man, kan dat dan?' start met een aanloopje naar de vraag in de titel. Op het gevaar af, dat u nu afhaakt, citeer ik dit aanloopje in zijn geheel. Buurvrouw 'Slapen uw katten ook bij u op bed?' vroeg mijn buurvrouw. Ze leunde over de heg, ik spitte de tuin en mijn katten speelden om me heen. Het was vroeg in een zomer van de late zeventiger jaren, tien jaar na de 'seksuele revolutie' die vrouwen in seksueel opzicht zoveel meer vrijheid zou hebben gegeven. Mijn buurvrouw is een mooie, sterke vrouw, ik schat haar begin veertig. 'De hond slaapt altijd tussen ons in', vertelde ze. 'Ja, als mijn man dan eens wat wil, een keer in de veertien dagen, dan moet ze wel even de kamer uit. Maar als 't over is roep ik haar gelijk, en dan springt ze weer op bed. Ze weet 't wel, Bella. Dan kruipt ze weer tussen ons in. Lekker zacht en warm is dat, een hond.' Die woorden speelden nog dagen daarna door mijn hoofd. Lekker zacht en warm is dat, een hond. Ja, als mijn man dan eens wat wil. Wil zij dan nooit eens wat? Ik heb 't haar niet durven vragen. Ze had die woorden zo achteloos en argeloos gebruikt. En eigenlijk hoefde ik 't ook niet te vragen. Uit haar verhaal blijkt immers, dat ze best wel 's wat wil. Elke nacht zelfs: iets lekker zachts en warms wil ze. En ze krijgt het, van haar hond. Omdat mijn katten inderdaad bij mij op bed slapen kan ik me daar heel wat bij voorstellen. Een lekker warm lijfje dat tegen me aankruipt, zomaar, om de warmte en de behaaglijkheid van het bij elkaar zijn. Zomaar genieten van de voelbare harteklop van dat beest, en dat beest geniet mee van de ademhaling van dat mens - denk ik dan. Opkrullen, een holletje zoeken, het voor die nacht goeie evenwicht tussen nabijheid en ruimte vinden. Wat meer nabijheid als we 't die dag gezellig hadden met elkaar, wat meer afstand als dat kreng vandaag weer een vogel te pakken had - resp. dat mens weer niet wist te waarderen dat ik vandaag een vogel voor haar had gevangen. Nog even snuiven en snuffelen, een grom als er iets te zwaar op de ander weegt, een lik krijgen en een kriebel geven. Een keer diep zuchten en dan inslapen. Wakker worden met twee vragen die toch overblijven. En: wil zij dan nooit 's iets van datgene wat haar man wil? Twee: krijgt ze van haar man dan niet iets zachts en warms? Nou, ik weet niet hoe het u vergaat, misschien bent u allang afgehaakt in deze aanloop of neemt u even een sprongetje naar dit stukje tekst, maar ik vond het zo'n apart begin dat ik graag wilde weten hoe mevrouw de Bruijn zich de volgende 228 bladzijden bezig hield met deze vragen. Auteur stelt meteen dat als zij antwoord wil op deze vragen, zij dit het beste gewoon aan de buurvrouw zelf kan vragen en niet aan 'de boeken' (lees: wetenschap). Maar, schrijft zij, wat de boeken mij wel kunnen vertellen is of het liefdesleven van mijn buurvrouw een uitzondering is of dat zoiets wel vaker voorkomt. En volgens de boeken komt zoiets wel vaker voor. In hoofdstuk 1 gaat de schrijfster verder in op hoe vrouwen vrijen met hun man beleven. Klachten van vrouwen over hun seksleven verschillen nogal met die van mannen. De Bruijn heeft dit boekje vooral geschreven voor vrouwen met frustraties over hun seksleven, vrouwen die het niet gewoon vinden dat ze bij wijze van spreken meer warmte van de hond krijgen dan van hun man tijdens het vrijen. Het leek de schrijfster nuttig om gewoon te erkennen en onder ogen te zien dat 'vrijen met een man niet altijd zo lekker, bevredigend, blijmakend en zaligmakend is als de mystificatie van de sexualiteit ons wil doen geloven'. Zij wil dat er hardop(!) meer gepraat wordt over dat 'tranen met tuiten, grimmige gezichten en ook dodelijk saaie verveling evenzeer een deel kunnen zijn van ons liefdesnest als het zien van sterretjes en het overspoeld worden door echte golven van verrukking'. De Bruijn biedt geen oplossingen aan of recepten voor een beter seksleven. Eerder tracht zij dit via bewustwording (van geest en lichaam) en (innerlijke) houdingsverandering te bewerkstelligen. En dat doet zij dat in een zeer heldere en humorvolle stijl. De Bruijn duidt typisch mannelijke eigenschappen aan met 'blauwe' eigenschappen: nemen, zelfvertrouwen, doortastendheid, weten wat je wil in het leven. Roze eigenschappen zijn dan de vrouwelijke: geven, aantrekkelijke zachtheid, liefderijkheid, warmte. En vooral: een vrouw die begrip heeft voor wat zich echt in een man afspeelt! Voor mij hoeft dit niet zo, dat praten in 'roze' en 'blauw', maar ik moet toegeven dat het 't lezen wel makkelijker maakt. Ze vermijdt hiermee de steeds terugkerende lange woorden 'vrouwelijk' en 'mannelijk' met hun uitgebreidere beschrijvingen daarbij. En het geeft kleur in de theoretischere stukjes Bovendien maakt ze er meteen mee duidelijk dat de diverse eigenschappen niet per sé vastzitten aan een man of een vrouw maar in feite eigenschappen zijn die in de loop der tijd sociaal vastgeplakt zijn aan mannen en vrouwen. In principe zijn alle eigenschappen voor beide geslachten mogelijk. U begrijpt misschien al dat ze in die jaren tachtig ook schreef dat vrouwen blauwer mogen worden en mannen rozer. Schrijfster verwijst vaak terug naar bovengenoemde eigenschappen omdat deze sterk de omgangsregels bepalen in het spel tussen mannen en vrouwen. Sommige van deze spelregels kunnen leiden naar gewelddadige seksualiteit en mystificatie (het toepassen van beelden op elkaar) waar zij diverse voorbeelden van geeft. Ook schrijft zij op subtiele en inzichtelijke wijze over het mistige overgangsgebied tussen vrijen en verkrachten. Zij maakt duidelijk dat als de persoonlijke betrokkenheid tussen 2 mensen ongelijk verdeeld is, er machtsongelijkheid ontstaat. In hoofdstuk 2, met de kop 'Vrijen om 't lekker', gaat schrijfster in op oude en nieuwe normen met betrekking tot seksualiteit. Een zo'n oude norm was dat vrouwen voor hun huwelijk niet seksueel actief mochten zijn. Veel vrouwen bouwden seksuele remmingen op. Het werd tijd dat vrouwen zich informeerden over hun -hele- lichaam en op onderzoek uitgingen naar wat zij zelf belangrijk en lekker vinden in vrijen. Met zichzelf en een man. Een hoofdstuk over gevoel en techniek. In hoofdstuk 3, 'Vrijen om de intimiteit', wordt dieper ingegaan op intimiteit in seksualiteit. Ook moeite met en angst voor intimiteit beschrijft De Bruijn. Ze definieert intimiteit en enkele daarmee samenhangende aspecten, zoals kontakt en nabijheid en intimiteit met jezelf. Zij beschrijft hoe intimiteit zich in een langdurige relatie kan ontwikkelen of juist vertroebelen met de mogelijk daaraan ten grondslag psychologische processen. In 'Het mysterie man', hoofdstuk 4, onderneemt schrijfster een poging iets te begrijpen en begrijpelijk te maken van de manier waarop mannen vrijen. Hoe gaan mannen om met hun gevoel voor intimiteit in persoonlijke betrokkenheid in seksuele relaties. Hoe groeien jongens op tot mannen: van wieg tot huwelijksbed. In het laatste, 5e hoofdstuk, 'Ontmoetingen met luipaard', stelt De Bruijn dat seksualiteit een zeer gevaarlijk goedje is. Luipaard staat hier voor de agressie die ermee verbonden is. Naarmate je dit durft te erkennen en het luipaard onder ogen durft te komen, wordt zij minder gevaarlijk en destructief. Hoewel er veel is wat een vrouw zelf kan doen om vrijen met een man bevredigend en fijn te maken, blijft er altijd een deel wat ze niet zelf in de hand heeft: het tegenspel van haar partner. In dit hoofdstuk gaat schrijfster in op allerlei dwarsliggers en weerstanden die bewust of onbewust kunnen optreden in een man bij het vrijen. Zoals bijvoorbeeld projecties. Het terugnemen daarvan kan een lastige (maar lonende) klus zijn. Ander voorbeeld: weerstand tegen conflicten. De helft van conflicten in relaties komt echter juist voort uit het vermijden van conflicten! Schrijfster pleit voor creatieve oplossingen bij weerstanden en dwarsliggers, zonder geweld, en geeft daar ook voorbeelden van. Daarbij erkend zij dat sommige mannen heel hardnekkig zijn in het weigeren-negeren-vergeten van (behoeftes van) vrouwen. Daar waar geen wil is, is geen uitweg. Dan is vrijen met een man eigenlijk ook niet mogelijk. Maar gelukkig besluit zij haar boek met de conclusie dat vrijen met een man soms mogelijk is. En hoewel begeerte de bron van alle lijden (!) blijft, is er ruimte voor vreugde en vrijen. Met een man. over de auteur: Félice Michels is Senior psychomotorisch therapeut met registratie. Zij is werkzaam op Psychotherapeutisch Centrum De Viersprong in Halsteren. Daar werkt zij vooral met vrouwen met seksueel geweldservaringen. |
