Gelezen

juni 2004
Monique Hammink: Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld
Hanneke Sleeuwenhoek & Marianne Houben


Monique Hammink: Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld
Dissertatie Erasmus Universiteit Rotterdam
ISBN: 90-423-0233-X


Het belang van het proefschrift
Hoewel uit veldonderzoek blijkt dat psychomotorisch therapeuten grote waarde hechten aan zorgvuldige diagnostiek, wordt slechts zelden systematisch gebruik gemaakt van psychomotorisch diagnostische instrumenten. De diagnostische instrumenten die gebruikt worden, zijn bovendien methodologisch niet goed onderbouwd.
Het doel van het promotieonderzoek was om helderheid en eenduidigheid te geven op het gebied van psychomotorische diagnostiek.

De vraagstelling van het proefschrift luidt: kan systematische psychomotorische diagnostiek bijdragen aan de algehele kinder- en jeugdpsychiatrische diagnostiek en kan het leiden tot ( contra) indicaties voor PMT en tot het opstellen van behandeldoelen.

Dit heeft geresulteerd in het Psychomotorisch Diagnostisch Construct ( PMDC ).
Het PMDC is een diagnostisch instrument dat uit verschillende onderdelen bestaat:
• een vragenlijst
• een basisbewegingsaanbod waarin observatieopdrachten beschreven worden
• een checklist om observatieitems te scoren
• aanbevelingen voor aanvullende diagnostiek
• richtlijnen voor behandeldoelen
• standaardverslaglegging

Implementatie van het construct laat positieve resultaten zien: de gebruikersvaliditeit is goed en uitspraken van psychomotorisch therapeuten over behandeldoelen en indicaties zijn beter gefundeerd. Het PMDC draagt tevens bij aan een duidelijke positionering van het vak PMT.


Opbouw van het proefschrift
Het proefschrift bestaat uit twee delen.
• Het eerste gedeelte is theoretisch van aard.
Door middel van een gedegen literatuuronderzoek wordt het belang aangetoond van het bewegen voor de ontwikkeling van het kind, ook binnen de kinder-en jeugdpsychiatrie. Vervolgens is gezocht naar een referentiekader voor psychomotorische diagnostiek, waarbinnen alle aspecten die voor de diagnostiek relevant zijn in kaart gebracht kunnen worden.
• In deel twee wordt een diagnostisch instrument ontwikkeld.
In een veldonderzoek werd door middel van vragenlijsten en interviews met psychomotorisch therapeuten in kaart gebracht hoe diagnostiek bedreven wordt binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld en welke diagnostische instrumenten hiervoor gebruikt worden. Deze gegevens zijn beoordeeld in twee opeenvolgende panelrondes, waarin deskundigen uit diverse disciplines zitting hadden. De hieruit voortkomende resultaten hebben geleid tot het Psychomotorisch Diagnostisch Construct.

Het theoretisch voorwerk
Op zoek naar een referentiekadervoor PMT diagnostiek is uitgebreid literatuur onderzoek gedaan.
Er is gezocht naar een kader waarin alle relevante factoren met betrekking tot psychomotorische diagnostiek konden worden vervat. Uitgangspunt hierbij is het grote belang van ontwikkelingsgericht denken en werken in de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Aangezien er niet één allesomvattende ontwikkelingstheorie is, komen in het proefschrift verschillende visies aan de orde waarvan enkele elementen de revue zullen passeren in deze bespreking.

Algemene ontwikkeling
De algemene ontwikkeling van het kind wordt onderverdeeld in vier verschillende fasen: eerste levensjaren, peuter- en kleuterleeftijd, basisschoolleeftijd en adolescentie. Per leeftijdsfase worden algemene ontwikkelingsopgaven beschreven ( o.a.: veilig hechten, zelfregulatie, taalbeheersing, sociale vaardigheden). Hierbij wordt belicht wat de gevolgen kunnen zijn van gestoorde ontwikkeling voor het bewegen, de motoriek en de lichamelijkheid.
De ontwikkeling van het kind speelt zich in vier domeinen af: lichamelijk, emotioneel, sociaal en cognitief. Betoogd wordt dat deze domeinen elkaar wederzijds beïnvloeden, waardoor problemen in het ene domein ook gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind op de andere domeinen.
Vanuit de verschillende visies wordt belicht wat risicofactoren en protectieve factoren zijn, zowel vanuit de omgeving als aanlegfactoren.
Dit alles leidt tot de conclusie dat verstoringen in de ontwikkeling, waar of wanneer deze dan ook beginnen, vaak gevolgen hebben die zichtbaar worden in het bewegen en de motoriek.

Psychomotorische ontwikkeling
De psychomotorische diagnostiek dient gebaseerd te zijn op gedegen kennis van de psychomotorische ontwikkeling. Psychomotoriek beschrijft de auteur als datgene wat via het bewegen zichtbaar wordt van de wijze waarop de persoon met zichzelf en de omgeving omgaat en hoe hij zichzelf daarbij ervaart.
Hiertoe identificeert en beschrijft Hammink belangrijke factoren binnen de ontwikkeling van het kind, voor elk van de vier eerder genoemde leeftijdsfasen. Huidige inzichten uit de motorische ontwikkeling, de ontwikkeling van het zelfbeeld en de ontwikkelingspsychologie worden hierbij geïntegreerd.
Aan de hand van talrijke recente publicaties wordt een heldere beschrijving gegeven van de nauwe samenhang tussen motorische competentie en de ontwikkeling van het zelfbeeld.
Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de vraag of de vroege motoriek een goede indicator is voor ontwikkelingsstoornissen. Hoewel de leeftijden waarop motorische mijlpalen worden bereikt sterk verschillen per individu, en screenen op bewegingsachterstand dus een hachelijke onderneming is, lijkt de vroege motoriek wel een indicator. Tevens kan het vroeg opsporen van ontwikkelingspathologie ervoor zorgen dat disfunctioneren en secundaire problemen worden beperkt.

Ontwikkelingsproblematiek
Na de normale psychomotorische ontwikkeling bestudeerd te hebben vervolgt de auteur met een beschrijving van de ontwikkelingsproblematiek van kinderen binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld. Bij deze populatie is er vrijwel altijd sprake van ’ mixed disorders’, zowel in oorzaak als verschijningsvorm. De oorzaak is meestal niet te achterhalen. De problematiek binnen dit zorgveld is te complex om binnen de grenzen van een gespecialiseerde discipline begrepen te worden en vraagt om een theoretisch kader vanuit meerdere theoretische invalshoeken.
Hierbij worden psychiatrische aandoeningen beschouwd als multifactorieel bepaald, waarbij individuele, genetische kenmerken, biologische en niet- biologische omgevingsinvloeden elkaar wederzijds beïnvloeden.

Psychomotorische therapie
Het te ontwerpen psychomotorisch diagnostisch instrument dient uit te gaan van een algemeen aanvaard conceptueel kader van PMT. Er bestaan echter diverse kaders. Zo bestaan er o.a. indelingen t.a.v. de visie op bewegen, indelingen in werkwijzen en indelingen t.a.v. hetgeen de therapeut beoogt te bereiken bij de patiënt. Daarnaast bestaan er modellen om bewust keuzes te maken in PMT arrangementen.
Omdat een algemeen aanvaard conceptueel kader van PMT tot op heden ontbreekt, combineert de auteur de kaders die binnen het veld van de psychomotorische therapie reeds bekend zijn. Dit zijn:

• Ordening van de PMT aan de hand van het doel van de therapie, zoals aangegeven door Petzold: functie-/ ervarings-/ conflictgericht,
• theoretische kaders uit de kinder- en jeugdpsychiatie: gedragstherapeutisch/systemisch/psychodynamisch)
• historische PMT kaders: gedragsgeoriënteerd/, fenomenologisch/ intrapsychisch.

In dit zogenaamde ordeningskader PMT plaatst de auteur ook de PMT behandeldoelen, zoals het verbeteren van zelfcontrole, zich emotioneel durven uiten, verminderen motorische achterstand. Deze behandeldoelen komen in het PMDC terug en worden hier gekoppeld aan de observatie-items.

Ontwikkeling van het PMDC
ICIDH-2
Het referentiekader van het PMDC is een model waarin het ontwikkelingsdenken en de ICIDH-2 zijn samengevoegd.
De ICIDH-2 (International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps), is een internationale classificatie die een brug vormt tussen medische en sociale aspecten van gezondheidsproblemen.
In tegenstelling tot classificatiesystemen zoals de DSM-IV en de ICD-10 die samenhangen met ziektebeelden, is de ICIDH meer beschrijvend en gaat uit van het idee dat gezondheidsproblemen gevolgen hebben op medisch en sociaal terrein. De ICIDH biedt meer ruimte voor de beschrijving van het individuele toestandsbeeld van een kind, hetgeen belangrijk is bij psychomotorische diagnostiek.
De dimensies die de ICIDH -2 beschrijft zijn: Structuur/ functie, activiteit en participatie.
Binnen de dimensie structuur/ functie worden anatomische/ fysiologische en psychische eigenschappen geclassificeerd, die in negatieve vorm aanleiding zijn van een stoornis.

Het PMDC combineert de dimensies van de ICIDH met de verschillende ontwikkelingsdomeinen. Middels deze combinatie kunnen psychomotorische problemen worden geplaatst in de dimensies: structuur /functie, activiteit en participatie én in de verschillende domeinen: lichamelijk, cognitief, sociaal en emotioneel.

Een voorbeeld: op de structuur en functiedimensie, domein lichamelijke ontwikkeling zijn kernitems waarop gescoord moet worden onder andere coördinatie, lateralisatie, bewegingsbeeld en ademhalingspatroon.
Op de activiteiten dimensie, domein lichamelijke ontwikkeling, moet gescoord worden op o.a.: lopen, gaan, klimmen, springen, balanceren.
Op de participatiedimensie, domein van de lichamelijke ontwikkeling, moet gescoord worden op de participatie in de eigen verzorging.

Veldonderzoek
In het veldonderzoek is door middel van vragenlijsten en interviews geïnventariseerd wat er gebeurt op het terrein van de psychomotorische diagnostiek in de praktijk. Er heeft literatuuronderzoek plaatsgevonden naar psychomotorische onderzoeksmethoden en diagnostische instrumenten. In appendix 1 worden bestaande psychomotorische diagnostische instrumenten zoals die naar voren zijn gekomen uit literatuuronderzoek overzichtelijk weergegeven. In dit schema zijn 67 instrumenten (vraagmethoden, observatie instrumenten, tests) overzichtelijk weergegeven.
De instrumenten zijn gerangschikt middels bepaalde items, waaronder: wat het instrument meet, doelgroep/leeftijd, betrouwbaarheid, validiteit en dimensie van meetpretentie.

Om de verzamelde informatie uit de literatuur en het veld te differentiëren en integreren is aan een reductiepanel, bestaande uit ervaren PMT-ers, gevraagd een keuze te maken in de meest relevante items voor PMT. Door een randpanel, bestaande uit verschillende experts op deelterreinen van dit onderzoek, werden de keuzen inhoudelijk aangescherpt en beoordeeld.
Uit de verzamelde gegevens kwam naar voren, dat er toegewerkt moest worden naar een breed algemeen psychomotorisch construct, dat naar behoefte kan worden gespecificeerd.

Zo is het PMDC ontstaan met een kerndeel en een aanvullend deel.
In het kerndeel heeft de PMT-er een hoofdrol in de diagnostiek. Naar de items uit dit kerndeel moet binnen een psychomotorisch onderzoek altijd gekeken worden. Uit het aanvullend deel kan een keuze gemaakt worden op grond van leeftijd, doelgroep, setting en beschikbare tijd.
Zowel de te scoren items zijn omschreven als een aantal bewegingsarrangementen waaruit een keus kan worden gemaakt. De scores op de checklist vormen de basis voor de kwalitatieve verslaglegging, hetgeen ook beschreven wordt.
Bij de implementatie is de bruikbaarheid van de PMDC onderzocht en de meerwaarde binnen een multidisciplinair team; de resultaten waren positief. Verder psychometrisch onderzoek naar validiteit en betrouwbaarheid moet nog worden gedaan, door onderzoek bij een groter aantal PMT-ers.


Bijsluiter
Voor veel PMT-ers is dit boek zeer de moeite waard om aan te schaffen, zeker voor degenen die werkzaam zijn in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Laat je echter niet afschrikken door de dikte van het boek en de kleine lettertjes.
Wil je het PMDC gaan gebruiken dan is vooral het appendix en de theoretische onderbouwing belangrijk en scholing in de afname van de PMDC. Ideeën voor aanvullende diagnostiek (door gebruik te maken van onderzoeksinstrumenten) zijn op te zoeken in de bijlagen. Benadrukt wordt de PMDC te gebruiken zoals omschreven en niet een eigen versie te maken waardoor het doel: een systematisch, gestandaardiseerd psychomotorisch onderzoek weer tenietgedaan wordt.
Algemene informatie over psychomotorische observatie, theoretische kaders van de PMT en het belang van PMT-observatie in de diagnostiek is te vinden in de eerste hoofdstukken. Kortom er valt veel informatie te halen uit dit boek.
Door de veelheid van informatie en het feit dat het onderzoek heel breed is opgezet, kan het wel eens lastig zijn om de hoofdlijn vast te houden. Het specifieke van psychomotorische diagnostiek dreigt soms onder te sneeuwen in de grote hoeveelheid verzamelde gegevens.
Uit ervaring kan gezegd worden dat het gebruik van de PMDC enig doorzettingsvermogen en investering vergt, daar de checklist in eerste instantie veel tijd vergt. Het schrijven van een verslag op een andere manier dan je gewend bent kost in eerste instantie meer tijd. Maar het levert ook iets op: namelijk dat klinische observaties meer kunnen worden onderbouwd en dat je genoodzaakt bent om zowel te letten op sterke als op zwakke kanten. Hierdoor worden aanknopingspunten voor behandeling ook meer gefundeerd. Mogelijk brengt het met zich mee dat de vraag naar psychomotorisch onderzoek binnen de algemene diagnostiek toeneemt en een vaste plaats krijgt.


Over de auteurs
Marianne Houben is werkzaam als PMT-er zowel vanuit eigen praktijk in Beekbergen, als in poliklinisch verband ( Meerkanten, Ermelo), A-supervisor, docent Methodische Vaardigheden VO- PMT. Na het doctoraal medicijnen volgde zij de VO- PMT in Amsterdam en de Downing opleiding.

Hanneke Sleeuwenhoek is werkzaam als PMT-er in de kinder& jeugdpsychiatrie Symforagroep Amersfoort en als A-supervisor. Zij studeerde psychologie aan de RU Utrecht, volgde bijvakken bij Bewegingswetenschappen (VU Amsterdam) en volgde de VO- PMT opleiding in Amsterdam.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie