Gelezen

mei 2003
Actuele themata 2002
Jan de Lange


Actuele themata uit de psychomotorische therapie 2002
J. Simons (red.)
Leuven: Acco, 163 p. Euro: 17,25.

Jubeljaren
Onze Zuiderburen weten van volhouden. Opnieuw een deeltje in de reeks 'Actuele themata uit de psychomotorische therapie', waarvan het eerste deel verscheen in 1994. Ook A.T. 2003 schijnt al uit te zijn, het tiende deel dus, en tijd voor feestje. Om kosten te sparen kan de redactie van de A.T. samenwerken met de redactie van het Tijdschrift voor Psychomotorische therapie, dat in 2004 het tiende jaar ingaat.

Ik zal de Actuele Themata 2002 op twee plaatsen bespreken. Op de PMT Info Site geef ik een korte impressie van de inhoud van de verschillende bijdragen. In het Tijdschrift voor Psychomotorische Therapie dat in juni verschijnt, zal ik ook inhoudelijk ingaan op het artikel van An de Doncker over agressiewerk, en op de bijdrage van Mirjam Vervaeke over psychomotorische therapie.

De thema's
Het boek telt tien artikelen.
Zeven artikelen gaan over onderzoek en/of meetinstrumenten en drie bijdragen over de praktijk van de psychomotorische therapie.

De eerste twee artikelen gaan over eetstoornissen. In het eerste artikel worden gegevens gepresenteerd over het het zelfbeeld bij studenten met en zonder eetproblemen, in het tweede artikel gaat het over het gebruik van vragenlijsten bij patiënten met eetstoornissen.
Het doel van de eerstgenoemde studie van Simons e.a, is om het lichaamsbeeld bij een grote groep studenten na te gaan, die weliswaar niet leden aan een eetstoornis, maar bij wie wel sprake was van eetproblematiek, gelijkend op anorexia en boulimia
Bij deze twee subgroepen en een controlegroep werden verschillende domeinen van het zelfbeeld gemeten, en apart ook nog eens het lichaamsbeeld. Op drie subschalen van de zelfbeschrijvingsschaal werden significante verschillen gevonden, waaronder m.b.t de fysieke verschijning. Op een lichaams-zelfbeschrijvings-schaal vervolgens werden voor alle subschalen verschillen vastgesteld. Werk aan de winkel voor de pmt. Wie wil weten hoe het lichaamsbeeld kan worden verbeterd, verdiept zich in de recent verschenen publicatie van Rekkers en Schoemaker (2002).
Het tweede artikel (Probst), over het gebruik van vragenlijsten bij patiënten met eetstoornissen, richt zich op de SCL-90, Beck Depressie Inventory, Eating Disorder Evaluation Scale, Eating Disorder Inventory en Lichaams-Attitude Vragenlijst. Met behulp van deze vragenlijsten worden bij genoemde doelgroepen algemene en specifieke klachten onderzocht. Over de referentiegegevens bij vrouwelijke patiënten met eetstoornissen was nog weinig gepubliceerd. In deze lacune is nu voorzien door de vragenlijsten af te nemen bij een groep van 550 AN en 270 BN die zich aanmeldden voor residentiële behandeling bij UC te Kortenberg.

De twee volgende bijdragen gaan weliswaar ook over onderzoek, maar verwijzen tevens naar de consequenties van de onderzoeksgegevens voor de behandeling. Over copingstijlen bij depressie gaat de derde bijdrage (Meyers & Van de Vliet). Dat runningtherapie een bijdrage kan leveren aan bestrijding van depressie wisten we al. Het zijn niet alleen 'fysieke' factoren van het hardlopen die de depressie helpen verminderen, maar hardlopen is ook een een training in antidepressief gedrag. Een vorm van coping, zou je kunnen zeggen. De auteurs onderzochten welke effectieve en ineffectieve copingstrategieën depressieve patiënten gebruiken, en of daaruit aanbevelingen te doen zijn voor de pmt. Uit een vergelijk van de Beck Depression Inventory en de Utrechtse Coping lijst bleek dat ernstig depressieve mensen inderdaad minder effectieve copingstrategieën hanteren: ze reageren op lastige situaties eerder met passief gedrag en proberen zichzelf gerust te stellen. Ze ondernemen weinig actie om problemen aan te pakken. Omgekeerd bleken deze copingstrategieën ook in enige mate een depressie te kunnen voorspellen. Hier liggen dus ook aangrijpingspunten voor de psychomotorisch therapeut.
Ook in de vierde bijdrage wordt naar behandeling verwezen, ditmaal voor patiënten met psychosomatische klachten (Gool & Van de Vliet). De auteurs presenteren een overzicht van literatuur over pmt voor patiënten die last hebben van chronische vermoeidheidsklachten en/of chronische pijnklachten aan spier-skeletstelsel: CVS en fibromyalgie. Besproken wordt onderzoek naar de objectieve fysieke fitheid van deze patiënten en naar de wijze waarop deze inspanning waarnemen. Deze gegevens zijn van belang bij het opstellen inspanningsprogramma's. Programma's waarin de mate van inspanning geleidelijk wordt opgevoerd en elementen uit de cognitieve gedragstherapie leiden tot vermindering van symptomen en verbetering fysiek functioneren.
In de vijfde en zesde bijdrage staan werkwijzen in de psychomotorische therapie centraal. Het vijfde artikel gaat over agressiewerk bij patiënten met verwerkingsproblematiek (De Doncker). De auteur is werkzaam op een afdeling voor adolescenten en jong-volwassenen en doet in dit artikel verslag van haar ervaringen met agressiewerk. Op deze afdeling wordt vanuit de basisprincipes van de directieve therapie gewerkt: directieven, tijdslimieten, concrete doelen, pragmatiek en actie, evaluatie. Vanuit deze directieve invalshoek besteedt de auteur aandacht aan vier hoofdthema's: veiligheid, grenzen, agressieregulatie en lichaamsbeleving. Het thema van de agressieregulatie wordt in het artikel verder uitgewerkt. Hierbij is het de hoofdtaak om de kwaadheid uit de taboesfeer te halen. De psychomotorische werkwijze wordt gebruikt om kwaadheid te herkennen, containen en te uiten.
Dat psychomotorische therapie meer is dan 'bewegen', lezen we in het zesde artikel (Vervaeke). Deze bijdrage gaat wat meer in het algemeen over (de herkomst van) werkwijzen in de psychomotorische therapie, waarbij vooral het belang van de betekenisverlenende context aan de orde komt. Zij verwijst naar enkele klassieke voorbeelden uit de geschiedenis vande psychoanalytische beweging, voorlopers van het latere lichaamswerk: Ferenczi en Groddeck en Reich. Een groep Franse lichaamstherapeuten bouwt voort op het werk van Ferenczi, maar ook in de Integratieve BewegingsTherapie van Petzold treffen we hiervan elementen aan. De auteur gaat ondermeer in op de groepsgerichte werkwijze in de IBT, waarin het de bedoeling is patiënten te stimuleren om vanuit de bewegingsinteracties woorden te vinden voor hun ervaringen. Tot slot wijst de auteur op het (voor veel PMT-ers onbekende) werk van Benson over de relaxatie-respons. Hierin vindt zij aanknopingspunten voor individuele mind-body therapie bij stressgerelateerde problematiek.

In de vier hieropvolgende artikelen staat de psychomotorische therapie bij kinderen centraal. Het zevende artikel gaat over neuromotorische en neuropsychologische diagnostiek in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Auteur bepleit een multidisciplinaire diagnostiek en behandeling. Vaak is er bij kinderen sprake van een combinatie van psychiatrische en neuromotorische en neuropsychologische problematiek. Het behoort onder meer tot de taak van de psychomotorisch therapeut die laatste twee aspecten te diagnostiseren en te behandelen. Het artikel heeft vooral een informerende bedoeling: de lezers te informeren over syndromen en stoornissen die bij kinderen kunnen voorkomen. Het zou aardig zijn, om eens een bijdrage van Monique Hammink op te nemen in de Themata. Als geen ander verstaat Hammink de kunst, duidelijk te maken hoe de psychomotorisch therapeut aan diagnostiek kan doen.
Het achtste artikel gaat over het verband tussen reële en waargenomen competentie bij kinderen uit de basisschool. Of eigenlijk, over het verband tussen de meetinstrumenten die deze twee zaken meten. De bestaande meetinstrumenten die de reële en waargenomen competentie meten, sluiten vooralsnog onvoldoende op elkaar aan. Hoe iemand over zichzelf denkt, is immers van invloed op motivatie om te handelen. Schat iemand zich te laag of te hoog in, is hij te passief of juist te roekeloos.
Het negende artikel gaat ook over onderzoek naar het zelfbeeld, ditmaal bij adolescenten. Volgens een hiërarchisch multidimensioneel model is een vragenlijst vertaald die zich richt op adolescenten.
Het laatste artikel (Willems & Bulkmans) doet enkele aanbevelingen over de werkwijze met ADHD kinderen.

Nederland-Vlaanderen: 0-10
Tot zover de inhoud. Beoordeling van de inhoud van de bijdragen laat ik aan de lezers zelf over. De meeste bijdragen gaan namelijk over terreinen waarop ik niet thuis ben.
Over de opzet van het boek wil ik wel iets kwijt.
Eerst iets over de balans. Ik vind het goed om te zien dat er een mooie balans is tussen bijdragen op gebied van PMT bij volwassenen en bij kinderen. Ook is er een aardig evenwicht tussen vrouwelijke auteurs en mannelijke, tussen oude bekenden en nieuwe namen. De balans tussen onderzoek en praktijk slaat naar mijn smaak te veel door naar het onderzoek. Niet alleen het aantal praktijkbijdragen vind ik mager, ook de wijze waarop praktijkervaringen worden beschreven stelt me teleur. Daarin verschillen de Vlaamse praktijkartikelen overigens niet van de Nederlandse. Wat mij blijft teleurstellen, is dat praktijkartikelen vaak 'eilandjes' zijn. Auteurs beschrijven hun eigen ervaringen (waarvan ik soms onder de indruk ben), maar er ontbreekt een 'lijn', iets dat zo kenmerkend is voor artikelen over onderzoek. Ongetwijfeld komt dat voor een belangrijk deel omdat praktijkmensen, anders dan onderzoekers, niet ieder jaar een of meer artikelen hoeven te schrijven. Zouden ze dit wel doen, dan zouden zij 'als vanzelf' gaan voortbouwen op eerdere publicaties, en zo 'lijn' gaan aanbrengen. Ik wil hier niet De Doncker en Vervaeke te kort doen. Ik zie het als een breed probleem: de wereld van psychomotorisch therapeuten is nog niet goed in staat haar praktijkkennis cumulatief op schrift te stellen.
Storend vind ik de taal en schrijffouten in het boek, en de soms onduidelijke formuleringen van auteurs. Ik schreef het eerder t.a.v het boek van Rekkers en Schoemaker (dat ook al bij Acco verscheen): met een kritischer eindredactie zouden vele van die slordigheden kunnen worden voorkomen.
Tot een slot iets dat me (al jaren) bevalt: men heeft in Vlaanderen enkele auteurs die ieder jaar voor nieuwe publicaties zorgen. Dat wij in Nederland daarvan ook profiteren, blijkt uit het al eerder genoemde boek van Rekkers en Schoemaker over behandeling van eetstoornissen. Maar toch, wordt het in Nederland niet ook eens tijd voor een jaarboek?

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie