Gelezen
Claudia Emck en Ruud BosscherDoor: Jan de LangeBovenstaand artikel verscheen in het Handboek psychologische interventies bij chronisch-somatische aandoeningen. Assen: Van Gorcum. 2004 G. Pool,. F Heuvel, A.V. Ranchor & R. Sanderman (red.) 650 pagina's. Het boek Genoemd boek telt 54 artikelen. Het is dan ook loodzwaar. Een handboek, maar niet voor slappelingen. Het artikel van Emck en Bosscher treffen we aan in deel 2: Thema's en interventiemodellen (p.368-385). Dit deel telt vijf dimensies: De fysieke dimensie; De psychische dimensie; De relationele en sociaal-maatschappelijke dimensie; De biografische en existentiele dimensie; De experiëntiële dimensie: het directe ervaren. In deze laatste dimensie is de bijdrage over de psychomotorische therapie opgenomen. Hier vinden we ook een artikel over lichaamsgerichte therapie van Van Attekum en een artikel over creatieve therapie van Demmer en Boschloo. Door de redactie is gekozen voor een ziektegenerieke invalshoek. Niet een bepaalde ziekte staat centraal bij de beschrijving van het interventiemodel, maar bepaalde problemen worden als uitgangspunt genomen voor het beschrijven van behandelmogelijkheden. Inleiding van het artikel In hun inleiding leggen Emck en Bosscher uit op welke gronden psychosomatische problematiek een expliciete indicatie vormt voor psychomotorische therapie. Vervolgens wordt de werkwijze binnen de PMT compact maar helder toegelicht. PMT wordt als experiëntiële vorm van behandeling beschreven, omdat er ter plekke iets wordt gedaan in een bewegingsarrangement, dat de basis vormt voor verdere interventies. Als non-verbale therapie onderscheidt de PMT zich van de verbale varianten van de experiëntiële psychotherapie. Helder is ook het onderscheid met bijvoorbeeld psychologen die een bepaalde vorm van lichaamsgericht werken toepassen: de psychomotorisch therapeut heeft een breder pakket aan werkvormen en methodieken tot zijn beschikking. De inleiding sluit af met een kort overzicht van de verschillende werkvelden waarop de PMT te vinden is. In de daarop volgende paragrafen worden diagnostiek, indicatie en de interventies beschreven. Diagnostiek en indicatiestelling In de paragraaf over de diagnostiek komt aan bod aan welke gebieden men bij een intake in de anamnese aandacht moet besteden, als men psychomotorische interventies overweegt en diverse psychomotorisch diagnostische instrumenten worden genoemd. Aan de hand van een eenvoudig bruikbaar model wordt toegelicht hoe men tot een globale indicatiestelling kan komen: wat te doen met wie. Hierbij oriënteert de therapeut zich op de mate van behoefte c.q. noodzaak van de cliënt aan structuur, fysieke nabijheid en lichamelijke inspanning. Op grond hiervan kan de behandelaar tot een keuze voor bepaalde bewegingsarrangementen komen. Interventies Het deel over interventies neemt de meeste plaats in en beslaat bijna de helft van het artikel. In dit gedeelte worden vier vormen van psychomotorische interventies beschreven. Hierbij gaat het om de beïnvloeding van (a) spanningsregulatie, (b) stemming, (c) lichaamsbeleving en (d) emotie & gedrag. Steeds wordt de link gelegd naar de effecten van chronische psychosomatische aandoeningen op elk van deze gebieden, en wordt verduidelijkt waaruit de bijdrage van de psychomotorische interventie kan bestaan. Bij het beïnvloeden van de spanningsregulatie worden vooral de (overwegingen bij) interventies beschreven die gericht zijn op het reduceren van stressgerelateerde klachten door middel van bewegingsactiviteiten, relaxatie en massage. Met betrekking tot het beïnvloeden van de sombere stemming die vaak gepaard gaat met chronische somatische aandoeningen wordt op de mogelijkheden van methodische bewegingsactivering gewezen. Waar als gevolg van de aandoening de lichaamsbeleving negatief beïnvloed is, kunnen psychomotorische interventies op hun plaats zijn. Binnen de psychomotorische therapie zijn reeds op diverse terreinen interventiemodellen ontwikkeld en beproefd, zoals op het gebied van ingebeelde lelijkheid, eetstoornissen en ex-kankerpatiënten. Bij de beïnvloeding van emoties en gedrag benadrukken de auteurs dat deze hier beschreven werkwijzen niet de somatische aandoening zelf beogen te behandelen. Het gaat steeds behandeling van de met de aandoening geassocieerde stoornissen in gedrag en gevoelsleven. Beschreven wordt onder meer de werkwijze binnen de Integratieve Bewegingstherapie van Petzold. In de laatste paragraaf geven de auteurs een handige tabel waarin de psycholoog voor de verschillende interventiegebieden indicaties voor doorverwijzing naar de psychomotorisch therapeut kan vinden. Het hoofdstuk besluit met nuttige informatie over de beroepsgroep van psychomotorisch therapeuten. Een aanwinst Het boek, en daarmee de bijdrage van Emck en Bosscher, is in eerste instantie bedoeld voor psychologen die op beperkte schaal psychomotorische interventies zouden kunnen toepassen. Maar ook voor psychomotorisch therapeuten is het een waardevol artikel. En iedereen die de PMT Info Site benadert met de vraag: 'wat is psychomotorische therapie?', maakt met dit artikel een goede start. |
