Gelezen

september 2003
The use of ethical touch in psychotherapy

M. Hunter & J. Struve 1997
Londen: Thousand Oaks
320 pp

Door: Mia Leijssen


(deze bespreking verscheen eerder in het Tijdschrift voor Psychotherapie, 1999,25,3 en is met toestemming van de auteur in twee delen gepubliceerd op de PMT Info Site)

Deel 1

Hunter is een doctor in de klinische psychologie die zijn proefschrift gemaakt heeft over de invloed van (afwezigheid van) aanraking bij mensen met trauma's. Struve is een sociaal werker die voornamelijk therapeutische ervaring heeft met daders en slachtoffers van seksueel geweld. Deze twee Amerikaanse auteurs zijn erin geslaagd een boek samen te stellen dat een bijzonder rijke bron is van wetenschappelijk onderbouwde kennis en praktische klinische wijsheid. De rode draad in hun betoog is dat fysiek contact in de psychotherapiesetting een zeer waardevolle aanvulling kan zijn op de verbale interacties. Ze gaan hiermee in tegen de tendens om elk fysiek contact tussen therapeut en cliënt te vermijden ter voorkoming van seksuele grensoverschrijdingen. Het feit dat sommige therapeuten inderdaad uitglijden in seksueel misbruik, heeft ertoe geleid dat beroepscodes beklemtonen dat seksueel contact niet verenigbaar is met een professionele relatie. Veel plichtsbewuste therapeuten hebben hieruit de nog verdergaande conclusie getrokken dat alle aanrakingen beter weggelaten kunnen worden in de therapeutische interactie. De auteurs nemen ondubbelzinnig stelling tegen elke vorm van seksuele aanraking in de psychotherapie, maar ze wijzen erop dat zeer goed bedoelde ethische richtlijnen ertoe geleid hebben dat therapeuten niet meer durven aan te raken. Zij lanceren de provocerende stelling dat het juist onprofessioneel, onverantwoord en zelfs onethisch is om gepaste aanrakingen niet te gebruiken wanneer er zoveel evidentie is dat fysiek contact kan bijdragen aan het herstelproces van de cliënt.

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel, Foundations, wordt gewezen op het gegeven dat de huid bij kleine kinderen als contactorgaan belangrijker is dan de andere zintuigen en dat het zogenoemde geheugen van de huid mede bepaalt hoe cliënten later op aanrakingen reageren. In een volgend hoofdstuk krijgen we een overzicht van onderzoeken die aantonen dat (gebrek aan) fysiek contact bepalend is voor de interpersoonlijke communicatie. Zo blijkt er een statistisch sterk significante relatie te zijn tussen tekort aan fysieke affectie als kind en gewelddadig en antisociaal gedrag als volwassene. In een trainingsprogramma voor gewelddadige adolescenten werd aangetoond dat het seksueel-agressief gedrag sterk afnam bij de adolescenten wanneer niet-seksueel fysiek contact in het therapeutisch programma werd opgenomen. Ook is herhaaldelijk vastgesteld dat aanraking een positief effectheeft op de zelfonthulling van mensen. Tot slot, bij oude mensen blijkt dat het tactiele systeem minder achteruitgaat dan het visuele en het auditieve en dat aangeraakt worden bijdraagt aan het gevoel van waardigheid. Verder krijgen we in het eerste deel nog een hoofdstuk waarin de betekenis van fysiek contact in diverse culturen wordt gesitueerd en een historisch overzicht van hoe er in de verschillende therapie-oriëntaties gedacht, geschreven en gehandeld werd met betrekking tot aanraking van cliënten. Naast de therapie-oriëntatie blijken andere factoren bepalend te zijn of een therapeut kiest voor fysiek contact met zijn cliënten. Zo wijzen de auteurs erop dat Amerikanen als gevolg van een Angelsaksische puriteinse erfenis verward en conflictueus zijn over aanrakingen en daarom afstandelijkheid verkiezen. Hedendaagse Europese therapeuten blijken minder rigide om te gaan met aanrakingen dan hun Amerikaanse collega's.

Deel twee van het boek beschrijft de klinische toepassingen van aanrakingen. De auteurs besteden eerst een hoofdstuk aan het aspect macht, omdat lichamelijk contact met machtsverhoudingen te maken heeft en de therapiesituatie ook gevoelig is voor deze dynamiek. Zo is er bijvoorbeeld de impliciete sociale norm dat de hogere in status beslist om de lagere in status aan te raken; de lagere in status heeft eigenlijk niet het recht de aanrakingen van de hogere in status te weigeren. In Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Zuid-Europese culturen vinden meer aanrakingen plaats in een niet-seksuele context. In de Westerse patriarchale cultuur hoort aanraken vanuit de dominerende mannelijke visie thuis in een seksuele context. Het probleem dat hierdoor ontstaat, probeert men op te lossen door niet meer aan te raken. In een niet-tactiele samenleving zoeken de touch deprived individuen andere uitwegen. De auteurs verbinden bijvoorbeeld de explosie van het aantal huisdieren in Amerika met de behoefte aan knuffelen die te weinig in de menselijke interacties wordt bevredigd.
In een volgend hoofdstuk worden de functies van aanraken in therapie op een rij gezet. Eerst en vooral moet iemand zich bewust zijn van de bijzonder subjectieve kwaliteit van elke aanraking. Bijvoorbeeld: dezelfde sensorische prikkel zoals een tik op de schouder, kan voor de ene een aanmoediging betekenen, voor de andere een berisping. De bedoelingen van de therapeut moeten helder zijn en onder andere de volgende karakteristieken te hebben: de wens om goed te doen voor de cliënt; het gebruik van fysiek contact als een bewust gekozen therapeutisch proces en niet als iets wat achteloos wordt gebruikt; een staat van welbevinden bij de therapeut zonder ondertoon van vermoeidheid; geen interferentie van eigenbelang. De therapeut mag de cliënt niet aanraken wanneer er seksuele of vijandige gevoelens bij therapeut of cliënt aanwezig zijn.

Ondersteund door een indrukwekkend onderzoeksoverzicht zetten de auteurs de positieve effecten van fysiek contact in de verf. De belangrijkste bevindingen zijn: aanraking faciliteert een positieve werkalliantie; cliënten beleven zichzelf als meer beminnenswaardig; bij psychiatrische patiënten neemt de verbale interactie toe, evenals hun realiteitsbesef en hun capaciteit om in het hier-en-nu contact te maken; diepe wonden uit het verleden worden eerder geheeld omdat de toegang tot de traumatische ervaringen vergemakkelijkt wordt en de beleving van reparenting sterker is bij fysiek contact; bij overspoelende emoties geeft het fysiek contact een gevoel van veiligheid; in de momenten waarin cliënten het contact met de realiteit verliezen of dissociëren kan het fysiek contact hen heroriënteren; een vriendelijke aanraking versterkt de verbaal uitgedrukte empathie; momenten die gepaard gaan met fysiek contact beklijven veel meer bij de cliënt. Verder heeft aanraking, of ook al het zien van aanrakingen bij anderen in een groepstherapie, de kracht om diep verborgen herinneringen en emoties naar boven te halen en contact te maken met gedissocieerde delen van de cliënt.


Einde deel 1. Deel 2 (slot) volgt in oktober 2003

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie