Gelezen
|
Jan de Lange Bakker, C. Th., & L. de Goei (2002). Een bron van zorg en goede werken. Geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Noord-Holland Noord. Amsterdam: SUN, 431 p., euro 22,50. Deze recensie verscheen eerder in het MGv, 2003, 7/8 Nu eens niet over Santpoort Zo'n tien jaar geleden zag men de geschiedschrijving van de psychiatrie in Nederland in gevaar komen. Die vrees is ongegrond gebleken. In het MGv 01-7/8 gaven Gijswijt-Hofstra en Oosterhuis trots een overzicht van de boeken en artikelen die de laatste jaren verschenen zijn over de geschiedenis van de Nederlandse GGZ. De provincie Noord-Holland mag zich verheugen in twee uitvoerige historische studies. In 1998 publiceerde Vijselaar een boek over de geschiedenis van de drie provinciale ziekenhuizen van Noord-Holland. Daarin beschreef hij de geschiedenis van de psychiatrische zorg in het zuid-westen van Noord-Holland. De geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in het noordelijk deel van Noord-Holland is nu ook in beeld gebracht. In 'Een bron van zorg en goede werken' wordt een kleine tachtig jaar GGZ beschreven, waarbij een hoofdrol is weggelegd voor de katholieke St. Willibrordusstichting. Dit boek is geschreven in opdracht van het bestuur van de stichting GGZ Noord-Holland Noord, een netwerk van voorzieningen, ontstaan uit een fusie in 1997. Daarbij waren twee Riagg's, een RIBW, twee PAAZ-en het genoemde katholiek psychiatrisch centrum betrokken. Ze maakte een einde aan de klassieke structuur van de geestelijke gezondheidszorg, zoals die vanaf het interbellum in Noord-Holland gestalte had gekregen. In het eerste deel van dit boek besteden de auteurs uitgebreid aandacht aan de confessionele signatuur van de Willibrordusstichting. Vervolgens beschrijven zij enkele vernieuwende initiatieven tussen 1935 en 1960, waarmee de stichting veel aanzien verwierf in Nederland. Na deze periode van bloei raakte het ziekenhuis vanaf de jaren zeventig verstrikt in interne en externe conflicten. Na een dieptepunt in 1992 werden veranderingen ingezet die leidden tot de genoemde fusie. Een kloostergesticht in Noord-Holland Een groot deel van dit boek gaat over de katholieke signatuur van de Willibrordusstichting. Onder invloed van katholieke emancipatie richtte de Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes in 1929 in Heiloo een psychiatrisch ziekenhuis op voor katholieke mannen uit heel Nederland. In drie hoofdstukken beschrijven de auteurs van dichtbij de consequenties van de katholieke signatuur voor het dagelijks leven van de broeders, de behandeling van de patiënten en de organisatie van het ziekenhuis. Lange tijd stonden de broeders voor een onmogelijke opgave: ofwel zij schoten te kort in hun religieuze taken, of de patiënten werd te kort gedaan. De dagelijkse verzorging van de patiënten was extra zwaar door de personele onderbezetting en doordat alleen patiënten met een ongunstige prognose werden naar Heiloo werden gestuurd. Sommige broeders volgden ook nog eens een opleiding tot B-verpleegkundige. Daarnaast moesten zij hun religieuze verplichtingen als kloosterling nakomen. Ook tijdens de geestelijke afzondering van de retraite ging het dagelijks werk gewoon door. Zij konden dit alleen doen door om beurten geregeld het verpleegkundig werk te onderbreken. Er was simpelweg onvoldoende tijd om deze tegenstrijdige taken allemaal naar behoren uit te voeren.Dit conflict werd pas 'opgelost' in de jaren zestig, toen het kloostergesticht geheel in de geest van de tijd werd omgevormd in een psychiatrisch centrum waarin de religie haar dominante rol had verloren. De veranderingen die toen optraden worden in een apart hoofdstuk beschreven. Net als in andere confessionele inrichtingen werd op bestuurlijk vlak een spagaat gemaakt. Bij de dagelijkse leiding van het ziekenhuis kwamen de broeder-overste en de geneesheer in de loop van de tijd meer en meer met elkaar in conflict. Interessant genoeg namen deze bestuurlijke problemen door de secularisatie juist toe. Een progressief milieu De spanning tussen religie en psychiatrische zorg verhinderde geenszins dat de Willibrordusstichting op verschillende terreinen koploper werd in de Nederlandse inrichtingspsychiatrie. Al voor de Tweede Wereldoorlog had de Willibrordusstichting de aandacht getrokken door als eerste Nederlandse inrichting de Insuline Coma Therapie (ICT) toe te passen en hierover te publiceren. Het was mede dank zij de ruimdenkende geneesheer-directeur J.P. de Smet dat na de Tweede Wereldoorlog psychoanalytische en psychotherapeutische inzichten een kans kregen. Psychiater L. Vaessen werd in 1947 in de gelegenheid gesteld om een psychoanalytische opleiding te volgen. Dat was uitzonderlijk, want voor de katholieken was de Freudiaanse leer niet zomaar acceptabel. Vaessen ontwikkelde in de jaren vijftig een voor Nederland unieke groepspsychotherapeutische behandeling in gestichtsverband. Hij combineerde de ICT met milieutherapie en was geïnteresseerd in de psychische aspecten van de kuur. Creatieve therapie en bewegingstherapie rekende hij tot de medische behandeling, en niet, zoals elders in het land, tot de arbeidstherapie. Eind jaren vijftig kwam een einde aan het experiment, maar de milieutherapeutische benadering had toen een voet aan de grond gekregen. Ook op gebied van het testonderzoek nam de Willibrordusstichting een voorhoedepositie in: als eerste inrichting in Nederland nam ze een psycholoog in dienst en zette ze een experimenteel psychologisch laboratorium op. Een bron van conflicten Vanaf de jaren zestig kwam het imago van vooruitstrevend behandelinstituut onder druk te staan. De opnameafdeling van het ziekenhuis raakte verstopt door een tekort aan doorstroommogelijkheden. Dit leidde tot spanningen met de Stichting Geestelijke Volksgezondheid Noord-Holland, die sinds de jaren dertig voor- en nazorg bood. Men zocht de oplossing in het ontwikkelen van afdelingen voor gedifferentieerde (vervolg)behandeling, waarvan er enkele buiten het terrein van de inrichting tot stand werden bracht, zoals de psychotherapeutische gemeenschap de Oosthoek in Limmen. Intern groeiden nieuwe problemen. Het ziekenhuis telde steeds meer nieuwe beroepsgroepen en hoog opgeleide professionals; deze eisten, in de geest van de tijd, inspraak. De klassieke organisatiestructuur en het zwak ontwikkelde management konden deze ontwikkelingen niet beheersen. Er ontstonden voortdurend conflicten tussen professionals en directie en tussen de beroepsgroepen onderling , met name tussen psycholoog en geneesheer. Maar ook van buitenaf werd de directie van het psychiatrisch centrum onder druk gezet. De rijksoverheid drong steeds sterker aan op extramuralisering, substitutie van bedden door stoelen en op zorg dicht bij huis. Hiertoe diende de Willibrordusstichting intensief te gaan samenwerken met de andere instellingen in de regio. Pas met de komst van een nieuwe directie in 1992 zetten nieuwe ontwikkelingen snel door. In vijf jaar tijd werden de banden met de instellingen in de regio zo aangetrokken, dat in 1997 een fusie mogelijk werd. In enkele jaren tijds was de Willibrordusstichting weer koploper geworden in de Nederlandse GGZ. Wiens brood men eet... Deze studie is grotendeels geschreven door Leonie de Goei en Catherina Bakker, met bijdragen van Joost Vijselaar en Nico Groen. Een groep historici die garant staat voor kwaliteit. Het boek is helder en boeiend geschreven, het belicht gedetailleerd een aantal bijzondere ontwikkelingen, en weet tegelijkertijd de geschiedenis van de ontwikkelingen in Noord Holland in een breder perspectief te plaatsen. Maar het is ook onevenwichtig. De 260 pagina's over de eerste veertig jaar geven alle ruimte voor een beschrijving van dichtbij. In de negentig pagina's die zijn uitgetrokken voor de laatste dertig volgen we alleen de grote lijnen op het bestuurlijk vlak. Dat is jammer, want juist de recente geschiedenis biedt volop mogelijkheden voor dossieronderzoek en voor het verhaal van cliënten en personeel. Is die keuze voor het bestuurlijke soms ingegeven door de opdrachtgevers? Als vaktherapeut had ik graag meer gelezen over de ontwikkeling van de creatieve en bewegingstherapie na de boeiende start in de jaren vijftig. Wat echt ontbreekt is een eenvoudig kaartje van Noord-Holland. Maar wat het boek in overvloed biedt is een prachtige beschrijving van een periode waarin de zorg voor psychiatrische patiënten onherkenbaar veranderde. |
