Gelezen
Jan KnaapenEffects of exercise training on older patients with major depression. et al. The Archives of Internal Medicine, Vol 159, nr. 25, 1999 (p. 2349-2356). De Duke University Medical Center (U.S.A.) studie onderzocht voor het eerst systematisch het effect van regelmatige lichamelijke activiteit (wandelen of joggen) op de depressieve symptomen bij ouderen. De veroudering van de bevolking verhoogt de prevalentie van chronische aandoeningen. Depressie is een belangrijke oorzaak en gevolg van chronische aandoeningen en handicaps bij ouderen. In de U.S.A. wordt de prevalentie van depressie bij ouderen geschat op 5 tot 10 % bij zelfstandig wonende en op 18% van de bejaarden in rustoorden. Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat een derde van de depressieve patiënten niet positief reageert op antidepressiva en bij anderen heeft medicatie ongewenste neveneffecten (orthostatische hypotensie, tachycardie, cardiale geleidingsstoornissen, nausea, sedatie) wat de therapietrouw hypothekeert. Daarenboven is de kostprijs van medicatiegebruik op lange termijn hoog. Deze studie onderzocht of wandelen en joggen goede alternatieven zijn voor medicatie bij depressieve ouderen. 156 depressieve mannen en vrouwen van middelbare leeftijd en ouderen (gemiddelde leeftijd 57 j., leeftijdsbereik 50 – 77 j.) werden at random toegekend aan drie behandelingsvormen wandelen of joggen, antidepressiva (SSRI) en de combinatie van antidepressiva en wandelen of joggen. De proefgroep beantwoorde aan de diagnostische criteria van de DSM IV voor majeure depressie. Volgende onderzoeksvragen werden gesteld: hebben de drie interventievormen een verschillend effect op de depressieve symptomen? Voorspelt de ernst van de depressie de respons op de verschillende behandelingsvormen? De deelnemers van de oefengroep wandelden of liepen onder begeleiding driemaal per week gedurende 30 minuten. De intensiteit van de inspanning was hoog (70 tot 85% van de maximale hartslagfrequentie). Resultaten: 60,4 % van de patiënten van de oefengroep werd na 16 weken niet meer als depressief gediagnosticeerd (DSM IV-criteria); 65,5 % van de patiënten die met antidepressiva behandeld werden; 68,8% van de patiënten die combinatiebehandeling volgden. Na 16 weken waren de verbeteringen op de depressieschalen (Beck Depression Inventory en de Hamilton Rating Scale for Depression) significant en voor de drie groepen gelijkwaardig. De respons op de behandeling trad sneller bij patiënten die met antidepressiva behandeld werden. Patiënten met matig depressieve symptomen reageerden sneller op het wandel- en loopprogramma dan patiënten met ernstige symptomen. De auteur besluit dat wandelen of joggen even effectief is als de standaardbehandeling met antidepressiva (SSRI) bij ouderen met een majeure depressie. De maximale zuurstofopnamecapaciteit (VO2MAX) van de oefengroep en de groep die de combinatiebehandeling volgde verbeterde met respectievelijk 11% en 9%; voor de groep die uitsluitend met antidepressiva behandeld werd was de toename van de VO2MAX minder dan 3%. Over de bijdrage van regelmatige lichamelijke activiteit in de preventie van de fysiologische verouderingsprocessen wordt in dit artikel niet verder gerapporteerd. Therapietrouw: drop-out percentages van de drie groepen waren statistisch niet verschillend (14,6% voor de medicatiegroep, 26,4% voor de wandel- en loopgroep, en 20% voor de combinatiebehandeling). Twee patiënten van elke interventievorm weigerden deelname aan het onderzoek o.w.v. ontevredenheid over de hen voorgestelde behandelingsvorm. Tien patiënten stopten de medicamenteuze behandeling o.w.v. ongewenste neveneffecten (agitatie, slaapstoornissen en duizeligheid). De redenen van drop-out voor de oefengroep waren de praktische problemen om de begeleide oefensessies te volgen (9 patiënten) en ontevredenheid over het oefenprogramma (7 patiënten). Blumenthal vermeldt dat het gestructureerd karakter van het gesuperviseerde oefenprogramma en de sociale steun die de patiënten ervaren een positief effect kunnen hebben op de reductie van de depressieve symptomen. De auteur suggereert dat het therapeutisch effect toe te schrijven is aan het feit patiënten een actieve rol hebben in hun behandeling. Een medicamenteuze behandeling is een zeer passieve interventie. Patiënten die oefenen ervaren een gevoel van meesterschap (mastery) over hun fitheid en meer zelfvoldoening. Een duidelijke samenhang tussen eigen inspanning en het bereikte resultaat (positief zelfbeeld, verbeterde fitheid) leidt tot positieve interne attributies. De resultaten moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden omdat de proefpersonen werden geronseld via advertenties en huisartsen waardoor gemotiveerde deelnemers (cfr. hoge oefenintensiteit: 70 tot 85% van de maximale hartslagfrequentie) geselecteerd werden. Suïcidale patiënten en patiënten met bipolaire stoornissen of psychotische depressies werden uitgesloten. Bovendien werden personen met somatische contra-indicaties voor lichamelijke inspanning eveneens uit het onderzoek geweerd. |
