Gelezen

april 2003
Motoriek en intelligentie, een haat-liefde verhouding
Ard van Pelt


Motoriek en intelligentie, een haat-liefde verhouding
Auteur: Janneke Baas-Braal, Sensorisch integratietherapeute
Bron: Website W.Beekman, Thema Hoogbegaafdheid

Ouders die een cognitief hoogbegaafd kind hebben, zijn daar niet altijd gelukkig mee. Op het psychosociale vlak moet er soms veel bijgeschaafd worden om het kind gelukkig te maken. Het kind kan het gevoel hebben dat het op een eilandje leeft. Hoe komt het dat zij vaker uit de boot vallen dan kinderen met een gemiddelde of lage intelligentie? Hoogbegaafdheid is toch een cognitief talent waarmee je jezelf makkelijker kan profileren in onze maatschappij?

Janneke Baas-Braal beschrijft de relatie tussen hoogbegaafdheid en de psychomotoriek op de website van W.Beekman. Het artikel is een aanzet tot een effectievere begeleiding van hoogbegaafde kinderen. De auteur baseert haar bevinden op haar ervaringen in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen met problemen van o.a. prikkelverwerking, dyslexie en motoriek.
In het artikel spreekt de auteur van een bottum-up ontwikkeling en van een top-down situatie. De auteur gaat er vanuit dat kinderen die een 'normale' ontwikkeling doorlopen (bottum-up strategie) qua motoriek op hetzelfde niveau uitkomen dan hoogbegaafde kinderen (top-down strategie) De auteur wil duidelijk maken dat het proces naar een bepaald motorisch niveau totaal anders verloopt. Deze informatie is met name van belang bij het geven van instructies aan kinderen.

Bottom-up
Een hoogbegaafd kind is in de eerste plaats een kind in ontwikkeling. Het probleem zit hem in de ontwikkeling, die kwalitatief en kwantitatief anders verloopt dan bij normaal intelligent kinderen. Bij gewone kinderen is er sprake van een bottum-up ontwikkeling , d.w.z. dat zij leren van de basis naar boven, van binnen naar buiten. Door vanuit hun reflexen doelloze bewegingen te maken , leren ze hun lijf kennen en de mogelijkheden, die dat biedt, steeds beter te benutten en te verfijnen. Door trial en error, door dingen gewoon op 100 verschillende manieren te beleven, door dingen 100 keer te doen, leert het kind heel goed zijn of haar lichaam te kennen en de begrenzing daarvan. Daarna wordt de bewuste conclusie getrokken en is de handeling een vaardigheid geworden, die opgeroepen kan worden, iedere keer dat de situatie zich weer voordoet. Daarbij is het meestal zo, dat een ontwikkelingsstap die ze nog niet kunnen maken, ook buiten hun belevingswereld valt. Een normaal intelligent kind zal niet proberen te fietsen, als het nog niet kan rennen of springen. Het kind komt niet eens op het idee!

Top-down
De omgekeerde ontwikkelingsgang De ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen loopt heel anders. Hierbij moeten we eerder spreken van een top-down situatie. Deze kinderen leren van buiten naar binnen. Dit fenomeen wordt ook wel de omgekeerde ontwikkelingsgang genoemd. Het kind probeert invloed op de buitenwereld uit te oefenen. Hij/zij weet heel goed wat hij wil, maar heeft geen idee hoe hij dat moet uitvoeren. Het kind is zo op de buitenwereld gericht, dat hij de informatie uit het eigen lichaam (via reflexen e.d.) minder tot zich door laat dringen. Op heel jongen leeftijd kunnen deze kinderen al gefrustreerd zijn, omdat ze niet weten wat ze moeten doen om het gewenste resultaat te bereiken. Het is duidelijk, dat bij deze kinderen alles wat ze doen, vanaf het begin emotioneel al zwaarder beladen is. Als een kind zomaar je arm wat heen en weer beweegt en geniet van het effect, is dat heel wat anders dan wanneer je je arm beweegt met het doel de rammelaar te pakken. Bovendien zal een kind als het gelukt is- het niet veel vaker doen. De handeling wordt correct uitgevoerd, maar wordt geen vaardigheid.
Om een handeling een vaardigheid te laten worden, moet de handeling namelijk zo vaak worden uitgevoerd dat over de handeling en de volgorde van de handelingen niet meer nagedacht hoeft te worden. Zo vaak, dat de handeling nagenoeg geen denkenergie meer kost en dat de denkenergie gericht kan zijn op de inhoud van de handeling. Of op iets anders, als de handeling noodzakelijk is om iets anders te kunnen doen. Veel van onze dagelijkse handelingen, zoals aankleden, eten, afwassen, fietsen enz. enz. horen hiertoe.
Voor kinderen die hun lijf slecht hebben leren kennen, is het echter erg moeilijk deze handeling automatisch uit te leren voeren. Het kind kampt met problemen op meerdere fronten. Ga maar na: doordat het kind zijn/haar lijf zo slecht kent, weet hij/zij niet precies waar zijn armen, handen, benen en voeten zich bevinden en moet het kijken om ze te vinden. Doordat het de handeling al uit wil voeren, voordat hij/zij ruimere ervaring heeft opgedaan met de onderliggende bewegingen, kost iedere beweging veel meer moeite. Daarom moet iedere beweging bewust worden uitgevoerd, waardoor de inhoudsgerichte denkactiviteit stilgelegd moet worden (het kind kan geen twee dingen tegelijk bewust uitvoeren). Dit geeft negatieve emoties, die dan verder een automatiseringsproces van de handelingen in de weg staan. Doordat het kind het lange-termijndoel in de gaten heeft, die het nodig heeft voor het zover is. Het zal de neiging krijgen het aantal stappen te verminderen. Als zo'n kind in de sneeuw wil lopen en van een heuvel af wilt glijden, zal het zijn pyjama willen aandoen, omdat aankleden zoveel tijd en energie kost. Als de prikkel niet zo sterk is, bijvoorbeeld als het naar school moet, krijgt hij/zij de neiging om helemaal niet naar buiten te willen. Het kind heeft er dan de energie er niet voor over.


Het eindresultaat van een leerproces
Wil dat nu zeggen dat alle hoogbegaafde kinderen en volwassenen motorische problemen hebben? Nee gelukkig niet. Het top-down leren brengt een kind op precies dezelfde plek als het bottum-up leren, alleen: dat gaat wel op een andere manier! Het grootste probleem ontstaat doordat mensen de bottum-up methode toepassen op kinderen die top-down leren. Het grootste probleem is ook, dat gedrag dat een top-down kind vertoont, wordt uitgelegd vanuit bottum-up. Als een top-down kind zich een keer aankleedt binnen 3 minuten, betekent dat dus niet dat hij de vaardigheid dus beheerst. Als een top-down kind niet kan schrijven, betekent dat dus niet dat hij kan lezen of spellen. Als hij niet kan analyseren, betekent dat dus niet dat hij ook niet kan synthetiseren enz. Maar het betekent ook dat een top-down kind thuis prima kan lezen en vragen stelt over meteorietenregens in Tsjetsjenie, terwijl hij op school geen vraag kan beantwoorden en als een ziek vogeltje in de klas zit. Als een top-down kind een idee krijgt, hoe hij zijn lange-termijndoel wil gaan bereiken, gaat hij wel degelijk ook oefenen en als de omgeving het kind de kans geeft om op zijn eigen manier vorm te geven aan de ideeën die hij heeft, zal het kind wel de motorische ervaring op gaan doen om de handelingen eindeloos te herhalen.

Besluit
De vraag of een kind hoogbegaafd is of een 'normale' intelligentie heeft, hoeft niet door een Psychomotorisch therapeut beantwoord te worden. Een PMT-er heeft er wel belang bij op welk intelligentieniveau een kind is getoetst. Deze gegevens helpen een PMT-er om effectievere didaktische instrumenten en/of handelingen toe te passen in het therapeutisch proces. Tot slot komt er nog een vraag in beeld, welke didaktische handelingen bij een bepaald intelligentieniveau horen. Deze vraag is door de auteur niet beantwoord. Het is wel een vraag waarover nagedacht moet worden.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie