Gelezen

juli 2004
Actuele Themata uit de Psychomotorische therapie, 2004. J. Simons (red.).
Jan de Lange


Actuele Themata uit de Psychomotorische therapie, 2004.
J. Simons (red.).
Leuven: Acco

Geen bespreking, wel de inhoudsopgave en het redactioneel


Wie schrijft die blijft: 10 jaar `Actuele Themata uit de Psychomotorische Therapie'
Michel Probst en Peter Van de Vliet

Er is niets zo praktisch als een goede theorie
Peter Van de Vliet en Michel Probst

Psychomotorische ontwikkeling bij kleuters. Vergelijking van
testresultaten met het oordeel van de ouders

Johan Simons en Veerle De Haes

Visuomotoriek is meer dan kijken plus doen!
Wendy Peerlings

Onderzoek naar de ontwikkeling van het structureren van de
complexe figuur van Rey-Osterrieth bij Vlaamse kinderen
tussen vijf en zeven jaar.

Sofie Van Tichelen, Wendy Peerlings, Marleen Vanvuchelen

Zelfbeeld en zelfbeleving bij meisjes met piercings
Antonio Ridao en Johan Simons

Heeft de psychomotorische therapie een plaats in de Evidence
Based Medicine?

Jan Knapen

Psychomotorische eigenschappen van SGA-patiënten op een
psychiatrische intensieve zorgafdeling:Een analyse als eerste
stap naar de uitbouw van psychomotorische therapie

Ellen Vanpoucke en Annelies Maertens

Psychomotorische therapie op een psychiatrische opnamedienst
Michel Probst

Psychomotorische therapie en psychose
Arm Peeters
Doelstellingen voor psychomotorische therapie bij volwassen
psychiatrische patiënten: evolutie over de laatste 20 jaren

Johan Simons

Toegepaste relaxatie van pst
Erik Mertens

De oogst van een halve eeuw. Over lichaamsgerichte
interventies in Nederlandse GGZ-tijdschriften, 1946-2001

Jan de Lange

Redactioneel J. Simons
Tien jaar na het verschijnen van het eerste jaarboek van Actuele themata uit de Psychomotorische therapie maken Michel Probst en Peter Van de Vliet een overzicht van de artikels die tot op heden gepubliceerd werden. Dit alles plaatsen ze in het historisch kader. Psychomotorische therapie is meer dan het louter aanbieden van sport en spel, fitness en dans, relaxatie en andere bewegingsgerelateerde activiteiten. Peter Van de Vliet en Michel Probst beargumenteren in hun bijdrage dat wie vandaag zijn/haar interventiemethode niet omstandig kan motiveren, in de toekomst nog slechts een plaatsje zal bemachtigen in de rubriek 'begeleiding'. De nood aan een psychomotorisch denkkader, met een theoretische basis voor ons werkveld wordt door hen beargumenteerd.

Het onderzoek van Johan Simons en Veerle De Haes werd opgezet met als hoofddoel wat meer duidelijkheid te scheppen in de relatie tussen het oordeel van ouders betreffende de motorische mogelijkheden van hun kind en een objectieve testscore. Hiervoor werd van 53 kleuters (28 meisjes en 25 jongens) uit het normale kleuteronderwijs (derde kleuterklas) de psychomotorische ontwikkeling nagegaan met behulp van de Movement ABC-test en de Movement ABC-checklist. De Movement ABC-test werd individueel afgenomen door een getrainde proefleider; de Movement ABC-checklist is een vragenlijst die werd ingevuld door de ouders van de kleuters. Uit de geringe correlaties tussen de Movement ABC-test en de Movement ABCchecklist volgt dat de checklist de test niet kan vervangen als screeninginstrument.

Tijdens de studiedagen visuomotoriek van de Vlaamse Vereniging Psychomotorisch Therapeuten (VVPMT) in november en december 2003 werden de aspecten van de visuomotorische ontwikkeling, de testafnames, observaties en de remediëring van de fijne-, de visuo- en de tekenmotoriek, en het cognitief-motorische denkkader voor oefentherapie uitgebreid besproken. Dit artikel van Wendy Peerlings is een beknopte neerslag van haar lezingen uit deze bijscholingsdagen Sofie Van Tichelen, Wendy Peerlings en Marleen Vanvuchelen gaan inhun onderzoek de ontwikkeling na van het structureren van de Complexe Figuur van Rey-Osterrieth (ROCF) op basis van de kopie- en de geheugentest. De verschillende structuratie parameters (organisatie, stijl, accuraatheid, opbouw en positie van de figuur) worden gescoord op basis van het Developmental Scoring System (DSS) van Holmes en Waber (1996). De onderzoeksgroep bestaat uit 459 kinderen (217 meisjes en 242 jongens) tussen 5 en 7 j aar; 11 maanden uit de vijf Vlaamse provincies. Uit dit onderzoek blijkt dat de betrouwbaarheid van de ROCF (DSS) zeer goed is voor de Vlaamse onderzoeksgroep. De ontwikkelingstendens, voor het kopiëren en het tekenen uit het geheugen van de ROCF, is dat Vlaamse kinderen tussen vijf en zeven jaar in toenemende mate: beginnend organiseren, de detail voor-detail benadering loslaten, de verschillende onafhankelijke elementen tekenen en de verschillende elementen geleidelijk aan kaderen in een geheel. Bij de vergelijking van de kopietest met de geheugentest valt op dat deze kinderen de figuur meer synthetisch tekenen uit het geheugen, waarbij een verlies van de hoeveelheid onafhankelijke elementen opvalt. De Vlaamse kinderen tonen de tendens hetzelfde of beter te scoren dan hun Amerikaanse leeftijdsgenoten.

Body piercing is een wereldwijde praktijk die op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. Eén van deze interpretaties verwijst naar de begrippen zelfbeeld en zelfbeleving. In de studie van Antonio Ridao en Johan Simons werden zelfbeeld en zelfbeleving geanalyseerd aan de hand van de Physical Self Description Questionnaire (PSDQ) en van de Self Description Questionnaire III (SDQ III), in een groep van 18-jarige meisjes met en zonder piercings. Hoge niveaus van zelfbeleving werden vastgesteld in de groep van meisjes met piercings voor de PSDQ en lage niveaus van eerlijkheid in dezelfde groep voor de SDQ III. Er werd bovendien een middelmatige correlatie voor de hele groep geobserveerd voor de meeste schalen die zelfbeeld en zelfbeleving in beide testen meten.

De afgelopen twee decennia is 'Evidence Based Medicine' (EBM) en in het verlengde ervan Evidence Based Mental Health (EBMH) een begrip in de (geestelijke) gezondheidszorg geworden. Dit impliceert het verstrekken van gespecialiseerde zorg op maat vanuit een wetenschappelijke basis. Jan Knapen gaat in zijn bijdrage in op wat de betekenis van deze begrippen is en of we in de psychomotorische therapie bij volwassenen zo kunnen werken. Resultaten van evidence based onderzoek in de psychomotorische therapie worden gerapporteerd. Tot slot wordt de lezer uitgedaagd om in de klinische praktijk en het wetenschappelijk onderzoek voortaan deze weg te bewandelen Eind de jaren '70 richtte de overheid de werkgroep `Sterk gedragsgestoorde en/of agressieve psychiatrische patiënten' (SGA) op. Ellen Vanpoucke en Annelies Maertens rapporteren van het project dat in het PC Sint-Amandus Ziekenhuis liep voor de behandeling van SGA-patiënten. Een gerichte literatuurstudie naar psychomotorische eigenschappen of psychomotorische therapie bij een SGA-populatie gekenmerkt met de dubbel-diagnose: psychose en middelenmisbruik, wees uit dat specifiek rond PMT en deze dubbeldiagnose maar weinig geschreven is. De studie is een eerste stap naar het in kaart brengen van een aantal psychomotorische eigenschappen bij voorgenoemde patiëntengroep.

Binnen een snel veranderend psychiatrisch en maatschappelijk landschap worden ook psychiatrische opnamediensten geconfronteerd met heel wat veranderingen. Deze veranderingen hebben de voorbije twintigjaar ook een enorme invloed gehad op de rol van de psychomotorisch therapeut werkzaam op een psychiatrische opnamedienst. Michel Probst bespreekt in zijn bijdrage verschillende aspecten van zowel van de patiëntzijde, de afdelingskant als van de zijde van de psychomotorische therapie.

Aangezien er in de literatuur weinig informatie beschikbaar is over de toepassing van psychomotorische therapie bij psychotische patiënten, onderneemt Ann Peeters in dit artikel een poging om, vanuit de eigen ervaringen, een beeld te schetsen van wat psychomotorische therapie kan zijn in het werkveld met psychotische patiënten. Achtereenvolgens zal er stilgestaan worden bij het psychomotorisch onderzoek, de doelstellingen, het behandelaanbod, en last but not least, de attitude van de psychomotorisch therapeut.

Doelstellingen vertellen ons waarop we in de therapie focussen. Johan Simons geeft een overzicht van de problemen bij een inventarisatie van deze doelstellingen en schets daarnaast de wenselijke, feitelijke en actuele doelstellingen voor psychomotorische therapie bijvolwassenen anno 1981 en 2001.

Een praktische bijdrage krijgen we van de hand van Erik Mertens. Hij geeft ons niet alleen zijn concrete handleiding voor de toepassing van de relaxatiemethode van Ost maar vult dit tevens aan met enkele effectstudies.

In zijn artikel publiceert Jan de lange de gegevens van een onderzoek naar publicaties over lichaamsgerichte interventies in de Nederlandse GGZ tussen 1946 en 2001. In meer dan 200 artikelen werd over lichaamsgerichte interventies, c.q psychomotorische therapie geschreven, variërend van mededelingen tot artikels. Hij beschrijft eerst het opzet van het onderzoek, vervolgens een getalsmatig overzicht van het gevonden materiaal en tot slot een inhoudelijke analyse van de meest relevante publicaties.

Zoeken

    Zoek

Feedback?   ons!

Volg ons via Follow PMT Info Site on Twitter

Nieuw op de site:

  • 02/02/12: oefenvormen: Onder het thema samenwerking is de oefening Spinnenweb geplaatst. Door Iriah.
  • 30/01/12: activiteiten: Zaterdag 31 maart: Masterclass Mindfulness, te Deventer, als therapeut verbinden met je denken, voelen en intuïtie.

Design/automatisering

Deze site en al de achterliggende automatisering is gemaakt door Specialist in webdesign, automatisering en cognitieve ergonomie