Gelezen

november 2003
Revalidatie Psychomotorische Therapie

Groningen: 2003
Centrum voor revalidatie, Academisch Ziekenhuis Groningen

Door Jan de Lange


Inleiding
Brochures zijn hot in de GGZ. Zowel de klassieke papieren exemplaren als de 'digitale brochures' die te vinden zijn op de vele websites die de GGZ inmiddels rijk is. Vorig jaar verscheen er een brochure van de NVPMT en ook de lichaamsgerichte werkende psychologen hebben er een.
Zulk materiaal is handig. Wanneer belangstellenden, collega's, verwijzers of cliënten willen weten wat psychomotorische therapie is, krijgen zij in eenvoudige bewoordingen antwoord. En adressen, zodat de lezers weten waar ze terecht kunnen voor PMT.

PMT binnen de revalidatie
De brochure over revalidatie psychomotorische therapie past uitstekend in de huidige trend. Het is terecht dat de auteurs met hun boekje de aandacht vestigen op deze minder bekende tak van de psychomotorische therapie. PMT in de revalidatie is bedoeld voor patiënten bij wie een opgelopen lichamelijke aandoening niet of moeizaam kan worden geïntegreerd in het psychosociaal functioneren. PMT richt zich binnen deze groep dan weer op die patiënten die een therapeutische relatie nodig hebben voor steun, confrontatie of structurering.
Nadat in het eerste hoofdstuk de positie van de psychomotorische therapie in de revalidatie is uiteengezet, worden in het tweede hoofdstuk de algemene uitgangspunten van de psychomotorische therapie behandeld. Daarna volgen de doelstellingen en indicaties voor de psychomotorische therapie in de revalidatie. De vier volgende hoofdstukken staan dichter bij de praktijk en behandelen de intake, de behandelovereenkomst, de methodiek in de praktijk en de therapeutische attitude.
In de toelichting op de uitgangspunten van de PMT in de revalidatie, beschrijven de auteurs het biologisch psychosociaal evenwichtsmodel. Verwarrend is dat het lichamelijke soms in eenzelfde alinea vanuit een biologisch, een psychologisch of een fenomenologisch standpunt wordt benaderd, zonder dat de auteurs zich steeds bewust zijn van die perspectiefwisselingen.
Dan de doelstellingen. De auteurs onderscheiden:
1. het weer mogelijk maken van het passeren van het lichaam,
2. het bevorderen en begeleiden van het rouwverwerkingsproces,
3. het werken aan sociale problemen,
4. het (h)erkennen van de samenhang tussen psychosociale stress en het aanhouden danwel uitlokken van lichamelijke klachten.
Deze doelstellingen worden kort toegelicht. Vervolgens komen de indicatiegebieden voor de PMT aan de orde. Omdat niet iedereen met een lichamelijke beperking therapie nodig heeft, moet voor patiënten helder zijn wanneer zij zich tot een psychomotorisch therapeut kunnen wenden. Die indicatiegebieden dienen mijns inziens dan wel een intrinsieke samenhang te hebben met de genoemde hoofddoelstellingen: PMT is geïndiceerd als patiënten hun lichaam niet meer kunnen passeren, als patiënten blijven steken in een rouwproces, wanneer patiënten a.g.v de lichamelijke beperking vastlopen in sociale problemen of als zij de samenhang tussen psychosociale stress en de lichamelijke klachten niet onderkennen. Maar zo'n helder verband leggen de auteurs niet. Weliswaar worden indicatiegebieden opgevoerd in relatie tot de derde en vierde doelstelling, maar wonderlijk genoeg zijn we de eerste twee doelstellingen dan alweer kwijtgeraakt. Bovendien is er een indicatiegebied toegevoegd waaruit nieuwe doelstellingen worden afgeleid: PMT is namelijk ook geïndiceerd bij somatoforme reacties en somatische klachten bij persoonlijkheidsproblematiek en de PMT levert een bijdrage aan meer motivatie voor psychiatrische of psychologische hulp.
In het volgende hoofdstuk komt de intake aan de orde. In de intake worden de klachten van de patiënt geïnventariseerd, wordt de indicatie gesteld en wordt met de patiënt besproken hoe aan de klachten kan worden gewerkt door middel van de psychomotorische therapie. De lichamelijke spanningen en het gedrag in bewegingssituaties worden met behulp van PMT–specifieke methodieken onderzocht. Een semi-gestructureerd interview moet de rest van de informatie opleveren. Ik mis ook hier een heldere samenhang met de doelstellingen en de indicatiegebieden.
Wordt een indicatie voor PMT gesteld, dan volgt het opstellen van een behandelovereenkomst.
In het laatste gedeelte wordt de methodiek van de PMT beschreven aan de hand van de drie behandelstrategieën van Petzold: oefengericht, ervaringsgericht en conflictgeoriënteerd. Deze strategieën worden vervolgens toegelicht. De brochure wordt afgesloten met een lijstje klachten die aanleiding kunnen zijn tot een intake bij de psychomotorisch therapeut

Maar waarom PMT als therapie?
Ik kan niet beoordelen of deze brochure in de praktijk voldoet. Dat komt doordat ik zelf niet in de revalidatie werk, maar heeft ook te maken met het feit dat het onduidelijk is voor wie deze brochure bedoeld is. Weliswaar is de aanleiding voor het schrijven van deze brochure dat het vak relatief nieuw is binnen de revalidatie, maar bij wie wil men de PMT onder de aandacht brengen? Bij verwijzers, collega's in de revalidatie, patiënten, zorgverzekeraars of psychomotorisch therapeuten in de psychiatrie?
Gelukkig stuurden de auteurs hun brochure ook naar het Tijdschrift voor Psychomotorische Therapie (2003, 5), en deden die vergezeld gaan van een toelichting. Dankzij die toelichting weet ik dat de brochure is bedoeld voor verwijzers. Het is aan hen om te beoordelen of deze brochure voldoet, maar ik zie toch een probleem. De doelstellingen die de auteurs formuleren zijn van algemene aard. Deze doelstellingen kunnen ook aan de orde komen in een psychotherapeutische behandeling of bijvoorbeeld creatieve therapie. Vandaar dat het stukje over indicaties zo belangrijk is. Juist bij de indicatiestelling gaat het er dan om dat helder wordt aangegeven wanneer je bij genoemde problemen en doelstellingen aan PMT denkt, en niet aan psychotherapie of psychosociale begeleiding. Het PMT-specifieke moet dan worden gerelateerd aan de werkwijze. Helaas wordt daarover niets geschreven, en al worden er bij de toelichting op de strategieën wat concretere voorbeelden van de psychomotorische therapie genoemd, de brochure kan in vele opzichten net zo goed over een andere vorm van therapie gaan.

Invalide zinnen
Een brochure past uitstekend bij professionalisering van het vak, maar dan moet men de brochure ook professioneel schrijven. Deze brochure vertoont te veel taalfouten en is aan re-validatie toe.
Enkele voorbeelden: Op pagina 10 schrijft men: 'Tijdens de intake wordt het volgende geïnventariseerd: 1. lichamelijke gespannenheid; 2. gedrag in bewegingssituaties;
Probleem één is dat het woord gespannenheid volgens de Van Dale niet bestaat, laat staan dat je gespannenheid kunt inventariseren. Dat laatste begrip vind ik voor een intake ook vreemd: in een intake doe je onderzoek, in dit geval (onder meer) naar de mate en locatie van spanningen en de klachten van de patiënt die hieraan gerelateerd zijn. Ik noem maar wat. Echt vreemd wordt het als we lezen wat het onderzoek naar de lichamelijke spanningen inhoudt: 'Door middel van een handgreep uit de 'Sensorelaxatie methode'(Bolhuis, 1982) kan worden geïnventariseerd:
1. of de patiënt 'kan luisteren 'naar lichaamssignalen;
2. of de patiënt in staat is invloed uit te oefenen op lichamelijke gespannenheid;
3. of thema's als afhankelijkheid, koppigheid, alles alleen willen doen, controle of zorg voor de ander, een belemmerende rol spelen in het proces van integratie van het lichamelijke en het psychosociale functioneren.' (pagina 10).
Nog los van het feit of de derde inventarisatie aan de hand van die ene handgreep kan worden opgesteld, worden hier aspecten van het interpersoonlijk functioneren onderzocht, niet de lichamelijke gespannenheid.
Mankementen vertonen ook de volgende zinnen 'De werkhypothese is de hypothese over de klachten van de patiënt, waar patiënt en behandelaar het over eens zijn', zo lezen we op pagina 12. Dat is een vreemde zin. Een hypothese gaat namelijk niet over klachten maar bijvoorbeeld over verbanden tussen symptomen (c.q klachten) en zaken die vermoedelijk de oorzaak van de symptomen zijn. Bijvoorbeeld: men veronderstelt dat een onvermogen om grenzen aan te geven, de oorzaak is van overbelasting en daarmee van psychosociale stress, waardoor pijnklachten toenemen.
Nog een voorbeeld van een merkwaardige zin: 'De verschillende strategieën (therapeutische behandelstrategieën; JDL) glijden in elkaar over, ze kunnen verschillen in volgorde of er kan sprake zijn van accentuering van een van de strategieën.' (p.12) Maar natuurlijk verschillen de strategieën zelf niet in volgorde, maar de toepassing van de strategieën geschiedt kennelijk niet volgens een vaststaande volgorde.
Een laatste voorbeeld. Waar de ervaringsgerichte strategie wordt toegelicht schrijven de auteurs: 'Vervolgens kan door middel van het ervaren van deze lichaamssignalen worden geëxperimenteerd met het stellen van grenzen' (13). Maar dit experimenteren gebeurt niet door middel van het ervaren van lichaamssignalen, maar met behulp van het ervaren van lichaamssignalen.
Hier laat ik het bij, want anders wordt het flauw en schoolmeesterachtig. Ik wil er maar mee aantonen: het geschrevene is voor verbetering vatbaar. Het medium brengt de boodschap en wie precies formuleert, zal merken dat de inhoud van het stuk daar ook beter van wordt. De auteurs doen er goed aan een corrector in te huren en een verbeterde druk uit te brengen. Dan kunnen ze ook hun naam toevoegen en aangeven waar de brochure kan worden verkregen.
Voor wie dat nu al weten wil: het boekje is van de hand van Berend Mengerink en Inge Boonstra, en het kan worden besteld bij: i.g.boonstra@rev.azg.nl of b.mengerink@rev.azg.nl

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie